|
 |
Mens en massa
De mensheid baant een diep weg naar een onzeker einde. De massa dringt
in een smalle lijn door de onbegrensde vlakte. Een monster dat zonder te
weten zoekt en - gevonden- vreet. Koude rillingen lopen langs zijn lange
flanken. Schreeuwende honger. Het grote lijf sleept zich verder. Een
schijnbeweging door de tijd? Een vloedgolf in beweging. Het massamonster
met schubben van een veelkoppige menigte kruipt dieper in zijn schulp,
zijn schubben sluiten dichter aaneen. Soms zinkt een kop, een schub
verschoof. Andere schubben sloten weer aaneen. Een mensdier was te oud,
verdween en werd vergeten in het stof van de afgelegde weg.
De afgelegde weg wordt harder, gaat
voorbij aan geschiedenis. Nieuwe worpelingen, meer afval, dezelfde grote
massa. Een onbarmhartige zon teistert de onzinnige lege vlakte. Oerangst
trilt over de leden van het oermonster want het einde komt in zicht,
wijkt weer in de horizon en blijft ongewis. Hoelang zal de kracht van
het monster nog reiken? Angst spant de schubben strakker – één vlak
harde schubben, het enige verweer van dit logge beest. Zijn krachten
vloeien weg in de hitte van de zon en in de oneindigheid van de vlakte.
Een enkeling trekt zich los, vlucht in de vlakte, bloeit op in de zon.
Hij vlucht weg want de massa biedt uiteindelijk geen dekking en schubben
zijn maskers. Hij komt uit zijn schub, gooit het masker af. Hij staat
alleen in het oneindige, het onbegrijpelijk en is zichzelf. Hij trok de
laatste band met de massa los, zijn geboortestreng. Het ene geloof dat
de massa bindt, de ene weg, het enig mogelijke, waarin de massa dwaalt.
Hij gaf zich onvoorwaardelijk bloot. Hij vatte de moed op om te
twijfelen ondanks de uitzichtloze vlakte en de angst om opgeslorpt te
worden door de leegte van het niets. Hij had het niet weg te redeneren
gevoel niet zonder grond te zijn. Maar wat betekende “grond onder zijn
voeten” als hij niet de kracht had om uiteindelijk aan het einde van de
oneindigheid te kunnen raken?
Betekenis en twijfel
Dit gevoel was sterker dan mijn twijfel maar ik wilde het niet weten. Ik
denk dat gevoel wordt opgeroepen worden door naakte bestaansdrift. Ik
aanvaardde de zin van het bestaan omdat ik “moest”, maar toch… Ik
concentreerde alles op mezelf, verzette me tegen het bedreigende niets,
want alles was voor mij “niets”, als ik niets te betekenen had. Ook
hiervan vermoedde ik dat het drogredeneringen waren. Ik was bang voor
het onmogelijke, ik kon het absolute niet (be)grijpen. Ik trok een
kunstmatige (be)vesting op tegen het zinledige niets. Vertwijfeld tussen
angst voor het niets en verbittering tot het laatste werd ik moe in mijn
strijd tegen het niets en het absolute. Ik was gebroken. Mijn wil was
op.
Wat had me dan gebroken? Het niets, deze
oneindige woestijnvlakte of het alles in zijn absoluutheid. Waarom was
ik uitgeput. Had mijn strijd tegen een fictie geen doel. Waar vandaan
kwam deze fictie? Uit de grond van mijn onvermogen? Ik voelde me alleen.
Was alles wat me omgeeft een projectie van mij? Of is alles wat ik kan
waarnemen een teken van leven van anderen. Als alle anderen tekenen van
leven geven en ik laat zien wie ik ben hoe kan ik dan zo alleen zijn.
Waarom moet ik dan zo bang zijn? Blijven alle tekenen van leven doods
als ze niet intens beleefd worden? Mensen komen tot zichzelf en tot de
werkelijkheid van het omgevende als zij de waarnemingen vanuit de
omgevende wereld in zich opnemen. Als zij zich deze indrukken eigen
maken tot een persoonlijke visie en deze expressie weer projecteren in
de zee van het omgevende bestaan. Deze voortdurende golfbeweging van
opnemen in persoonlijke beleving, zich geestelijk eigen maken en
getransformeerd weer tot uitdrukking brengen in de buitenwereld, weer
opnieuw opnemen en als maar door functioneert als de ademhaling van
geestelijke groei en bewustwording.
Magie en religie
De eerste godsdiensten zijn ontstaan in de strijd om het menselijk
bestaan. Het zijn pogingen om bedreigende natuurkrachten te temmen en
aan te spreken. Wie de natuur een naam geeft en persoonlijk aanspreekt
schept daarmee een basis van verstandhouding. De natuur laat zich kennen
als een mysterium tremendum in natuurgeweld en rampspoed. De natuur laat
zich ook kennen als een mysterium fascinozum in vruchtbaarheid en
voorspoed. De natuur krijgt het gezicht van een Opperwezen als mensen
tot hem bidden. Hoe harder de mensen bidden, de natuur in trance
brengen, hem magisch manipuleren, hem overhalen en gunstig stemmen, hoe
meer voorspoed. Gedreven door honger gaan de mannen op jacht. Ze smeken
het Opperwezen om jachtbuit, ze tekenen de figuur van de buit op de
grond, omcirkelen de jachtprooi en schieten er met pijlen op. Ze dansen,
trommelen en zingen, ze bewegen ritueel hemel en aarde om een goede
afloop van hun jacht.
Wie bevestiging zoekt, waarheidsmomenten
of feitelijkheid wil ontdekken wordt geboeid door de creativiteit van
primitieve religieuze ontwikkelingen. Hoe primitiever de cultuur, hoe
meer transparant. Je ziet hoe het werkt. In deze oerervaring vechten
mensen op leven en dood om hun bestaan. Het absurde en paradoxale is
niet te verwerken, zoals het op hen afkomt. Daarom geven zij het
onnoembare een naam, het ongrijpbare een gezicht, het gezicht krijgt een
masker, het masker speelt een rol. Rollen spelen het spel van schijn en
werkelijkheid, het magische spel om existentie. Natuurkrachten krijgen
een eigen naam, zelfstandigheid en persoonlijkheid, om ze tegen elkaar
te kunnen uitgespelen en mobiliseren voor de mensen. In het magische
spel wordt het onverteerbare absurde uit de weg gegaan. Onmogelijke
verantwoordelijkheid wordt afgelegd op magische zekerheden.
Afzonderlijke leden verschuilen zich in het collectief. Het collectief
fungeert in een rollenpatroon, waarin maskers het gezicht van de eenling
bedekken. Dit spel is een oorspronkelijke reactie met een directe
waarheidsexpressie. Deze existentiële situatie biedt geen gelegenheid om
afstand te nemen, afstand tussen natuur en cultuur, persoon en
collectief, vitale krachten en effecten, geen mogelijkheden tot
objectivering en rationalisering.
Ervaring en openbaring
Knip ik mijn geboortestreng door dan word ik als uit de massa geboren,
een persoon die zelf de wereld beleeft, die zich een eigen mening vormt.
Deze geestelijke geboorte is een elementair en een existentieel proces,
een gevecht van de eenling tegen de massa. Van het absolute tegen de het
beperkte, van immanentie tegen transcendentie, het eindige tegen het
oneindige. Van het ongrijpbare tegen hetgeen wij moeten accepteren om
betekenis te geven en om te handelen met voldoende perspectief. Van het
onnoembare tegen alle benoemingen die aan betekenis verliezen. Wij
werden geboren met de vraag op de lippen “waartoe zijn wij op aarde”.
Het antwoord “Om God te dienen en daardoor in de hemel te komen” stond
niet ter discussie, maar het gaf wel te denken.
“Wie is God. Wat is “God dienen” en hoe
kom je in welke hemel”. Waarom dit alles? Wie zijn wij, welke relatie
hebben wij met elkaar en in totale geheel? Hoe bepalen wij onze eigen
mening en eigen houding in en tot dit alles? Wie is God, gezien vanuit
de situatie waarin je wordt geboren en opgevoed? Dat is de eeuwige, het
absolute en oneindige, de drie-enige God in de personen van Vader, Geest
en Zoon. De Zoon is de mens geworden God, het vlees geworden Woord dat
betekenis geeft aan al wat bestaat. Deze incarnatie verbindt het
absolute met het tijdelijke en onvolmaakte. Al het bestaande is aldus
een afspiegeling, uitstraling en openbaring van het ongrijpbare mysterie
inclusief wat zich openbaart door te bestaan. God openbaart zich in het
bestaande. Mensen openbaren zich zelf in hun bestaan. De zelfopenbaring
van mensen moet daarom samenvallen met de Godsopenbaring in het
bestaande. De betekenis en het beeld van de Godsopenbaring is vastgelegd
in de letterlijke openbaring van heilige schriften die bewaakt worden
door de onze moeder de heilige Kerk. Als dit geloof je gegeven is of je
ziet mogelijkheden om het te verwerven kun je vanuit deze godsdienst en
binnen de Kerk leven en werken. Als dit geloof je niet gegeven is, zul
je dat ook moeten accepteren.
Vormgeving en expressie
Als je even afziet van religies, godsdiensten en openbaringen kun je wel
vaststellen dat de wereld waarin we leven begon met de oerknal. Het
waarom van de oerknal, wat er aan vooraf ging en de buitennatuurlijke
betekenis ervan zal een mysterie blijven. De oerknal uit het (n)iets.
Bijna veertien miljard jaren geleden is het gebeurd. Onvoorstelbaar
klein, kort, zwaar en heet was het moment van de explosie, straling,
energie, oersoep. In een honderdste seconde werd het bijna een lichtjaar
groot en het koelde het af tot honderd miljard graden. Na 700.000 jaar
afgekoeld tot 3.000 graden konden materie en straling ontkoppelen. De
materie werd dominant. De materie begon samen te klonteren. Na 1 miljard
jaren komt de vorming van sterrenstelsels op gang. Nu zitten we nog
midden in de oerknal.
Alle sterren verwijderen zich met grote
snelheid van elkaar. We kunnen het zien en meten. Met de snelheid van
het licht kijken we terug in het ontstaan van het heelal. We zien het
gebeuren. Tien miljard jaar deed de kosmos erover om quarks en
elektronen samen te voegen tot een DNA-streng. Er ontstond leven op
aarde. Er ontstonden levende wezens, beleving, ervaring en bewustzijn.
Mensen konden op hun bestaan terugkijken, hun wereld en omgeving in zich
opnemen en verkennen. Zij konden relaties aangaan, aan hun leefwereld
bouwen en deze cultiveren. De betekenis van de oerknal blijft een
ontoegankelijk mysterie. Dat geldt evenzeer voor alle existentiële
grenssituaties zoals eeuwigheid en tijdelijkheid, oneindigheid en
eindigheid, het absolute en het beperkte, dood en leven, lijden en
ellende.
Verbeelden
Beeldhouwen is een hobby waaraan ik
veel plezier beleef. Als mij gevraagd wordt om iets te zeggen over mijn
beelden, vertel ik “wat ik er achteraf van vind”, de verbeelding die ik
er dan in zie. Dat is een verhaal apart! Uitleggen wat een beeld
voorstelt is heel iets anders dan een beeld maken. Het maken gebeurt
meestal zonder veel verhaal of bedoeling. Je vindt een stuk oud hout met
noesten en barsten, half vergaan of vermolmd. Je slaat aan het hakken
terwijl je kijkt of je al doende een beeld ziet ontstaan, een vondst die
je aanspreekt. Ik voel me bij mijn beeldhouwen als een boer die zich
verdiept in het mysterie van de natuur, op zoek naar de onnaspeurbare
ontwikkeling van al wat leeft. Dat boeit me mateloos. Ik kijk, ik hak en
ik vind. Daar probeer ik vorm aan te geven. Als ik in mijn leven terug
kijk moet ik beamen: Wat mij goed deed heb ik vaak gevonden”.Toch
probeer ik er altijd “iets van te maken”.
“Wie in de lucht fietst, valt op de grond”, was de stellige mening van
mijn grootvader. “Wie zich niets verbeeldt is twee keer niets”, was de
vitale reactie van mijn grootmoeder.
Het vinden van een beeld
Wie realiteit wil bevatten, zal haar verbeelden. In zijn verbeelding
grijpt de idealist zijn kans. Hij schept utopie even breekbaar als
denkbaar. Wie dwaalt in de chaos van dit ondermaanse spiegelt zich in
verbeelding en werkelijkheid. Wat blijft is wat “de mensen ervan
vinden”. Kunst verbeeldt de werkelijkheid. Wie kijkt ververst zijn
beeld. Wie “er iets van vindt” schept daarmee een nieuwe werkelijkheid.
Verbeelding maakt een back-up van de actualiteit. De werkelijkheid
pulseert en golft door je geest. Je zeeft haar door jouw visie en
verbeelding. Je projecteert haar weer in de buitenwereld. Wie een beeld
snijdt uit een stuk hout, zoekt zijn verbeelding in het hout en snijdt
weg wat hij niet ziet totdat niets meer het zicht op zijn beeld
onttrekt. Verbeelden is als adem halen. Adem geeft leven. Met het ritme
van de hartslag wordt de realiteit van buiten in golven opgenomen, het
vitale bezinkt.
Verbeelding
Wie een gebouw ontwerpt moet er voor zorgen dat het functioneert op een
manier dat de gebruikers of bewoners er profijt van hebben. De ontwerper
gebruikt zijn fantasie en verbeelding om een gebouw te maken dat past
bij de mogelijkheden en beleving van de gebruiker. Als het mooi is, maar
het functioneert niet, werkt het als boter aan de galg. Het gebouw moet
ook als een vitaal onderdeel functioneren van zijn totale omgeving. Het
moet als het ware organisch opbloeien uit het geheel van samenhangende
groeikrachten. Alle verbeelding loopt stuk als ze geen rekening houdt
met de realiteit van de natuur. Een verkeerde berekening van een
bouwconstructie leidt tot het instorten van het concept, tot bouwval en
verloedering. Als een dokter zijn patiënt beter wil maken zal hij moeten
kiezen voor een geneeswijze die permanent opnieuw bewijst dat ze werkt
en effect heeft. De dokter zal er goed rekening mee moeten houden dat de
patiënt zelf geneest. Het perspectief dat de patiënt zelf ziet en zijn
verbeelding die zijn krachten mobiliseert kunnen belangrijke factoren
zijn bij zijn genezing.
Zonder verbeelding geen leven
Vormgeven is: ruimte vangen, ordenen en scheppen binnen grenzen van wat
“voorhanden” is. Vorm krijgt gestalte, wordt belichaamd en ingelijfd,
krijgt betekenis, wordt belevenis, waar verbeelding en realiteit
samenspelen en in elkaar opgaan. Wonen is in zijn brede betekenis niet
een passieve situatie, maar een scheppende activiteit. Al bouwende wonen
wij, ordenen wij onze ruimte. Bouwen en wonen zijn onafscheidelijk en
interactief. Bouwen zonder woonconcept is zinledig. Wonen zonder
bouwdynamiek verstart. Wonen is de zinvolle bestaanswijze op onze aardse
ruimte. Bouwen aan onze wereld is haar bewoonbaar maken. Bouwen en wonen
is verbeelden en zin geven, inlijven en beleven, belichamen en bestaan.
Wie zo lang mogelijk gezond en gelukkig wil blijven, zal daar zelf aan
moeten werken. Zelf de regie in handen houden. Je verbeelding gebruiken
om er iets van te maken, zonder de realiteit uit het oog te verliezen.
Zonder verbeelding komt er geen leven in de brouwerij van onze
samenleving. Dat was ook de stelling van mijn grootmoeder toen ze zei:
“Wie zich niets verbeeldt is twee keer niets”. Verbeelding die te weinig
rekening houdt met de realiteit, is even overbodig als luchtfietserij,
daarin had mijn grootvader groot gelijk.
*** |