Reacties: e-mail /tel. 0412-623026

 

 

Column archief

 

 

 

 

AGENDA 22

BED, BAD, BROOD

BEWEEG JE!
DE JEUGD

DE OUDE DAG

EVEN AANDACHT

FRUSTRATIE

GEEN PLAATS
GELOVEN
GELUK VINDEN
GELUK ZOEKEN

HELPT GELOOF?

HERSTEL 'DE ZORG'
HET DIKKE IK

HOE ARM IS...
IN DE HOEK GEZET

IN DE VOLKSTUIN

JONG VAN GEEST

KOPEN OF HUREN
LEZEN EN SCHRIJVEN
MARKTDENKEN
MEDITEREN

MOBIEL
MOBILITEIT
NORMEN
OUD/JONG

OUDERS
OUDERSCHAP

OVERLEG
SCHEIDEN
SOLIDARITEIT

SPIRITUALITEIT

UIT BALANS

VEILIGHEID

VEROUDERING

VERSCHRALING

VRIJWILLIGERS

WETTEN

WMO

WMO TOEGANG

ZWAKKEREN
ZWITSERLEVEN 

Oud worden doe je later

door

Juul van de Kolk

Juul van de Kolk. Klik op de foto om naar zijn website te gaan.

 

 

AGENDA 22

De landelijke overheid draagt steeds meer verantwoordelijkheden over aan de gemeenten. Dit heeft grote gevolgen voor de kwaliteit van leven. De gemeente heeft de opdracht beperkingen van de burgers te overbruggen zodat zij volwaardig in de samenleving kunnen participeren.
De Verenigde Naties (VN) hebben 22 standaard regels Gelijke kansen opgesteld met de naam Agenda 22, waarvoor ook Nederland heeft getekend.
Overal in de wereld zijn er nog steeds veel belemmeringen voor burgers met beperkingen om hun rechten en vrijheden uit te kunnen oefenen en volledig deel te nemen in hun samenleving.
Alle burgers hebben dezelfde rechten onafhankelijk van hun mogelijke beperkingen.

Gelijke behandeling in de praktijk

In Nederland denken we soms dat we op het gebied van mensenrechten voorop lopen. Dat ligt iets genuanceerder als je beter over de grenzen kijkt. Wij kennen een lange traditie als zorgstaat, waarin mensen met beperkingen gezien werden vanuit de gezichtshoek van aanbodzorg, instellingsdenken en maatschappelijke kosten.
Er is een omslag in denken nodig. Apart beleid voor mensen met een beperking is niet wenselijk. De inrichting van maatschappij moet bij voorbaat rekening houden met alles wat alle mensen nodig hebben. Beleid en voorzieningen zijn nu nog versnipperd.
De kern van Agenda 22 is: Gelijke rechten voor burgers met een beperking om maatschappelijk te participeren en zoals anderen hun leven naar eigen inzicht in te richten.

naar de top



VRIJWILLIGERS

Uit het rapport van het adviesbureau Movisie blijkt dat de hoeveelheid vrije tijd van de 55-64 jarigen daalt. Van 57,8 uur per week in 1990 naar 50,6 uur in 2000. Logisch dat ook het aantal uren vrijwilligerswerk per persoon in die groep is gedaald, van 3,3 maar 2,7 uur per week.
Ook onder jongeren daalt het aantal vrijwilligers.
Jarenlang nam het aantal uren dat wij besteden aan vrijwilligerswerk toe. De laatste jaren neemt dat af. De onderzoekers geven daarvoor een aantal redenen aan.
Ouderen moeten steeds meer mantelzorg doen, hetgeen ten koste gaat van vrijwilligerswerk. Individuele hobby’s en gezinswerk vergen meer tijd. Vrijwilligerswerk heeft bij de jongere generatie (babyboomers) geen goed image. Het geeft weinig status en ouderwetse structuren schrikken potentiële vrijwilligers af. De babyboomers werken ook langer door.

Hoe het tij te keren

Movisie ziet een aantal oplossingen. Het vrijwilligerswerk moet gemoderniseerd worden. Het moet ook meer diversiteit hebben. Het werk moet interessanter worden voor de vrijwilligers. Zij moeten zich in hun activiteiten kunnen ontplooien en ze moeten hun werk meer flexibel kunnen uitvoeren.
Nu is een vrijwilliger te veel een “loslopend wild dat gevangen moet worden” voor het soort werk dat beroepskrachten laten liggen omdat er te weinig geld voor is. Een vrijwilliger wil serieus werk leveren, effectief, goed aangestuurd en met goede werkvoorwaarden.
Zij moeten ook met hun tijd woekeren.
 

naar de top



BEWEEG JE!

Met sport vanuit onze lui stoel komen we dit jaar wel aan onze trekken met de Olympische Spelen en voetbal. Maar hoeveel bewegen we zelf?
“Wie te weinig beweegt, takelt zowel geestelijk als lichamelijk sneller af”. Dat zegt Dr. Arno Rademaker, lector gerontologie. “Een dagelijkse portie bewegen houdt ziekte en gebrek op afstand. Veel bewegen geeft ons meer gezonde jaren. Als je wilt genieten van je rust en nauwelijks uit je stoel komt, wees dan niet verbaasd als je klachten krijgt. Hartkwalen, diabetes, bepaalde vormen van kanker, hersenbloeding, gewrichtsartrose, botontkalking, depressieve klachten. Luieren is niet gezond, zo zijn we niet gemaakt. Alle nieuwe comfort hoeft geen zegening te zijn. Rollators, roltrappen, liften, computers, afstandbediening, fietsen met trapondersteuning, je gaat er steeds meer van in je luie stoel zitten. Zo lang het kan kun je beter trainen om in conditie te blijven. Dat houdt ook de geest actief.

Hoeveel beweging?

De hoeveelheid beweging die een mens nodig heeft is moeilijk te bepalen. De NNGB (Nederlandse Norm gezond Bewegen) zegt: minstens vijf dagen per week ten minste dertig minuten matig tot intensief bewegen. De ademhaling en de hartslag moeten ervan omhoog gaan. Slechts veertig procent van de 65-plussers voldoen aan die norm. De verzorgingshuizen zijn erg bewegingsarm, daar voldoet slechts twintig proces aan de norm. Daar zwaaien de deuren automatisch open. Niets nodigt uit om iets te doen. De vrijwilligers dragen je er zelfs de koffie achterna. Dat is heel mooi als het echt nodig is. Voorkomen moet worden dat je in een sociaal isolement raakt omdat je je te weinig kunt bewegen.

naar de top



IN DE VOLKSTUIN

“Het bezit van een tuin of volkstuin kan juist in onze tijd bijdragen aan onze levenskwaliteit”. Dat schreven we op 8 maart 1995 in deze rubriek, die toen nog Wat heet oud? heette .
VROM-minister Ella Vogelaar onderstreepte op 15 juli in het NOS-journaal de kansen die volkstuinen scheppen bij integratie en verbetering van sociale contacten.
De Volkstuin is een oase van rust in een samenleving die gekenmerkt wordt door haast, drukte, lawaai en anonieme contacten. In de tuin heb je direct voelbaar contact met de natuur. Je beleeft er het groeien en bloeien van de gewassen. Je ziet er de cyclus van groei, verval en herstel van de natuur. Je ervaart hoe je door je tuin te bewerken zelf voor je eten kunt zorgen. De volkstuin is een bron van inspanning, ontspanning en sociale contacten. Daardoor wordt veel sociaal isolement en eenzaamheid voorkomen. Hij vormt een tegenwicht voor het hectische leven. De volkstuinen functioneren als een kweekvijver voor integratie.

Gezond eten en recreëren

Je wisselt er van gedachten over de kweek, het onderhoud en het gebruik. De gelegenheid is er geschikt voor en dat bepaalt hoe je elkaar beter leert kennen en hoe je met elkaar omgaat.
Ooit begonnen als het buiten (de datsja) voor de stadse arbeider hebben de volkstuinen zich ontwikkeld tot een actieve recreatiegelegenheid en ontmoetingsplek.
De volkstuin is een werkplaats die een concrete bijdrage levert aan het oplossen van milieuproblematiek. Er wordt voorzichtig omgesprongen met bemesting en bestrijdingsmiddelen.
De volkstuin levert een serieuze bijdrage aan gezondheidspreventie vooral voor ouderen. Zij houdt hen in beweging en brengt hen met elkaar in contact.

naar de top



OVERLEG

Als je nagaat welke organisaties betrokken zijn bij zaken waar ouderen belang bij hebben, kom je in een bos van regelingen, voorzieningen en diensten terecht waar je door de bomen het bos niet meer ziet. Er moet heel wat afgepraat worden namens de ouderen met overheid en instellingen. Er moet ook terdege meegepraat worden door de ouderen om het oude bomenbos te laten functioneren. Het bos met regelingen en voorzieningen wordt voortdurend onder handen genomen en opgeschoond.
Sommige voorzieningen worden “onbetaalbaar” door de vergrijzing. Bovendien blijven de mensen langer gelukkig en gezond als ze langer de eigen regie en eigen verantwoordelijkheid houden. De taken (en ook de voorzieningen) van de overheid, verzekeraars en gemeenten worden aangepast aan de wereld en de politiek van morgen.

Waar het om gaat

Het moet allemaal “beter en voordeliger”. Toegankelijker en effectiever met meer keuzemogelijkheden voor de consument. Meer samenwerking, afstemming en samenhang. En tevens ook nog zonder bureaucratie “eenvoudiger en transparanter”. Dat is een mooi streven, maar het ligt voor de hand dat de “vereenvoudiging” het kind van de rekening wordt.
Vereenvoudiging van de regelgeving betekent meestal nieuwe regelgeving. Alle goede bedoelingen ten spijt wordt het daarvan meestal niet eenvoudiger.
Het belangrijkste is dat de mensen zelf kunnen vinden wat ze het hardste nodig hebben. Ook de eigen regie over de noodzakelijke voorzieningen diensten waarop men is aangewezen is van groot belang. De consument moet zijn eigen keuze kunnen maken voor een voorzienig op eigen maat. Zo nodig moet hij over een eigen budget kunnen beschikken om er de eigen regie
over te kunnen voeren.
 

naar de top

 

IN DE HOEK GEZET

“Ouderen worden in de hoek gezet omdat ze te veel kosten”, stelt prof. dr. Geert Braam. Voor velen in Nederland is ouder worden een gevecht om te overleven. Veel ouderen leven op de armoedegrens. Politici en economen scheppen een verkeerd beeld van hen. “Blijf van die mensen af en respecteer hen”, zegt Geert Braam.
Er wordt in Nederland erg eenzijdig naar de ouderen gekeken. Economen en politici zeggen dat de vergrijzing veel geld kost. Dat werkt als een blinddoek en ondertussen verliest Nederland zijn ouderen uit het oog. Daarom is Braam na zijn pensionering weer aan het werk gegaan. Hij houdt lezingen en schrijft artikelen om zoveel mogelijk de ogen te openen voor de realiteit.

Ministers en hoge pieten zeggen dat armoede niet meer voorkomt of binnenkort is verdwenen. Dat klopt niet. De politiek verkoopt zich vooral aan de mensen die het goed gaat en die daarop hopen. Dat gaat ten koste van mensen met minder. Er zitten een heleboel mensen op de AOW-grens, zeg maar: armoedegrens. Die hebben als pensioen zo’n 150 euro bovenop hun AOW. Ongeveer een derde van de ouderen moet daarmee rondkomen.
Bij elke nieuwe regeringsbegroting blijkt achteraf dat de minima, chronisch zieken en ouderen er toch weer in koopkracht op achteruit gaan.
Beleidsmakers en politici leven in een andere wereld. De wereld van de ouderen dringt niet tot hen door.

naar de top


ZWITSERLEVEN

“Het Zwitserlevengevoel is kortzichtig, ouderwets, onbetaalbaar en oervervelend”, zegt hoogleraar ethiek Frits de Lange. Het is de langst lopende reclamecampagne in Nederland die een eigen leven is gaan leiden en die voor geen meter deugt. Het grote genieten begint in je eigen aartsparadijs bij je vijfenzestigste als beloning voor een leven lang noeste arbeid. Het is een zorgeloze droombestemming naar het nirwana van een onbezorgde oude dag.
Zwitserlevengevoel is volgens Van Dale “Onbekommerd gevoel, met name ten aanzien van de postactieve levensfase, gebaseerd op het vertrouwen dat men een in financieel opzicht onbezorgde oude dag tegemoet gaat, genoemd naar de Nederlandse verzekeringsmaatschappij Zwitserleven”.
In zijn boek De armoede van het Zwitserlevengevoel maakt Frits de Lange korte metten met dat gevoel. Zwitserleven geeft een armoedige, vooroorlogse en afgedane kijk op een nieuwe levensfase. De Lange pleit voor een creatieve aanpak.

Pleidooi voor een andere oude dag

Geluk en perspectief hebben te maken met sociale relaties, met ontplooiing en zelfrealisatie in je samenleving. Dat is veel meer dan cocktails op een zonnig strand. Zalig nietsdoen alleen is een armzalig geluksideaal.
De visie Zwitserlevengevoel is gebaseerd op een wereld en werkelijkheid die niet meer bestaat. Een levenssituatie van je veertig jaar kapot werken en vervolgens dertig jaar dood vervelen. Wat is de zin (de functie, de levensrol) van die veertig jaar werken en die dertig jaar niets doen en van die absolute tegenstelling tussen beide levensfasen. Het zingevend vermogen van beide is zeer beperkt.
De strikte scheiding tussen scholing, werken en pensioen is toe aan verandering en vernieuwing. Het motto voor de komende tijd moet zijn: Levenslang werken, leren, zorgen, welzijn en genieten. Ouderen blijven volledig participeren. Zij zijn geen slachtoffer van hun leeftijd.

naar de top


 

DE WMO

Kwaliteit van leven

Je kunt er van alle kanten tegen aan kijken, maar waar alles om draait bij de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) is volwaardig burgerschap voor iedereen. Hoe schept onze samenleving de nodige voorwaarden om de burgers is staat te stellen om gelijkwaardig mee te doen, de regie over eigen leven in eigen hand te houden en plezierig te leven. Het gaat om de basisvoorwaarden voor kwaliteit van leven voor iedereen.
Over die kwaliteit van leven kun je verschillende opvattingen hebben. Vanuit die opvattingen en met die bedoelingen is de WMO ook ontstaan.
Beperkingen voor maatschappelijk deelname moeten zoveel mogelijk overbrugd en gecompenseerd worden. Wie niet kan lopen of zich moeilijk beweegt, krijgt hulpmiddelen voor meer mobiliteit en woningaanpassing. Wie zijn huishouding niet kan doen, krijgt huishoudelijke hulp. De sociale samenhang en de leefbaarheid van de woonomgeving moet worden versterkt zodat iedereen kan meedoen. Problemen met opgroeien en opvoeden moeten worden aangepakt. Wie de weg niet weet in de samenleving, krijgt begeleiding. Wie onvoldoende voor zichzelf kan opkomen, krijgt ondersteuning. Dat geldt ook voor vrijwilligers en mantelzorgers. Wie maatschappelijke opvang nodig heeft, krijgt het.
Wie gezond wil zijn en blijven, moet daarbij alle hulp krijgen. Werk en inkomen, eigen regie en participatie zijn zaken waar iedereen recht op heeft en waar iedereen aan moet meedoen.
Alles bijeen een prachtig programma, maar hoe voer je dat goed uit.

Hoe organiseer je dat?

De regie en verantwoordelijkheid voor de WMO is in handen gelegd van de gemeentelijke overheid. De gemeente staat dicht bij de burger. Samen met de burgers kan ze echt iets doen aan alle lokaal beleid van participatie, wonen, welzijn, zorg, werk en inkomen, waarop de WMO stoelt.
Het eerste probleem bij de uitvoering van de WMO is haar toegankelijkheid en bruikbaarheid voor iedere burger. Je kunt de hoofdprijs wel gewonnen hebben, maar als je dat niet weet, heb je er ook niets aan. De WMO is zo’n hoofdprijs, maar je moet hem wel ophalen.
Je klopt niet aan bij de gemeente als je de weg niet weet of als je de gemeente niet vertrouwt. Dan zal de gemeente bij jou aan moeten kloppen. Dat is geen simpele zaak, maar wel noodzaak. Wie de voorziening het hardst nodig heeft, moet ze het eerst krijgen. Ook dat is geen eenvoudige opgave.

naar de top



WMO TOEGANG

De mensen die de WMO nodig hebben, moeten de WMO ook kunnen vinden. Voor mensen die om welke reden dan ook een voorziening niet kunnen vinden, “bestaat” die voorziening niet. Dat is niet de bedoeling van die voorziening en zeker ook niet van de gemeente die voor deze voorziening zorgt. Een voorziening die te weinig toegankelijk is, functioneert niet goed.
Voor mensen die in een sociaal isolement verkeren is het vaak onmogelijk om de weg te vinden naar aanvullende voorzieningen die leiden naar betere samenlevingsdeelname en eigen regie. Voor mensen die geen geloof en vertrouwen hebben in samenleven en eigen regie zal het moeilijk zijn om goed gebruik te maken van voorzieningen die daarvoor bedoeld zijn.
Hoe verkoop je de nodige maatschappelijke ondersteuning (zorg en welzijn) aan zorgmijders? Toch vinden wij als samenleving dat die mensen de WMO het hardste nodig hebben. Hoe bereik je deze burgers?

De weg wijzen

De burgers moeten gemakkelijk de kortste weg kunnen vinden naar de juiste voorziening. Dat betekent dat ze zo snel mogelijk bij het loket komen dat direct een goed antwoord geeft op hun vraag. Bijvoorbeeld: Iemand klopt aan omdat hij meer geld nodig heeft, maar hij heeft ook grote schulden. Dan zal er een start gemaakt moeten worden met schuldhulpverlening om tot een echte oplossing te komen. Een andere klant komt bij het loket (dat kan ook per telefoon of digitaal) en vraagt om huishoudelijke hulp. Die klant heeft tafeltje dek en/of alarmering (en eventueel ook nog huishoudelijk hulp nodig. Dan krijgt de klant wat hij of zij nodig heeft van het loket. Aan dat loket zit de persoon met de nodige deskundigheid en bevoegdheid en de klant gaat met de juiste oplossing naar huis.
Dat loket met oplossingen in de vorm van voorzieningen wonen, welzijn, zorg en inkomen moet voor de burger de binnenkomer zijn bij de gemeente. Het zal een soort lokettenplein zijn waar de burger zo gemakkelijk mogelijk zijn weg vindt naar participatie en eigen regie.
Ook al is dit ideale plein (bijvoorbeeld in een nieuw gemeentehuis) straks nog zo goed ingericht, dan zul je zien dat sommige burgers met beperking het plein niet kunnen vinden.
Voor die mensen moet het loket naar de burger toe. Dat kan op allerlei manieren, zoals huisbezoek, naar wijk of dorp en werken vanuit een instelling of organisatie.

naar de top


HELPT GELOOF?

Helpt bidden bij ziekte? Draagt het bij aan je gezondheid, als je gelooft? Het zijn moeilijke vragen, maar ze liggen wel op het onderzoeksterrein van Joke van Saane, universitair docent aan de Vrije universiteit van Amsterdam. Zij houdt zich in colleges en onderzoek onder meer bezig met de relatie tussen geloof en gezondheid.
Geloven doet iets met de mens. Dat kan wetenschappelijk worden aangetoond. Wat het doet is een punt van onderzoek.
Onderzoek wijst uit dat in een religieuze groepering net iets minder verslavingen en ernstige ziektes voorkomen en dat de leden over het algemeen gezonder zijn. Ook is aantoonbaar dat wie sterk in zijn geloof staat, sterk in zijn leven staat. Geloof is belangrijk omdat het hoop biedt, perspectief en zingeving. Deze uitspraak van Joke van Saane lees ik in het KBO ledenblad, in het aprilnummer van Nestor. Maar aan dat geloof of die geloofsrichting verbindt Joke van Saane de volgende voorwaarden.
1. Het moet gaan om een open systeem met ruimte voor een persoonlijke beleving.
2. Er moet ruimte zijn voor persoonlijke invulling. Het geloof moet de mens dienen. Een hogere liefhebbende macht die mensen geen ruimte geeft, is geen basis voor een helend geloof.

Gebedsgenezing

Joke van Saane heeft een boekje over gebedsgenezing geschreven. Zij is psycholoog en geen theoloog, zij onderzoekt de psychologische kant van geloven. Geloof kan zingeving bieden.
Soms klampen mensen zich aan hun geloof vast. Soms lopen ze vast in het medische circuit dat hen geen uitkomst meer biedt en hen teleur stelt. De gebedsgenezer (een alternatieve genezer) benut waar iemand sterk in is en mobiliseert de kracht van het geloof van de patiënt.
Zelfvertrouwen en eigen capaciteit zijn onmisbare bouwstenen om te genezen. De patiënt moet er alles aan willen doen om te genezen. Dus op de eerste plaats gebruik maken van de mogelijkheden van de klassieke medische wetenschap. Maar de persoon moet ook voldoende gemobiliseerd worden om te genezen. Daar kan geloof en gebed bij helpen.
Godsdienstpsychologie richt zich op de vraag, welke impact geloof op het leven heeft. Het kan een vloek of een zegen zijn. Het leven kan aan kwaliteit winnen door geloofsbeleving, maar een opgelegd en dwingend geloof kan mensen ook beperken in hun mogelijkheden.
De wetenschap zal niet zeggen “bidden verhelpt artrose”, maar ook niet “individuele geloofsbeleving kan geen verlichting geven bij artrose”.

naar de top


MEDITEREN

Mediteren is iets anders dan eindeloos navelstaren en wachten op verlichting. Het gaat bij meditatie om aandacht en concentratie. De essentie van meditatie is dat iemand zich actief los kan maken van dagelijkse zorg en ongemak. Daardoor heeft men zelf invloed op de eigen gesteldheid en kan men zich innerlijk beter tot rust brengen. Mediteren kan op veel manieren en er bestaat een oneindige hoeveelheid meditatietechnieken voor allerlei doeleinden. Ik lees dit in Nestor het KBO ledenblad van april.
De voordelen van mediteren zijn zowel fysiek als mentaal veelomvattend. Bijvoorbeeld: neurowetenschapper Richard Davidson van de universiteit van Winconsin ontdekte een link tussen veranderingen in het brein en de gezondheid van mediterenden. Proefpersonen die wekenlang mediteerden hadden een betere weerstand tegen een griepvirus en de linker voorhersenen waren actiever. Een verhoogde activiteit van deze hersenhelft staat voor een positieve levensinstelling. Het onderzoek liet een link zien tussen geluk en het immuunsysteem.

Niet resultaat gericht

Je vraagt je af waarom wij niet meer mediteren als dat zoveel oplevert. In onze cultuur zijn wij nogal resultaatgericht. Tweemaal daags een half uurtje mediteren is op zich geen onoverkomelijke moeite, maar het spreek ons niet aan. Waarom dat half uurtje niet een boek lezen, TV kijken of muziek luisteren. Mediteren levert wel iets op maar je ziet het niet direct.
Mediteren is je concentreren op jezelf, op alles wat je mentaal en fysiek in je voordoet.
Meditatie is loslaten, acceptatie en rust, is niet gericht op inspanning en dingen buiten jou. Niet op iets krijgen of vullen, maar op leegmaken. Dat is heel moeilijk als je altijd maar bezig bent met invullen, krijgen, effectiviteit, concurrentie en realisatie.
Je hebt kortweg vier soorten meditatietechnieken.
1.concentratie om de geest leeg te maken,
2.inzichtmeditatie (observatie en zelfonderzoek),
3.meditatie in beweging, concentratie op bewegen zoals tai chi,
4.doelgericht mediteren (visualiseren om meer greep te krijgen op genezen of vergeven).
Het met aandacht uitvoeren van eenvoudige handelingen brengt lichaam en geest ook tot rust.
Wie aandacht heeft voor eten, koken, schoonmaken en verzorgen investeert erin. Deze concentratie komt te goede aan uw activiteiten en ook aan uw lichaam en geest.
Meditatie kan leiden tot een betere nachtrust, meer zelfvertrouwen, minder stress, hoofdpijn en lagere bloeddruk.

naar de top



DE OUDE DAG

Wij worden bestookt met doemscenario’s over de vergrijzing. Steeds meer ouderen, die steeds maar ouder worden, niet meer werken, maar zorg nodig hebben. Dat gaat gepaard met ontgroening. Steeds minder jongeren die de kost moeten verdienen voor de samenleving. “Hoe moet dat voor een duurzame toekomst van onze samenleving”, lijkt de doemvraag.
Dan moeten we eerst terug naar de werkelijkheid. Jongeren verdienen niet de kost voor ouderen. Dat hebben ouderen zelf gedaan. In ruimere mate en onder veel moeilijker omstandigheden dat de jongere generatie dat ooit zal doen. Vooral de ouderen hebben onze moderne welvaartsamenleving opgebouwd. Zij hebben vooraf hun eigen AOW ruimschoots betaald en ook hun pensioenvoorziening. Dat zij de laatste jaren van hun leven duurder in de zorg zijn is even normaal als dat jongeren opgevoed en voorbereid moeten worden voor hun samenlevingsparticipatie.
Het is ook niet zo dat de vergrijzingprobleem in Nederland groter is dan in andere landen van Europa. Op Ierland na heeft Nederland de jongste bevolking. Pas in 2020 bereiken wij het vergrijzingpeil van Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Zweden. Dat zegt Paul Schabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Ik lees het in het in het maartnummer van Perspectief, het ledenblad van de PCOB.

Fabeltjes

Een ander fabeltje is dat men in Nederland extreem vroeg met pensioen gaat. Dat klopt niet. Daar hebben we de laatste tien, vijftien jaar veel in veranderd. Toen ging men met 58, 59 jaar met pensioen, nu met 61, 62 jaar. In veel landen gaat men vroeger met pensioen. Als het ons lukt om de leeftijd van uittreden uit het arbeidsproces korter bij de 65 jaar te leggen, is er geen reden tot zorg.
Een ander punt is dat de Nederlanders te weinig weten hoe goed de pensioenen geregeld zijn. Daar is in bijna alle andere landen slechter voor gezorgd. Wij hebben AOW (een soort basispensioen) voor iedereen die 40 jaar in Nederland gewoond heeft. In andere landen heb je zoiets niet, en als het er is, wordt het uit de belastingen betaald. Dan komt de voorziening ten laste van de staatseconomie, terwijl in Nederland de vorige generatie de kosten al betaald heeft. Bovendien heeft in Nederland negentig procent van de bevolking bovenop de AOW een aanvullende pensioensvoorziening (in totaal 700 miljard euro).

naar de top



MARKTDENKEN

In onze wereld heb je mensen met een vraag. Mensen hebben dingen (zeg maar producten) nodig om te kunnen leven. Opvoeding en onderwijs, een dak boven je hoofd en brood op de plank, zorg en welzijn, werk en vervoer, gezondheid en dienstverlening, om maar wat te noemen. Die producten worden gemaakt en vormen het maatschappelijke aanbod als antwoord op de maatschappelijke vraag.
Als je die producten zonder poespas op de vrije markt zet en je laat de maatschappelijke vragen daarop los, zul je zien dat de vraag het meest passende aanbod zoekt. Producten moeten zich in concurrentie bewijzen of ze zullen verdwijnen. Wat blijft is de vrije markt die iedereen in staat stelt om zo effectief en voordelig mogelijk te kunnen leven. De toverformule, de theorie, lijkt zo simpel, maar de praktijk is daarentegen zeer weerbarstig.
Wie bepaalt welke de maatschappelijke vragen zijn. Dat is een moeilijk te ontwarren politiek proces. Burgers mogen zelf aangeven hoe ze willen leven. Ze kunnen kiezen voor een politiek programma. Een politiek programma is gebaseerd op de “algemene deler” van verschillende meningen en belangen. Het ontstaan van een politiek programma is een slagveld van bijkomende belangen, verwachtingen en beloften. Na de verkiezingen en de regeringsformatie zie je oppositiepartijen en vooral partijen van de “nieuwe ontevredenen” groeien.

De verkoper moet de markt beheersen

Een politiek die zichzelf niet kan verkopen, verdwijnt van de markt en uit het zicht. Dat geldt ook voor het programma en de producten van de overheid. Die hebben ze voor de verkiezing
moeten verkopen als “het beste, het goedkoopste en het meest adequaat”. Dat is hen gelukt
mede door het bespelen van de illusies van de volgzame burgers. Het inlossen van deze beloften valt in de praktijk enorm tegen. Daar wordt dus zwaar in geïnvesteerd door de overheid met regelgeving, bureaucratie, management en bezuiniging om het project te laten slagen. Die investering komt ten laste van de voorzieningen van de burgers, het moet tenslotte uit de lengte of de breedte komen. Dat valt in de praktijk hard tegen voor de burgers die individueel hun voorziening zien slinken en veel minder krijgen dan ze verwacht hadden. Die worden vervolgens weer ontevreden en zo ontstaat een vicieuze cirkel van verkoopillusie.

naar de top



EVEN AANDACHT

Veel mensen voelen zich vaak eenzaam. Zij hebben het gevoel dat er niemand is die belangstelling voor hen heeft. Ze voelen zich alleen en geïsoleerd in een drukke samenleving waarin niemand oog voor hen schijnt te hebben. Er worden veel grote woorden gesproken over eenzaamheid en sociaal isolement. Die begrippen hebben een grote lading, maar het blijft moeilijk om na te voelen hoe iemand zich voelt die vindt dat hij of zij eenzaam is.
Het meest eenvoudig is natuurlijk dat je open staat voor die mensen en dat je naar hen luistert en hen serieus neemt. Maar dan moet je hen tegenkomen. Jij kunt hen moeilijk vinden, maar misschien kunnen zij jou vinden.
Sensoor heeft daar een formule voor. Sensoor heette vroeger SOS telefonische hulpdienst. Dat klinkt veel dramatischer dan nodig en gewenst. Daarom is de naam SOS telefonische hulpdienst veranderd in Sensoor.
In de 50 jaar van hun bestaan is de nadruk minder op SOS (=grote crisis) komen te liggen en meer op de behoefte van mensen om hun verhaal te delen met iemand die echt met aandacht naar hen wil luisteren.

Het is gewoon fijn als er iemand naar je luistert

Soms is het fijn om je verhaal kwijt te kunnen, om met een ander te overleggen of alleen maar met iemand te praten. Een goed gesprek lucht op. Sommige dingen kun je moeilijk bespreken met iemand uit je eigen omgeving. Daarom kun je bij Sensoor terecht voor een goed gesprek via de telefoon, chat of e-mail.
Als je belt krijg je iemand aan de lijn die echt naar je luistert. Die met je meedenkt en je eventueel doorverwijst naar andere instanties. Deze mensen zijn opgeleid voor dit werk. Zij zijn vrijwillige medewerkers. Ze zijn er dag en nacht voor u. Je kunt hen anoniem bellen en het gesprek is vertrouwelijk. Sensoor is altijd bereikbaar. Het landelijke nummer is 0900-0767, je betaalt dan 5 cent per minuut. De regionale nummers bel je tegen lokaal tarief.
Breda 076-5218450, Tilburg 013-5441544, Eindhoven 040-2125566, ’s-Hertogenbosch 077-6140048. Mailen of chatten is gratis www.sensoor.nl
Sensoor is de grootste organisatie in Nederland die emotionele ondersteuning op afstand biedt. Dat gebeurt vanuit 25 vestigingen over het hele land. Jaarlijks voeren 1200 vrijwilligers meer dan 220.000 gesprekken. Zij worden bijgestaan door professionals.


naar de top



HERSTEL “DE ZORG”

Het is tijd voor een parlementaire enquête

Als we in ons land in de problemen komen omdat een voorziening niet meer goed functioneert, organiseren we een parlementaire enquête. Dat hebben we o.a. gedaan bij de Criminaliteitbestrijding, de Bijlmermeerramp, de Bouwfraude en de Onderwijsvernieuwing. Een parlementaire enquête onderzoekt hoe het zover kon komen, wat er mis gaat en hoe we dat op moeten lossen. Een ingrijpende operatie, waartoe niet lichtvaardig wordt besloten.
Een parlementaire enquête naar het functioneren van onze zorgvoorzieningen is heel hard nodig. Er is enorm veel veranderd in het totale zorgstelsel met allerlei politieke bedoelingen. “Daardoor is de patiënt en de consument, om wie het allemaal begonnen is, uit het zicht geraakt”. Dat zegt Iris van Bennekom, directeur van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF).
Om de zorgkosten te dekken zijn we in Nederland verzekerd door de Zorgverzekeringswet voor huisarts, ziekenhuis, apotheek, fysiotherapie etc. Voor langdurige zorg zijn we verzekerd in de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ). De WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) is een gemeentelijke regeling (geen verzekering) die ons toegang geeft tot voorzieningen met het oog op wonen, zorg en welzijn.

Welke problemen?

Het is niet duidelijk hoe het zorggeld wordt besteed. Alle veranderingen waren bedoeld om het zorggeld doelmatiger te besteden. Dat kan niet als de overheid er geen zicht en geen greep op heeft. De vrije markt is te zeer bepalend en de burger is de klos. De patiënt heeft nauwelijks invloed op de zorg die hij krijgt. De zorgorganisatie is een ondoordringbaar oerwoud geworden waarin de consument zijn weg niet kan vinden.
De vraag naar zorg is ingrijpend veranderd, het aanbod verandert maar moeilijk. Mensen met een ziekte of beperking willen blijven meedoen. De ziekte of aandoening staat in het stelsel centraal en niet de mens, die ondersteuning nodig heeft om eigen regie te kunnen voeren.
De verschillende belangen van patiënten, aanbieders, financiers en overheden zijn te diffuus en ook te weinig van elkaar gescheiden. Niemand weet precies welk effect premieverhoging van de ziektekosten heeft. Wordt het zorgaanbod er beter van en voor wie dan?
Wie betaalt bepaalt. De gemeente betaalt haar voorzieningen en bepaalt ook via de indicatie wie er hoeveel gebruik van maakt. Meer toegang geven, betekent voor de gemeente meer zelf betalen. Daar kun je geen kwaad woord van zeggen, maar vertrouwenwekkend is het niet.

 

naar de top


FRUSTRATIE

Een oude mevrouw met veel beperkingen krijgt al jaren twee ochtenden per week huishoudelijk hulp. Deze indicatie liep tot december 2007. Onlangs belde een medewerker van het gemeentelijke zorgloket dat ze met ingang van 2008 nog maar één dagdeel huishoudelijke hulp krijgt. Hoe kan dat, werd mij gevraagd. Ik weet het niet. Dat moet je de gemeente vragen.
Ik begrijp dat iedereen een herindicatie krijgt in verband met de invoering van de WMO. “Die herindicatie zal nauwelijks nadelige gevolgen hebben voor de cliënten”, zei de gemeente. “We proberen onze voorzieningen ondanks alle veranderingen zoveel mogelijk in stand te houden”, zegt de gemeentelijke Sociale Visie.
Ik weet het allemaal niet. Wat ik wel weet is:
Ik doe zo’n twintig jaar mee in commissies die zich bezig houden met voorzieningen en diensten voor ouderen en voor mensen met een beperking. In die periode is er enorm veel veranderd. Die veranderingen “moesten” worden ingevoerd. Het moest goedkoper want er kwamen zoveel mensen bij die van deze voorzieningen gebruik moesten maken.
En als er iets “moet” gebeuren, moet het wel verkocht worden. Alle aandacht ging bij elke verandering uit naar de voortreffelijkheid van de nieuwe voorstellen. De nadelen voor de mensen, die al gebruik maakten van deze voorzieningen, bleven te veel onder de tafel.

Dit is echt het beste product!

Volgens mij zijn wij in onze huidige samenleving de dupe geworden van onze eigen wijsmakerij. Wie iets verkoopt, moet op een geloofwaardige manier duidelijk maken dat zijn product “het beste” is. Dat geldt voor opvattingen, overtuigingen, politiek, wetgeving, voorzieningen en noem maar op. Als je dat niet kunt of wilt bewijzen, verdwijn je van het toneel. Dat vergt veel verkooptechniek. Politiek die hier geen gebruik van maakt verdwijnt uit het zicht. Dus elke verandering die nieuwe politiek voorstelt, is beter dan oude politiek.
Het nieuwe beleid wordt uitgedragen als het meest voortreffelijke. Ook de uitvoerders moeten zich bewijzen. Dat soort ontwikkelingen heeft een enorm effect, waarvan wij de gevolgen nauwelijks kunnen overzien.
We hebben dat meegemaakt bij de invoering van WVG en nu bij de WMO. Het is per definitie allemaal veel beter dan vroeger en het kost minder. Het wordt minutieus geregeld en ingekleed.
Het lijkt allemaal prachtig voor de samenleving. Maar de mensen die er gebruik van moeten maken, komen bedrogen uit.

naar de top

 

 

VEILIGHEID

“Veiligheid is het thema dat de huidige samenleving het meest bezighoudt”, menen de samenstellers van het jaarboek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). “Maar hoe ga je het gevoel van onveiligheid bij de bevolking te lijf”, vraagt de Volkskrant zich op 11 januari zich af.
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) voorspelde in 1977: “In 2000 zal criminaliteit slechts nog een randverschijnsel zijn”. De WRR dacht dat maatschappelijke gelijkheid zodanig zou toenemen dat diefstal overbodig zou zijn. Allerlei vormen van geweld als reactie op “niet te rechtvaardigen” sociale achterstanden zouden dan ook minder voorkomen.
Als je dat anno 2008 leest, schrik je. Op de eerste plaats vanwege de naïviteit en de idealistische opvattingen van een wetenschappelijke raad. Maar ook vanwege de onderliggende veronderstelling dat de resultaten van onveiligheid die we nu zien, niet te voorkomen waren. In deze bundel Staat van veiligheid geven wetenschappers, historici, filosofen en sociologen hun mening over het thema “veiligheid”.

De context

Met veiligheid wordt vaak bedoeld: de afwezigheid van gevaar. In die betekenis is veiligheid een utopie. Gevaar is er altijd op velerlei gebied. Je kunt fouten maken, ziek worden, je werk verliezen, slachtoffer worden, etc. We kunnen er samen veel aan doen om het ergste te voorkomen, maar niet alles. Een “hemel op aarde maken” is een mooi streven, maar het leidt tot een echec als je het echt gelooft. Deze verwachting wordt onherroepelijk afgestraft door de realiteit. Dat weet je vooraf, maar je wilt het niet weten.
Toen we de twintowers in elkaar zagen storten wilden we zekerheid dat dergelijke rampen ons nooit meer zouden overkomen. Dergelijke zekerheden bestaan niet echt. Natuurlijk zullen we alle krachten moeten bundelen om rampen te voorkomen, maar je moet elkaar niets wijs maken. Dat is vragen om teleurstelling. Het is ook heel moeilijk te voorkomen. Wie in onze huidige samenleving iets wil verkopen, zal zijn product op een geloofwaardige wijze moeten aanprijzen als “het beste”. Dat geldt voor alles: voor geloof, overtuiging, politiek, voorzieningen, maar ook voor water en brood. Dat aangeprezen product moet ook zijn betekenis voor jou bewijzen. Daarom wordt er niets nagelaten om te bewijzen, hoe voortreffelijk het is. Het gevolg is: veel wijsmakerij en onjuiste verwachtingen met alle gevolgen van dien.

naar de top

 

 

HOE ARM IS...

Hoe arm is Nederland? Die vraag wordt gesteld in het decembernummer van het ledenblad Van mens tot mens van Humanitas. “Het aantal mensen dat op of onder de armoedegrens leeft, is de afgelopen jaren gegroeid. Steeds vaker krijgt Humanitas te maken met mensen die in de armoedespiraal terecht zijn gekomen”.

Voedselbanken zijn een bekend verschijnsel geworden in Nederland. Sinds eind jaren negentig wordt er schande van gesproken. Nederland is een welvarend land met goede sociale voorzieningen. We dachten dat we het “tijdperk van aalmoezen” ontgroeid waren. Het is daarom moeilijk om toe te geven dat er in Nederland mensen zo arm zijn dat ze zonder voedselhulp niet rond kunnen komen. Toch kunnen we niet om deze realiteit heen. De redenering dat het “uiteindelijk hun eigen schuld” is, doet daar ook niets aan af.
Natuurlijk willen we begrijpen hoe het komt. Al was het maar om te zien hoe de armoede het best bestreden en voorkomen kan worden.
Relatieproblemen, huisuitzetting, psychische, sociale en schuldenproblemen, werkloosheid en sociaal isolement kunnen rare implicaties hebben, waaraan ons sociaal voorzieningenpatroon onvoldoende tegemoet kan komen.
De toegang voor voedselbank is beperkt: één euro boven de minimuminkomensgrens en je komt er niet voor in aanmerking.

En dan….

Je moet mensen helpen op een manier die tot gevolg heeft dat zichzelf leren helpen. “Mensen moeten de regie over hun eigen leven kunnen voeren. Maar daarvoor moet je wel over de nodige voorwaarden en middelen beschikken”, zegt Lodewijk de Waal, voorzitter van Humanitas en oud-voorzitter van de FNV. Dat zegt ook de Sociale Alliantie (van kerken, vakbonden, cliëntenraden en vele andere), waar hij ook voorzitter van is.
De Sociale Alliantie heeft een brief aan de regering geschreven om aandacht te vragen voor de armoede. Zij vindt ook dat de voedselbanken overbodig moeten worden en stelt maatregelen voor die daar toe leiden.
Humanitas heeft een nauwe samenwerking met het NIBUD, de deskundige organisatie om te leren rond te komen met je inkomen. Wie niet rond kan komen moet leren om met zijn huishoudboekje om te gaan. Juist als je weinig te besteden hebt, moet je er het beste mee omgaan. En hoe je het ook wendt of keert: Als je schulden maakt, zul je moeten terugbetalen.

naar de top


JONG VAN GEEST

Achteruitgang van het brein, hoort bij ouder worden. Ouderen kunnen bijvoorbeeld minder gemakkelijk leren en zich niet meer zo goed aanpassen aan veranderende omstandigheden. Toch blijven de mensen die niet berusten in de ouderdom maar steeds weer iets nieuws en uitdagends oppakken, het langste jong van geest. Dat lees ik in het novembernummer van Nestor, het ledenblad van KBO.
Ouderdom is een lichamelijke ontwikkeling waaraan de persoon zich geestelijk moet aanpassen. Deze kwetsbaarheid is geen ziekte en zeker geen terminale ziekte.
Ouderdom betekent niet: definitief achteruitgang. Dat is voor ouderen niet anders dan bij jongeren. Ouderen zijn vergeleken met jongeren in het nadeel bij taken die een beroep doen op reactiesnelheid. Concentratie en werkgeheugen schieten eerder tekort. Ouderen hebben meer moeite met het wisselen van aandacht, inspelen op nieuwe situaties en het stellen van prioriteiten. De rek gaat een beetje uit de hersenen bij ouder worden. Ze worden minder snel en flexibel. Als cognitieve vaardigheden een beroep doen op ervaring en kennis blijken ouderen het niet slechter te doen dan jongeren. Mensen bereiken hun top aan geestelijk vermogen pas rond hun 75ste.

Actief blijven

Bij ouder worden gaan niet alleen het lichaam, maar ook de hersenen achteruit. Cellen sterven af, verbindingen tussen hersencellen en hersengedeelten verdwijnen of functioneren slechter. De hoeveelheid neurotransmitters (moleculen die signalen doorgeven) neemt af. De hersenen compenseren en herstellen dat. Bij uitval van een deel in de hersenen, neemt een ander deel dat over. Dus als ouderen het moeilijk krijgen met een bepaalde functie, worden andere hersenfuncties ingeschakeld. Hoe meer er gecompenseerd wordt, hoe minder de hersenen achteruit gaan. Daarom is het zo belangrijk om zowel lichamelijk als geestelijk actief te blijven.
Een passieve houding is funest. Elke capaciteit die je niet gebruikt, gaat verloren. Wie lang genoeg niet loopt, verliest zijn loopvermogen. Dat geldt voor al je lichamelijke en geestelijke vermogens. Dat geldt voor jong en oud, maar oud is meer kwetsbaar.
Bewegen helpt om lichaam en geest soepel te houden en om cognitieve veroudering tegen te gaan. Door verhoogde zuurstofopname in het brein sterven cellen minder af en blijven verbindingen tussen de hersencellen beter in conditie.
Wie zijn leven lijdelijk ondergaat wordt een lijdend voorwerp en zijn lot is voorspelbaar. Wie uitdagingen actief oppakt en eigen regie over zijn leven voert, mobiliseert zijn capaciteiten in volle omvang en schept het beste perspectief.

naar de top


VEROUDERING

Dr. Anneke van der Plaats, sociaal geriater, onderzocht in haar proefschrift Geriatrie, een spel van evenwicht hoe de zorg voor ouderen er idealiter uit zou moeten zien.
Het verouderingsproces is een lichamelijke ontwikkeling waaraan de persoon zich geestelijk moet aanpassen. Het gaat hierbij om het moeizamer functioneren van het samenspel van de organen. Dat samenspel is nodig om het interne evenwicht van het lichaam (de homeostase) te handhaven.
Ziekte is verstoring van de homeostase en veroudering is het kwetsbaar worden van de homeostase. De toenemende kwetsbaarheid ontstaat door het smaller worden van de bandbreedte van de homeostase bij het ouder worden.
Een belangrijk element van samenspel van de organen bij de mens is het stressproces. Stresshormonen brengen ons in een verhoogde staat van paraatheid als er een beroep op ons gedaan wordt. Het stressproces verloopt minder flexibel bij het ouder worden. Men wordt eerder nerveus, men neemt meer voorzorg. Ontstaat daardoor langdurige stress dan put het lichaam zich uit en kunnen er ziekteverschijnselen ontstaan. Bij ouderen komt dat door de smallere (meer beperkte) homeostase.

Misleidende ziekteverschijnselen

Ziekteverschijnselen kunnen twee oorzaken hebben. De ene is de ziekte zelf en de andere is langdurige stress. 1.De klachten kunnen te maken hebben met aantoonbare afwijkingen. Deze benadering geldt vooral in de ziekenzorg. 2.De klachten zijn te wijten aan stressfactoren. Deze benadering van de welzijnszorg komt meestal pas aan de orde als de ziekenzorg onvoldoende werkt.
Stressfactoren zoals gevoelens van onveiligheid en onmacht, gebrek aan eigen regie en structuur, zingeving en tijdsbesteding, te weinig afwisseling kunnen leiden tot onderbelasting. Men is zich daarvan niet bewust. De onderbelaste persoon voelt zich steeds beroerder en onmachtiger, krijgt meer klachten, doet opnieuw beroep op de gezondheidszorg en komt in een vicieuze cirkel terecht. Dat leidt tot apathie, maar men moet juist worden opgeroepen tot levensvervulling Men moet betekenis krijgen voor zijn omgeving. De klachten van deze mensen worden onterecht geweten aan een ziekte. Hun welbevinden blijft echter in gebreke. Zij moeten worden opgeroepen om uit de koker van hun isolement te komen en om zich actief te laten zien in hun samenleving. Een contactrijke omgeving en activiteiten kunnen hen opwekken. Welzijnszorg kan hen perspectief bieden.

naar de top


KOPEN OF HUREN

Voor veel 50-plussers is de eigen woning hun grootste bezit én hun grootste zorg. Verkopen en gehuurd gaan wonen, betekent twee vliegen in één klap slaan. Het levert geld op en vrijheid. Misschien is het toch verstandiger te blijven wonen in je eigen bekende buurt en een tweede hypotheek te nemen of een andere oplossing te zoeken.
Je moet alles goed op een rijtje hebben om deze belangrijke beslissing te nemen. Hoe wil je leven. Wil je een aanvulling op je pensioen om er wat ruimer van te leven. Wil je de kinderen iets extras toestoppen. Wil je liever niet verhuizen. Zoek het allemaal goed uit. Geloof om te beginnen niet in de sprookjesverhalen over marktproducten en beleggingshypotheken waarmee de overwaarde van uw huis grote winsten oplevert. Er is de laatste jaren veel mis gegaan met deze producten.
Er zijn ook andere opties. Wie verknocht is aan zijn woning en niet wil verhuizen, maar wel af wil van alle lasten en kosten die een huiseigenaar op zijn bord krijgt, kan zijn woning verzilveren. Ze kunnen hun woning verkopen en vervolgens weer huren.
Vroeger was het niet ongewoon dat ouders de eigen woning verkochten aan de kinderen en die vervolgens van de kinderen terug te huren. De belastingdienst heeft deze constructie zeer onaantrekkelijk gemaakt.

Het blote eigendom

Torenstad Verzilverd Wonen (TVW) heeft deze rol van de kinderen overgenomen. TVW bemiddelt tussen senioren die hun woning verkopen en woningcorporaties die deze kopen.
De eigenaar verkoopt het blote eigendom (het huis en de grond) en behoudt levenslang het woonrecht. De corporatie neemt alle kosten van de eigenaar voor haar rekening, zoals onderhoud en aanpassing van de woning. Veel ouderen hebben een hekel aan schulden. Een opeethypotheek lusten ze niet. Door hun huis te verkopen en het woonrecht te behouden, hebben ze extra geld te besteden. Dan zijn ze ook af van de zorgen voor het onderhoud en wonen ze levenslang gratis. Dat woonrecht geldt ook voor de eventuele partner. Bij overlijden blijft de ander verzorgd achter.
Het voordeel van verzilverd is wonen dat je in je eigen huis en buurt blijft wonen. Als je een nieuw huis huurt, vindt dan maar eens een gelijkwaardig huis dat aan huur niet duurder is dan de woonlasten die je nu hebt. Je verliest wel de mogelijkheid om je huis later aan de kinderen te geven.

naar de top


OUDERS

Ouders stellen in toenemende mate hoge eisen aan scholen en crèches. Veel ouders hebben het vaak erg druk en ze stellen terecht vragen bij hun opvoeding van de kinderen. Sommige ouders hebben opvattingen over opvoeding, waar een school moeilijk mee uit de voeten kan. De school heeft de opdracht om goed onderwijs te geven en wordt daar door de overheid ook voor betaald. Goed onderwijs heeft echter effect naarmate het kind in een gunstige situatie, waarin je goed kunt leren, verkeert. Als een kind zich onmogelijk gedraagt en onmogelijke eisen stelt, heeft de school een probleem. Daar moet de school iets mee doen, maar ze heeft door beperkte menskracht zijn grenzen.
Uit een onderzoek van het blad J/M blijkt dat het overgrote deel van de ouders de volgende houding heeft. “Mijn eigen bloedjes zijn welopgevoede engeltjes, maar andermans kinderen zijn niet te pruimen”.
Voor de meeste ouders is hun kind het grootste belang in hun leven. Het kind moet dus met de grootst mogelijke zorg worden opgevoed. Dat is mooi, maar dat kost ook tijd van de ouders. Die hebben ook ander groot belang, namelijk het werk, sociale contacten en tijd voor zichzelf. Als gevolg van de drukte blijft er vaak te weinig tijd over voor de opvoeding.

Veeleisend en hoog opgeleid

Vooral ouders met een hogere opleiding worden de laatste jaren steeds veeleisender. Zij besteden hun kinderen veel uit, soms tot vier of vijf dagen per week. Dan maakt de kinderopvang een belangrijk deel uit van hun opvoeding. Maar de kinderopvang schept geen gezinssituatie. Ouders doen liever leuke dingen met de kinderen in de spaarzame tijd die zijn voor de kinderen hebben. Moeilijke confrontaties, waarin het kind moet leren luisteren en gehoorzamen, laten zij liever over aan de crèche over. Dan zegt zo’n kind in de kinderopvang: “Van mamma mag het lekker wel”.
In de basisschool luisteren kinderen vaak slecht, omdat ze thuis eerst onderhandelen, maar ook omdat ze ronduit verwend zijn.
In het voortgezet onderwijs komen de ouders vaak verhaal halen. De hoge verwachtingen van ouders veroorzaken soms veel ellende op school. Soms is het rapport niet eerlijk of de geadviseerde vervolgopleiding is te laag van niveau.
Men is het er over eens dat de opvoeding tot de verantwoordelijkheid van ouders behoort, maar in de opvang en de school moet er veel rekening mee worden gehouden.

naar de top

 

 

HET DIKKE IK

 

Kleine incidenten ontaarden in grove agressie. Conflicten kunnen enorm uit de hand lopen. Hoe komt dat?

Politiek filosoof Harry Kunneman schreef er een boek over. Het heet Voorbij het dikke ik en het heeft de ondertitel Bouwstenen voor een kritisch Humanisme.

Sinds enkele jaren maken velen zich zorgen over korte lontjes, de agressiviteit en de opvliegendheid waarmee mensen elkaar te lijf gaan. Ik lees dit in het augustusnummer van Filosofie Magazine.

Dat is een teken van het al te grote ego “het dikke ik”, zoals hoogleraar Harry Kunneman het noemt. Het dikke ik is onverzadigbaar. Het vreet zichzelf vol, het krijgt nooit genoeg, het stelt zichzelf altijd voorop en eist dat anderen daarvoor ruimte bieden.

De opmars van het dikke ik zie je het duidelijkste in het bedrijfsleven. Topmanagers eigenen zich disproportioneel maatschappelijke middelen toe. Dat is het gevolg van het wegvallen van verticale gezagstructuren sinds de jaren zestig. Individuen zijn autonomer geworden. Ze hebben minder last van moraal die van bovenaf wordt opgelegd. Morele autoriteiten zijn aan de kant geschoven.

 

Concurrentie

 

Concurreren is de boodschap, het leven is een strijd waarin alle mogelijke middelen gebruikt worden om te winnen. De meest succesvollen weten wat goed is en bepalen dus ook de moraal van de samenleving.

Relaties staan in het teken van het winnen van de sterkste, van controle over de ander. Je hebt geen diepgaand contact met mensen die je controleert. Het zijn concurrenten. Daarom is het dikke ik zo onverzadigbaar en slaat het zo om zich heen. Het dikke ik is vooral op zoek naar controle over eigen leven en de wereld daar om heen.

Of je nu jezelf vijf miljoen als bonus laat uitkeren of iemand op zijn bek slaat, het effect is hetzelfde. Je zegt daarmee: “ik ben de sterkste, ik ben de baas”. De topmanager met zijn miljoenen stelt zijn financiële toekomst veilig en voorkomt dat hij een verliezer wordt in de ogen van zijn gelijken. Hij vertaalt hebben in zijn en denkt dat hij meer is als hij meer heeft.

De man die de ander slaat legt met geweld zijn wil op aan zijn omgeving.

De politiek versterkt deze ontwikkelingen door mensen aan te spreken op hun concurrerend vermogen. Ze tapt te veel uit hetzelfde vaatje als het dikke ik.

 

naar de top                                                            

 

 
GEEN PLAATS

 

 Op eerste kerstdag heb ik het eeuwenoude verhaal voor de zoveelste keer weer gehoord. Het verhaal wordt al 20 eeuwen ieder jaar verteld. Maria en Josef moesten naar Bethlehem voor een volkstelling. Maria zou van Jezus bevallen. Zij konden geen onderdak vinden.

“En er was geen plaats voor hen in de herberg”, zegt het oude kerstverhaal. In een grot heeft Maria het kind gebaard. Ze hebben het kind in een voerbak moeten leggen.

De herberg van onze wereld is niet berekend op vreemd volk en mensen die aan de rand van de samenleving staan. Zij biedt nog steeds geen ruimte voor minvermogenden en ‘mensen die alleen maar geld kosten’.

De engelen uit de hemel zongen dat het Kerstkind een boodschap heeft voor onze wereld. “Maak ruimte voor elkaar, houdt van elkaar, probeer iets voor elkaar te betekenen”. Alleen dan kan onze wereld leefbaar en bewoonbaar worden voor alle mensen. Aan een onbewoonbare wereld heeft niemand iets. Ook niet de mensen die alles hebben wat ze wensen. Dat is het probleem. Er is te weinig ruimte in de herberg van onze samenleving. Plek om te leven, ruimte in de geest van je medemensen, onderdak om thuis te zijn, plaats om jezelf te zijn.

 

De talenten

 

Je hebt mensen die deugen en mensen die minder deugen. De deugdelijken zijn een zegen voor onze samenleving, de anderen eerder een last, aldus het primaire gevoel van velen.

Zo simpel liggen die zaken echter niet. Het verhaal van de rentmeester en de talenten geeft een ander beeld van de werkelijkheid. Het zit in de natuur van de mensen dat ze het goede willen doen en zich willen manifesteren als de besten.

Onze wereld en samenleving zijn op veel punten zo onbewoonbaar en onleefbaar dat mensen met minder talenten geen of weinig kans krijgen om het goede te doen en goed te zijn.

Het zit diep in de mens dat hij of zij het goede wil en een goed iemand moet zijn. Mensen kunnen niet anders. Als ze de kans niet krijgen om een goed iemand te zijn, zullen ze zich bij gebrek aan beter tot het minder goede moeten beperken. De wereld kan zich zelfs zozeer tegen hen keren dat zij slecht handelen en het verkeerde doen.

 

naar de top

 

 

ZWAKKEREN

        

Het contrast

 

1.Naast het sportveld is een parkeerterreintje. Er staat een sportwagen van 150.000 euro, mooi gestroomlijnd, vlak en zeer laag. Het ding is een jaar oud, het moet worden ingeruild want hij is verouderd. De eigenaar beklaagt zich zonder blikken of blozen, dat de sportwagen bij inruil nog maar de helft opbrengt.

2.In een zaaltje met ouderen vraagt een 73-jarige het woord over zijn pensioen. “Ondanks het feit dat ik 50 jaar gewerkt heb, krijg ik niet meer dan 40 euro per maand bovenop mijn AOW. Ik heb geen auto, maar ik heb een nieuwe rollator nodig. Die dreigt niet meer vergoed te worden. Hoogstens wordt een tweedehands rollator voor me geregeld”. Andere ouderen branden los, over gebrek aan hulp, over tekort aan vervoer, over het alleen zijn.

Het contrast met de man met zijn sportwagen is ongelooflijk. Dit lees ik in een artikel van Prof. Dr. G.P.A.Braam, emeritus hoogleraar sociologie voor het Tijdschrift Gerontologie en Geriatrie. Dit artikel werd overgenomen in het juninummer van Pensioenbelangen, het ledenblad van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen.

 

Geen woorden maar daden

 

Het regeerakkoord spreekt van het “iktijdperk te lijf gaan, oog voor elkaar hebben, saamhorigheid en duurzaam met elkaar verbonden zijn”. Dat zijn nobele gedachten die in het akkoord ondersteund worden door een grote nadruk op ondernemingszin en talent.

De werkelijkheid ziet er wellicht anders uit dan de overheid denkt. Er zijn villawijken en achterstandsbuurten. Er zijn mensen met topsalarissen en mensen die in armoe leven, gezonde mensen en honderdduizenden met ziekten en gebreken. Er is een kring van gegoede beleidsmakers en grote groepen met amper mogelijkheden om mee te doen in hun samenleving.

Die tegenstellingen zijn moeilijk te overbruggen met goede voornemens.

Veel eenoudergezinnen (bijstandsmoeders) en ook ouderen hebben hulp en geld nodig. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) becijfert dat bijna een half miljoen ouderen zonder partner en voldoende inkomen een beroep zal moeten doen op zorg. Verscholen onder mooie voornemens heeft de overheid stevig bezuinigd op (huishoudelijke) zorg. Er is achterstand bij de belastingdienst. Het toezicht van de inspectie op verzorgings- en verpleeghuizen en ziekenhuizen schiet tekort. De overheid faalt in veel opzichten. Zelfonderzoek is geboden bij politiek en overheid.

 

naar de top

 


SPIRITUALITEIT

 

Het onderzoek God in Nederland laat zien dat katholieke ouderen steeds minder in een persoonlijke God geloven en het vooral zoeken in het spirituele. Uit dat onderzoek blijkt ook dat ouderen veelal afwijzend reageren op kerkelijke uitspraken in ethische vraagstukken.

Ouderen hebben veel meegemaakt. Het Tweede Vaticaans concilie legde in de jaren zestig veel nadruk op het eigen geweten. De pil bood tegen de achtergrond van seksuele beknotting ongekende mogelijkheden tot geboortebeperking. In reactie op het Tweede Vaticaans concilie wilde de kerk hardhandig corrigeren, hetgeen veel verzet opriep aan de basis. Wat vanuit de kerk naar de gelovigen doorkwam was vooral getekend door wat niet mocht en niet kon. Op vrome vermaningen zaten de gelovigen niet te wachten.

De kerk was niet in staat om de ouderen gelovigen tot verzoening te laten komen met zichzelf en ze extra kansen te bieden om te groeien. Veel ouderen zitten met existentiële vragen als ze terugkijken in hun leven. Ze moesten bijvoorbeeld geloven dat ze naar de verdoemenis gingen als ze op zondag niet naar de kerk gingen zonder daar spijt van te krijgen. Ze ontdekken nieuwe dingen in zichzelf en denken: “had ik dat maar eerder geweten”. Veel mensen zitten met vragen waarin de kerk mee zou moeten denken.

 

De beleving

 

Uit het genoemde onderzoek blijkt dat het geloof in een persoonlijke God sterk afneemt maar dat we er wel een grote behoefte is aan spiritualiteit. Spiritualiteit biedt ruimte aan geloofsbeleving in de meest ruime zin van het woord. Op momenten en in situaties dat het jou uitkomt en ook zonder de voorschriften en beperkingen die de kerk daaraan stelt. Als er een persoonlijke God bestaat kan iedereen Hem tegenkomen, ook buiten de kerk. Dat lijkt me een voor de hand liggende veronderstelling voor ieder individu. Het is moeilijk te geloven dat de kerk exclusieve rechten op God en zijn bestemming.

Hoewel onze samenleving veel individualistischer in elkaar steekt dan vroeger hebben mensen meer behoefte aan saamhorigheid, optrekken met elkaar en solidariteit.

De populaire spiritualiteit bevredigt de individuele behoefte, maar het is de vraag in hoeverre de verbondenheid met anderen hierin vorm kan krijgen.

Godsdienstsocioloog Van der Donk zei in de uitzending van Kruispunt over het onderzoek van God in Nederland: “Het is de grootste opdracht voor de toekomst om individualiteit met geloven te combineren”.

 

naar de top

 

 

GELOVEN

 

Het onderzoek God in Nederland laat zien dat katholieke ouderen steeds minder in een persoonlijke God geloven en het vooral zoeken in het spirituele. Dat lees ik in het juni nummer van Nestor, het ledenblad van de KBO.

“De gelovigheid in een persoonlijke God is gedaald van 68 naar 62 procent. Als je dan ziet dat onder geloven ook wordt verstaan geloven in jezelf en je trekt er dat soort geloven af dan houdt je nog 40 % gelovigen over. Dat is evenveel als de kerkelijkheid in Nederland”, zegt Leo Feijen, eindredacteur van RKK/KRO programma Kruispunt. “Voor de kerk is er dus werk aan de winkel”.

Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat de verschillen tussen jongeren en ouderen inzake geloven opvallend klein zijn. Daarover is Leo Feijen minder verbaasd. In zijn gesprekken met kloosterlingen (allemaal mensen op leeftijd) viel het hem op dat het geheim groter werd. Je krijgt dan vragen als “is dat wel allemaal zo met die God” en “is dat wel zo met die hemel”?

Als bij kloosterlingen al de twijfels toenemen naarmate ze ouder worden, dan zal dat bij andere mensen niet minder zijn.

 

Waarom minder gelovigheid?

 

Leo Feijen denkt dat de afname van het geloof in een persoonlijke God samenhangt met de traditionele geloofsopvoeding van vroeger. De waarheden van het geloof werden massief ingegoten via de catechismus, maar dat drong bij de katholieken te weinig door tot in het hart.

Er werd geen persoonlijke vertaling aan gegeven. Als dan heel veel dingen in het katholicisme teloor gaan, dan lijdt het geloof in een persoonlijke God daar ook onder. Bovendien moet het geloof in een persoonlijke God waar gemaakt worden. Daar moet je zelf iets aan doen. De relatie met God moet onderhouden worden en dat heeft consequenties voor je levenswijze.

Veel ouderen zijn aan het inhalen wat ze in hun leven tekort kwamen. Ze hoeven niet zoveel meer dan vroeger. Ze zijn vrijer geworden van zaken waarvan ze de zin niet zagen. Die persoonlijke God kan daarbij een sta in de weg zijn, want die stelt eisen.

De rituelen nemen weer toe. Kaarsjes opsteken, bidden wanneer je daar behoefte aan hebt, meedoen in een bedevaart, het zijn uitingen van medemenselijk gebeuren en sociale contacten. Dat heeft minder consequenties voor je manier van leven en nog minder voor de relatie met een persoonlijke God.

 

naar de top

  

 

LEZEN EN SCHRIJVEN

 

De Stichting Lezen en Schrijven zet zich in voor mensen die nauwelijks of niet kunnen lezen en schrijven. Prinses Laurentien is initiatiefneemster van de stichting. Iedereen moet de juiste kansen hebben om zo zelfstandig mogelijk te kunnen meedoen in de samenleving. Lezen, rekenen en schrijven zijn basisvoorwaarden. Dat is de overtuiging van prinses Laurentien. Ze wil zich graag samen anderen daarvoor inzetten en daarom heeft ze de stichting opgericht. Dat lees ik in het juninummer van Nestor, het KBO ledenblad.

Onderzoek laat zien dat in de leeftijdsgroep van 50 tot 74 jaar één op de vijf mensen niet of nauwelijks kan lezen en schrijven. Dat zijn 700.000 mensen, een schrikbarend aantal in een tijd waarin informatie nogal bepalend is voor het kunnen meedoen in de samenleving. Lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden zijn basisvoorwaarden voor zelfstandigheid, eigen regie en participatie. Mensen die niet of nauwelijks kunnen lezen en schrijven worden geconfronteerd met het risico op sociaal isolement. Ze schamen zich ervoor dat ze bijna of helemaal analfabeet zijn en hebben nauwelijks toegang tot voorzieningen en hulpverlening.

 

Lees- en schrijfcursussen

 

Ook mensen die er op de lagere school, om welke redenen dan ook, niet in geslaagd zijn om te leren lezen en schrijven, kunnen het meestal wel leren. De Regionale Opleidingscentra (ROC’s) bieden overal in Nederland lees- en schrijfcursussen aan.

De grootste moeilijkheid is om mensen die niet willen weten dat ze niet kunnen lezen en schrijven en dat hun leven lang ook knap hebben weten te verbergen, weer naar school te krijgen. Ze lopen natuurlijk vast in onze samenleving, maar wie signaleert dat. Als de partner uitvalt die alle formulieren invulde, die alles las en noteerde, wie trekt er dan aan de bel.

Mensen die pas op latere leeftijd hebben leren lezen en schrijven omdat het op de lagere school niet lukte gaan de boer op om iedereen die het wil horen ervan te overtuigen hoe goed ze er aan deden het alsnog onder de knie te krijgen. Deze alfabetiseringsambassadeurs laten zien hoe zij een nieuw leven konden beginnen nadat ze hun taalachterstand hadden weggewerkt.

 

naar de top

 

 

BED, BAD, BROOD

 

“Met zijn ziekenfondsbril, sportieve kleding en beleefde omgangsvormen maakt Roeland (33 jaar) een studentikoze indruk. Dat hij drie jaar geleden nog verslaafd was en dakloos, is hem niet aan te zien”. Ik lees dit in het juninummer Van Mens tot Mens, het ledenblad van Humanitas.

Roeland kwam in financiële nood door drugs, alcohol en werkloosheid. Naast zijn verslavingen en geldproblemen had hij grote moeite met het onderhouden van sociale contacten.

Het liefst leefde hij als een kluizenaar. Toen hij het huis werd uitgezet en via crisisopvang en maatschappelijk werk bij Humanitas Onder Dak Twente terecht kwam, wilde hij zijn vastgelopen leven weer vlot trekken. Met hulp van Humanitas zag hij kansen op verbetering.

Roeland doet mee in het Kansentraject, een gezamenlijk project van Onder Dak Twente en de gemeente Hengelo. Hier kunnen mensen, die in de maatschappij lange tijd aan de zijlijn staan, werkervaring opdoen met behoud van uitkering.

In het Activiteitencentrum van het Kansentraject is een werkplaats voor houtbewerking, een naaiatelier en een winkel waarin producten gemaakt en verkocht worden, nodig om een vak te leren.

 

Weer meedoen…

 

Volgens de Amerikaanse psycholoog Maslow kunnen mensen zich pas goed ontwikkelen als eerst aan hun fundamentele behoeften wordt voldaan. Allereerst hebben zij voedsel, kleding en een dak boven het hoofd nodig, ofwel een basis van bed, bad en brood.

Daarom regelde Humanitas eerst tijdelijke huisvesting voor Roeland in een sociaal pension van de Stichting. Daarna werden zijn schulden weggewerkt via Schuldsanering.

Het werk van Humanitas lijkt op het werk van een regisseur. De cliënt is de hoofdrolspeler maar de regisseur geeft aanwijzingen en reikt hulpmiddelen aan. Heeft Humanitas niet de meest geschikte ondersteuning in huis dan worden daar anderen voor gevraagd. Voor begeleiding bij zelfstandig wonen, het regelen van gedragtherapie of meedoen aan maatschappelijke activiteiten wordt gebruik gemaakt van contacten binnen de gemeente.

Maar de regie houdt Humanitas wel. Zij accepteert Roeland zoals hij is, maar brengt de nodige structuur aan in zijn leven om hem perspectief te bieden.

Maar liefst een derde van alle deelnemers aan het Kansentraject stroomt door naar een reguliere baan of opleiding. Het fundament van het succes is dat er naar de persoon gekeken wordt, welke activiteiten aansluiten op wensen, interesses en talenten.

naar de top  

 

 

VERSCHRALING

 

“Bezuinigingen op boodschappenhulp jaagt ouderen het tehuis in”. Dat lees ik in het Brabants Dagblad van 9 juli. Een 80-plusser - welke plusser wel - moet er niet aan denken om tot een bejaardenhuis veroordeeld te worden, zolang hij nog een vin kan verroeren. Zij halen zelf het brood van plank in het winkelcentrum, zolang ook maar enig hulpmiddel (rollator, krukken of scootmobiel) hen daartoe in staat kan stellen. Zij houden de regie in eigen handen totdat zij erbij neervallen. Zij blijven zelfstandig wonen tegen wil en dank. Huishoudelijk hulp (thuiszorg) en persoonlijke begeleiding (o.a. boodschappendienst) kunnen hen daar heel lang bij helpen.

Maar nee, het wordt allemaal weer te duur voor dat soort mensen dat eigenlijk afgeschreven is en alleen maar geld kost. De belastingbetaler kan het niet trekken, want hij is allerminst in staat om zich voor te stellen dat hemzelf ooit dit lot zal overkomen.

Staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid) zoekt naarstig naar bezuinigingsposten, want het Ministerie van VWS overschrijdt zijn budget met 1,3 miljard.

Een paar honderd miljoen bezuinigen op de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) met een budget van 22 miljard, lijkt een kleinigheidje. Het schrappen in boodschappenhulp of persoonlijke begeleiding heeft echter grote gevolgen voor de eigen regie van ouderen en gehandicapten.

 

Van kwaad tot erger

 

“Juist die ondersteuning geeft kwaliteit aan de zorg”, zegt directeur Cock Vermolen van het CSO (Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties). Zo’n boodschappenhulp en persoonlijke begeleiding zijn allerminst een soort luxe. Zij stellen mensen in staat om zichzelf zolang mogelijk en zoveel mogelijk te helpen. Als je dat uit hun handen slaat, maakt je er slachtoffers van, waar een instelling voor moet zorgen. Dat maakt het allemaal veel duurder en het is bovendien ook veel onmenselijker.

“De zorg is al sterk verschraald”, zegt Frank van der Aa van de ANBO, de bond voor 50-plussers. Sinds de invoering van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) die door de gemeenten wordt uitgevoerd is de Thuiszorg voor 80 procent schoonmaakhulp. 20 Procent is huishoudelijke hulp, die ook oplet wat ouderen in de koelkast hebben en of ze niet vereenzamen. Die verhouding was voordien omgekeerd, dus ook veel duurder. Maar de belastingbetaler heeft voorrang.

In Nederland zijn 1,5 tot 2 miljoen chronisch zieken en mensen met een beperking. Hun belangenbehartiger, de CG-raad, is allesbehalve enthousiast over de voornemens van de staatssecretaris. Haar bezuiniging zal een averechts effect hebben.

 

naar de top

  

 

OUDERSCHAP

 

Ouderschap schept verplichtingen en verantwoordelijkheden. Dat zal iedereen in onze samenleving beamen. Aan die verantwoordelijkheid kunnen ouders zich niet onttrekken met weglopen en scheiden. Kinderen kiezen niet voor scheiden, maar ze zijn er wel de dupe van.

Na een periode van spanning en strijd, waar ze wel bij betrokken zijn maar waar ze niets aan kunnen doen, wordt door de scheiding hun hele leven overhoop gehaald.

De overheid meent dan ook dat ze voorwaarden moet scheppen om de nadelige gevolgen voor de kinderen bij scheidingen zoveel mogelijk te beperken.

Al een paar jaar doen politici hun best om iets aan de situatie van kinderen te doen in echtscheidingsgezinnen in de vorm van een verplicht ouderschapsplan. Ook het nieuwe kabinet wil dat. Minister Hirsch Ballin van Justitie en minister Rouvoet van Jeugd en Gezin verdedigden in de Tweede Kamer succesvol een wetswijziging. Vóór de scheiding moet een ouderschapsplan worden opgesteld waarin de zorg voor de kinderen worden geregeld.

Flitsscheiden is afgeschaft. Dus het huwelijk eerst omzetten in een geregistreerd partnerschap, waardoor er geen rechtszaak meer nodig is voor een de scheiding, kan niet meer.

 

Eerst de kinderen dan de scheiding

 

De intentie van de wetswijziging is: als de huwelijksboot op de klippen loopt, moeten eerst de kinderen gered worden. Dat is een prachtig streven, maar het heeft zijn beperkingen, het blijft reddingswerk. Het ouderschapsplan moet realiseerbaar zijn. Dat vraagt om een eigen aanpak, zeker bij gevallen van verslaving, mishandeling en allerlei beperkingen.

Het staat echter als een paal boven water dat goede afspraken betere garanties scheppen om inhoud te geven aan ouderschap na scheiding. In een ouderschapsplan worden taken en verantwoordelijkheden van beide ouders vastgelegd. In ieder geval staan er drie dingen in.

1.Het verdelen van de zorg- en opvoedingstaken (de omgangsregeling).

2.De manier waarop ouders elkaar informeren en raadplegen bij belangrijke kwesties.

3.Het regelen van de kinderalimentatie.

Uitgangspunt is dat beide ouders verantwoordelijk blijven voor de kinderen. In het verzoekschrift tot ontbinding van het huwelijk moet het ouderschapsplan worden opgenomen.

Ook wordt daarin vermeld waarover overeenstemming is bereikt en waarover nog niet. Ook wordt vermeld hoe de kinderen inbreng hadden bij de opstelling van het plan.

Lukt het de partijen niet om een ouderschapsplan te maken, dan hakt de rechter de knopen door.

 

naar de top

 

 

SCHEIDEN

 

Als we het hebben over “scheiden” denken we vooral aan ouders die uit elkaar gaan. Dat is echter minder dan de halve realiteit. Ouders kiezen voor scheiden (op zijn minst één van hen). Dat geldt niet voor de kinderen. Kinderen hebben “ouderwetse” (gewoon degelijke) opvattingen over relaties en trouw. Scheiden is echt een groot risico voor hen. Voor hen kan de scheiding traumatischer zijn dan voor hun ouders. Onderzoek laat zien dat ze meer roken, drinken en blowen bij scheiden. Ook op school doen ze het minder goed.

Het overkomt hen, ze kunnen er niets aan doen, ze zijn het slachtoffer van een van de grote rampen in hun leven. Als ouders uit elkaar gaan zitten de kinderen tussen de strijdende partijen. Ze houden van hun vader én van hun moeder. Ze willen niet tussen hen kiezen, maar worden voortdurend uitgedaagd om dat wel te doen. Ze horen onverbrekelijk bij beiden. Ze kunnen niet kiezen en voelen zich daardoor schuldig. Scheiden is voor hen een verlieservaring.

Dat vraagt om een serieuze verwerking die veel tijd kost. Ze worden geconfronteerd met loyaliteitsproblemen, ongeborgenheid en labiliteit van hun woon- en leefsituatie. Kinderen leiden ernstig onder een scheiding.

 

Perspectief

 

Kinderen groeien naar volwassenheid. Ze moeten zich ontwikkelen, iemand worden in hun wereld. Hun groeibasis is de familie waarin ze geboren zijn. Zij zijn op zoek naar hun identiteit. Hun vader en moeder spelen daarin een belangrijke rol, maar de onderlinge verhoudingen zijn verstoord bij een scheiding.

Ongeveer één op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Bij één op de zes scheidingen zijn kinderen betrokken. In vijf jaar hebben we een miljoen exen erbij. Na vijf jaar is driekwart van hen weer onder de pannen. Ook van deze nieuwe relaties lopen er meer dan een derde weer op de klippen. Daarbij laten we andere soorten relaties als bewust ongehuwde moeders, draagmoeders, zaaddonoren en homohuwelijken nog buiten beschouwing.

De familie is een lappendeken geworden. Halfbroers en –zusjes van verschillende legsels, stiefkinderen van verschillende stam, andere partners in verschillende stadia, een uiteenlopende verzameling van ooms, tantes en grootouders. Probeer er maar een touw aan vast te knopen, laat staan er een relatie mee aan te gaan. Het kan een ingewikkelde puzzel zijn om uit te vinden hoe de verhoudingen liggen en hoe je daarin kunt functioneren.

 

naar de top

 

 

GELUK ZOEKEN

 

Sinds de fatale aanslag zullen veel mensen zich afvragen hoe het komt dat Pim Fortuijn voor velen uitgroeide tot een historische figuur die het geloof in de toekomst weer inhoud gaf. Die inhoud kan niet ontleend worden aan hetgeen hij gezegd en gedaan heeft. Zijn aanpak en de status die hij voerde gaven aanleiding tot spectaculaire beeldvorming en irreële verwachtingen.

Het onbehagen over de huidige geluksbeleving lijkt zo groot dat een nieuw perspectief doorbreekt zodra zich daarvoor maar iets aandient. De frustratie over “haalbaar” geluk dat toch ongelukkig uitpakt is zo hevig dat de gelukswens het wint van de barre realiteit. De behoefte aan een andere beleving van geluk en toekomst is zo sterk dat de verbeelding zijn gang gaat ondanks alle werkelijkheid.

De Franse filosoof Pascal Bruckner verzet zich in zijn boek ‘Gij zult gelukkig zijn’ tegen de plicht om gelukkig te zijn, opgelegd door geluksprofessoren, de pulpmedia. “Ik kan je niet gelukkig maken”, zegt de geluksprofessor, “je moet er zelf voor werken en als het je niet lukt, is het je eigen schuld”. Bruckner constateert: “Voor het eerst in de geschiedenis in onze samenleving zijn mensen ongelukkig, omdat ze er niet in slagen gelukkig te zijn”.

 

Gij zult gelukkig zijn

 

De grote woorden “passie, verlangen, genot” hebben hun betekenis verloren door overmatig gebruik. In 1987 constateerde Frans Kellendonk al hetzelfde voor de woorden “geloof, God en gemeenschap”. Die woorden zijn slogans geworden sinds ze door de massamedia zijn ingelijfd in de retoriek van de commercie.

Grote woorden ontlenen hun betekenis aan de strijd om het bestaan. Ze verliezen hun karakter in een wereld van oeverloos vermaak. Ze vervuilen in lamlendige overvloed. Erbij gesleept door de hortige media brokkelt hun betekenis steeds verder af. Intussen kunnen ze van alles betekenen, ook het tegenovergestelde. Sinds de jaren zestig zijn de mensen gaan denken dat ze totaal vrij waren.

“Als je eenmaal denkt dat je totaal vrij bent,” zegt Bruckner, “dan ga je al je neigingen en wensen serieus nemen. Dan begint de ellende”.

In de jaren zestig is geluk in één keer van iets geheimzinnigs tot een verplichting voor iedereen geworden. Het oude dogma verwisseld voor een nieuw dogma. De emancipatie van het individu, die in de jaren zestig begon, zorgt ervoor dat ieder de plicht heeft om gelukkig te zijn.

 

naar de top

 

 

GELUK VINDEN

 

Aldous Huxley schreef in 1932 zijn “Brave new world”. Daarin wordt een wereld geschetst waarin ziektes en sociale conflicten zijn afgeschaft. Depressies, krankzinnigheid, eenzaamheid en psychisch lijden zijn er onbekend. Seks is er altijd goed en algemeen beschikbaar. Niemand die iets mist, want iedereen is gezond en voldaan. En toch zo benadrukt de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama is het geen wereld waarin de meeste mensen willen leven.

Wat is er mis is in Huxleys wereld? De mensen die erin leven, zijn niet langer “volop mens”. Het zijn gelukkige slaven met een slaafs geluk. De mogelijkheden van gentechbiologie zijn onvoorstelbaar groot, maar of je er betere mensen mee kunt realiseren, is maar zeer de vraag. Het tegendeel ligt voor de hand. Dat geldt voor de meeste utopieën. “Het streven naar een utopie maakt meer slachtoffers dan een cynisch machiavellisme”, schreef Hans Achterhuis in zijn boek “de erfenis van de utopie”. De moordenaar van Pim Fortuijn zal gedacht hebben dat zijn slachtoffer een absolute belemmering vormde voor zijn ideale wereld (zijn toekomstige heilstaat). Die utopie werd een dwangdenkbeeld.

De enige remedie is relativeren en accepteren dat geluk niet te koop is.

 

Op drift

 

Alles moet kunnen sinds de zestiger jaren. Onbeperkte vrijheid is de norm. En toch heeft alles zijn grenzen en beperkingen. Wie met zijn eigen vrijheden op de loop gaat zal geconfronteerd worden met grenzen die anderen stellen om hun vrijheden te kunnen realiseren.

Vroeger was het duidelijk hoe ieders wereld was afgebakend. Geloof, ideologie en wereldbeschouwing hadden onze samenleving doordrenkt tot in zijn wortels. Normen en waarden, rollen en patronen lagen vast en golden als een soort natuurwet.

Uit die dwangbuis hebben we ons “bevrijd”, maar daarmee verloren we ook onze zekerheden en oriëntatie. We zijn op drift en op zoek naar nieuwe perspectieven. Die normen en waarden hebben we nog wel, maar we zijn vaak het verband kwijt waarin we ze goed kunnen hanteren.

Geen enkele instantie hoeft ons geluk te belemmeren. Maar we zijn zelf verantwoordelijk hoe we onze vrijheid vorm geven.

Normen en waarden laten zich niet uitdrukken in geld of economische groei. “Doe maar gewoon”, zegt Bruckner. Een geslaagd leven is een leven dat zijn erkenning vindt in de manier waarop het kennelijk loopt, en wat men, hoe bescheiden het ook is, niet zou willen ruilen voor enig ander leven.

 

naar de top

 

 

MOBILITEIT

 

Mobiliteit is voor iedereen vanzelfsprekend. Een gebrekkige mobiliteit is funest voor onze economie en beperkt zeer ernstig de mogelijkheden van onze samenleving en voor iedere burger in het bijzonder.

De titel van het rapport van de Rijkswaterstaat Wegen naar de Toekomst is beslist niet te hoog gegrepen. Maar de bevindingen zijn alarmerend.

Natuurlijk hebben we in de toekomst veel meer mogelijkheden om ons virtueel te verplaatsen. We hebben meer mogelijkheden tot sociaal contact op internet. Thuis werken biedt veel mogelijkheden langs elektronische weg. Wie surft, vindt alles wat zijn hartje begeert. Toch zie je dat Nederland op termijn stil zal staan in file. Een zeer groot gedeelte van onze ruimte wordt geasfalteerd.

Milieuvervuiling vormt een bedreiging waar we nauwelijks tegen opgewassen zijn. Fijnstof eist in toenemende mate veel slachtoffers. Op veel plaatsen is het al lang onverantwoord om er nog te bouwen. Maar het aantal auto’s zal ongetwijfeld toenemen. Natuurlijk kunnen we het allemaal oplossen. Schone techniek, schone brandstof, de uitstoot van CO2 en fijnstof verminderen, het kan allemaal, maar doen we het ook? Of houden we ons bezig met prachtige dromen op weg naar de toekomst.

 

En mensen met beperkingen?

 

Mobiliteit is voor iedereen een noodzakelijke voorwaarde voor zelfstandig functioneren en een sociaal leven. Ook al bestonden bovenstaande mobiliteitsproblemen helemaal niet, dan is het voor mensen met een beperking nog een enorme tour om maatschappelijk mee te doen.

Stel je voor dat je slecht kunt bewegen, niet kunt lopen, fietsen of auto rijden. Je kunt je huishouden niet doen zonder hulpmiddelen, woningaanpassing en huishoudelijke hulp. Als je ergens heen moet, heb je een rolstoel nodig en ben je aangewezen op de taxihopper. Je mag blij zijn dat deze voorzieningen intussen beschikbaar zijn, maar probeer op die manier maar eens ergens te komen. Dan zul je zien hoe moeilijk het is en hoeveel inspanning dat vergt in vergelijking met mensen zonder beperkingen. Toch zal niemand bestrijden dat mensen met beperkingen evengoed in staat gesteld moeten worden om volledig zelfstandig te functioneren en volop mee te doen in de samenleving. Plaats dat tegen de achtergrond van een dichtslibbend en vervuilend Nederland en zijn vastlopende mobiliteit. Dan krijg je een idee hoe erg het is voor mensen met beperkingen.

 

naar de top

 

 

MOBIEL

         

Mobiliteit - je kunnen bewegen en verplaatsen - is voor ouderen een groot goed. Zelf je boodschappen doen, je dagelijkse zaken regelen en je contacten kunnen onderhouden is een belangrijk onderdeel van je zelfstandigheid en eigen regie. Die bepalen in hoge mate of en hoe je kunt meedoen in je samenleving.

Mooi als je mobiel bent per auto, fiets of te voet. Als je daarvoor een rollator, een rolstoel of speciaal vervoer voor nodig hebt, is dat verre te verkiezen boven afhankelijkheid van hulp. Daarom gaat de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (de WMO) ervan uit dat mensen met een beperking door de samenleving gecompenseerd moeten worden alsof zij geen beperking hadden.

Ook Nederland heeft het VN-verdrag getekend voor de rechten van de mens met een handicap. Dit verdrag verplicht landen ertoe mensen met een beperking zo te compenseren dat ze volledig kunnen deelnemen aan de samenleving. Wie niet kan lopen, moet zich kunnen mobiliseren. Wie niet in staat is om zijn huishouding te doen moet daartoe in staat gesteld worden met hulpmiddelen, voorzieningen en hulp. Je mobiliteit bepaalt mede je eigen regie. Je eigen regie in huis en omgeving is de basis voor je sociale leven en samenlevingsdeelname.

 

Stand van zaken

 

Het compensatiebeginsel in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is een enorme vooruitgang. De Gemeente stelt de burger met een beperking in staat tot samenlevingsdeelname. Wie een rolstoel, scootmobiel, hulpmiddelen, woningaanpassing, huishoudelijke hulp, e.d. nodig heeft, kan het krijgen. Er is overal collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) van deur tot deur. Dat heeft allemaal op zijn minst twee kanten. Het is maar hoe je er tegenaan kijkt.

1.       De samenleving die naar oplossingen zoekt en de WMO uitvoert.

2.       De burger met beperkingen die gebruik moet maken van de WMO.

De eerste maakt een mooie WMO en tuigt die zo goed mogelijk op. Dat is een zaak om trots op te zijn. De tweede is op de WMO aangewezen en moet het doen met alle beperkingen in de voorzieningen en diensten van de WMO. Dat blijft echt behelpen. Stel het je maar eens voor. Je kunt gewoon de auto pakken of je moet ergens heen met de Taxihopper. Je kunt nog goed je eigen huishouding doen of je bent afhankelijk van huishoudelijke hulp.

 

naar de top

 

 

OUD/JONG 

 

Nooit heeft de jeugd zo fanatiek naar kicks gezocht als in de jaren negentig. Er gebeuren veel ongelukken bij deze heftige toestanden. Maar achter dit “geweld en gedruis” gaat de aanpassing schuil aan de wereld van de volwassenen.

“Egocentrisme en verkennend rondhangen horen bij groei naar volwassenheid”, zegt hoogleraar jeugdstudies Wim Meeus. “Bezien vanuit ontwikkelingspsychologisch oogpunt zou ik me meer zorgen maken als ze het niet deden”.

De angst voor de ontspoorde jeugd past precies in een vorm van onzekerheid die veel ouderen plaagt. Ooit hebben ouderen de tijd meegemaakt dat zij “modern” waren en dat zij het leven goed in de greep hadden. Naarmate zij ouder worden gebeuren er meer dingen die ze niet begrijpen of waar ze niets mee kunnen.

De jeugd is het symbool van verandering en vitaliteit. Ze vertegenwoordigt de opkomst van de ongewisse nieuwe wereld en de teloorgang van de oude vertrouwde samenleving. Die onzekerheid is van alle tijden. Het verleden lijkt een oase van rust en vrede in vergelijking met het chaotische, onzekere heden en toekomst. Als je in de geschiedenis terugkijkt zie je dat het verleden anders beleefd werd dan het toen nog heden of toekomst was.

 

Oud en jong

 

 “Crisisbesef is inherent aan cultuur en geschiedenis”, zegt historicus Von der Dunk in zijn bundel “Elke tijd is overgangstijd”. Waarden en tradities die ons hebben gevormd en waarop wij ons hebben georiënteerd bij de zingeving of organisatie van ons leven, veranderen of verdwijnen. Ouderen hebben vaak vooral oog voor wat verdwijnt en minder voor de opkomst van het nieuwe.

Ouderen en jongeren hebben elkaar nodig. Ze zullen zich vaak tegen elkaar afzetten om het eigen profiel scherper te stellen.

In de spiegel van de samenleving hebben ouderen veel van hun idealen zien verzanden. In de spiegel die jongeren wordt voorgehouden ontbreekt het hen te zeer aan uitdagingen voor een nieuwe toekomst.

De wegen waarop hun ouders hen zijn voorgegaan zijn plat gelopen en leiden niet tot de verrassend nieuwe perspectieven. Waarom zouden ouderen die het allemaal al gezien hebben en jongeren die het nog moeten ondervinden, elkaar niet fris van de lever zeggen wat ze van elkaar vinden. De kans dat je iets leert van iemand die er anders over denkt is groter dan van iemand die zich gedeisd houdt.

 

naar de top

 

 

DE JEUGD    

 

“Die jeugd van tegenwoordig”! Het was door de eeuwen al een bekende uithaal. “Om nou regelrecht te zeggen dat ze niet deugen is te veel gezegd, maar er valt nogal wat op aan te merken”.

De bekende Griekse wijsgeer Socrates zei het 2500 jaar geleden al:

“De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe. Ze heeft slechte manieren, heeft lak aan alle gezag en praat zoals ze zou moeten werken. Jongeren spreken hun ouders tegen, kletsen in gezelschap, schrokken aan tafel, slaan hun benen over elkaar en tiranniseren hun ouders”.

Deze uitspraak van 2500 jaren geleden is of je de buurman hoort praten op een verjaardagsfeestje. “Verontrustend is het toenemend aantal jongeren dat er een ongezonde levensstijl op na houdt. Zij roken meer, gebruiken meer alcohol en drugs en doen te weinig aan lichaamsbeweging.

“Bijzondere aandacht vraagt de jeugdcriminaliteit”, zei koningin Beatrix in haar troonrede van 1997. Tot in de hoogste kringen is het doorgedrongen.

De jeugd is in gevaar. Slikken, snuiven, zuipen, de kicks en de seks. Gewelddadige computerspelletjes en gewelddadigheid met ploertendoders en vlindermessen. Je kunt een ram voor je kop krijgen als je er iets van zegt.

 

Doemdenken

 

Is dat nu doemdenken of is het de barre werkelijkheid?

De meeste jongeren doen echt hun best op school, zijn goed met hun ouders en werken hard. Ze zijn echt van plan om brave burgers worden. Een gelukkig gezinsleven is hun toekomstideaal. Tien tot vijftien procent van hen heeft of maakt problemen, zo blijkt uit een overzichtstudie van het Sociaal Cultureel Planbureau.

Ouderen hebben zich altijd al zorgen gemaakt over de toekomst van jongeren. Ze vergeten daarbij dat jongeren ook ouder en wijzer worden. “De nozem zoekt het avontuur, knokken en rellen, dan brandt zijn hart in zijn donder”, zo beschreef Jan Vrijman het in Vrij Nederland. “De rest is verveling, dat is geen leven, dat leven van de burgerlijke sleur van werk en gezin”.

Het nihilisme van de nozem was echter schone schijn. Na zijn twintigste kwam hij tot inkeer.

Hij heeft intussen vaste verkering of hij is al getrouwd. Hij zit in de huiskamer en staat aan de wieg in plaats van op straat of in het café rond te hangen. Diezelfde karakteristiek geldt voor hedendaagse subculturen zoals de gabbers.

 

naar de top

 

 

WETTEN

 

Een Nederlandse rechter kan met het huidige wetboek in de hand rekening houden met de culturele achtergrond van de verdachte. Hij kan aandacht schenken aan de persoonlijke omstandigheden - in negatieve of positieve zin - waarin het delict heeft plaatsgevonden. Noodweer en psychische overmacht kunnen invloed hebben op de toerekeningsvatbaarheid.

In landen als de Verenigde Staten, Canada en Australië is het culturele verweer in de wet vastgelegd voor verdachten die uit andere landen afkomstig zijn en nog niet lang in het nieuwe land verblijven. Er wordt rekening mee gehouden dat zij zich de wetgeving nog niet “eigen” gemaakt hebben.

Dat gaat minder ver dan de wetgeving in Turkije, waar burgers die voor moord veroordeeld worden een achtste minder celstraf krijgen als er eerwraak in het spel is. De rechter heeft in USA alleen de mógelijkheid om rekening te houden met culturele achtergronden.

De invoering van het cultureel verweer zou een toename van het aantal slachtoffers tot gevolg kunnen hebben, bijvoorbeeld bij eerwraak. Het kan ook tot rechtsongelijkheid leiden, immers een autochtoon kan zich daar niet op beroepen. Het kan zich ook tegen de verdachte keren. Bij de dodelijke schietpartij in Veghel stelde de rechter dat er uit wraak gehandeld was en hij eiste een zwaardere straf als signaal voor de toekomst.

 

Wet volgt

 

Wetten leggen vast hoe wij met elkaar en met de werkelijkheid om ons heen moeten omgaan. Daarom moeten we onze samenleving ook zo inrichten dat zij voor ons optimaal leefbaar is.

Als je naar onze gezondheidsvoorzieningen kijkt - vooral ook voor ouderen - moet je constateren dat onze overheid zwaar in gebreke blijft. Het gebrek aan maatschappelijke ondersteuning, zorg en welzijn is slechts een oppervlakteverschijnsel van een problematiek met diepere gronden. De vergrijzing in onze samenleving is een fenomeen waar door de politiek te licht aan wordt getild. Dat vraagt om nieuwe regelgeving en voorzieningen die veel geld kosten. Onze overheid rekent zich echter rijk door voorrang te geven aan grootscheepse ontwikkelingen op de wereldmarkt en ondermaats te investeren in de leefbaarheid van onze samenleving. De gezondheidszorg en het onderwijs dreigen vast te lopen. Investeren in vernieuwing en duurzaamheid is een oude leuze die opnieuw inhoud moet krijgen voor een betere toekomst.

 

naar de top

 

 

NORMEN 

 

Als de werkelijkheid in onze wereld verandert, zullen de normen en waarden - en ook de wetgeving en het voorzieningenpatroon - zich daaraan aanpassen. Het omgekeerde geldt ook. Veel ontwikkelingsmogelijkheden zullen nooit plaats vinden omdat ze al te zeer indruisen tegen onze opvattingen - normen en waarden - over wat wij willen. Veel moorden zullen nooit begaan worden omdat wij vinden dat het niet kan. Er zijn echter heel veel mensen gedood in oorlogen omdat we vonden dat het goed en nodig was. De overwinnaars werden als helden ten voorbeeld gesteld. Hoe meer dood en verderf zij zaaiden, hoe groter helden.

Toen de industrie zijn intrede deed, kregen geleidelijk nieuwe voorzieningen vorm. Onderwijs en de algemene leerplicht kwamen van de grond. Immers wanneer de arbeiders geen vak leren, kunnen ze geen productie leveren. Als een arbeider ziek wordt, moet hij zo gauw mogelijk beter gemaakt worden.

Daar staat tegenover dat ook de werknemer zijn eisen stelt zodra hij onmisbaar is. Hij wil niet zo maar worden afgedankt als hij ziek, werkloos of oud wordt. Zo ontstaan er op basis van waarden en normen, wetten en voorzieningen voor ziekte, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en pensioen. Normen en wetten om goed te kunnen leven en samenleven.

 

Onze wereld verandert

 

Toen de trein en de auto onze wereld binnenreden, moesten onze verkeersregels worden aangepast om niet met zijn allen te verongelukken. Als blijkt dat we al jaren roofbouw plegen op natuur en milieu, zullen we maatregelen moeten nemen om niet vergiftigd te worden en om onze wereld leefbaar te houden voor onze kinderen. Als informatica doordringt tot in de laatste vezel van ons leven en onze wereld, zullen we ons privéleven wettelijk moeten beschermen. Als terroristen de torens van het WTC kunnen laten instorten, zullen we adequate veiligheidsmaatregelen moeten nemen om dat te voorkomen. Wetgeving en voorzieningen sluiten aan op sociologische ontwikkelingen in onze samenleving.

In 2015 kent Nederland drie miljoen inwoners van buitenlandse afkomst. Deze mensen hebben deels andere waarden en normen. Welke betekenis heeft dit gegeven voor onze normen en wetten? Wij krijgen met een realiteit te doen die mede uit deze culturen stamt. “Moord is moord”, zeggen de geleerden, maar als je in onze eigen geschiedenis kijkt en je ziet de moordpartijen, voel je de grond onder deze stelling wegzakken.

 

naar de top

 

 

UIT BALANS

 

Het lukt de overheid niet om de voorzieningen redelijk te verdelen over inkomensgroepen.

De overheid gebruikt daar allerlei regelingen voor. Maar ook daarbij zie je dat degenen die er het meest behoefte aan hebben er relatief het minst van profiteren. Het rapport Profijt van de overheid van het SCP (Sociaal Cultureel Planbureau) laat dit zien.

Het Rijk geeft met het oog op participatiemogelijkheden jaarlijks 32 miljard euro uit aan ondersteuning van voorzieningen. De armste 20 procent van de huishoudens krijgt precies de juiste tegemoetkoming. De middengroepen krijgen per 200 tot 400 euro te weinig en de hoogste inkomensgroep krijgt gemiddeld 1100 euro te veel.

Op het gebied van Volkshuisvesting krijgen de rijke huishoudens een miljard euro meer financiële steun dan de bedoeling was. Dat zit hen vooral in het huurwaardeforfait van het eigen huis. En dan gaan we nog even voorbij aan de hypotheekaftrek. Als die wordt meegeteld is het voordeel van de rijkste huishoudens 6 miljard euro.

Het profijt van de hogere inkomens bij voorzieningen die de toegankelijkheid van onderwijs, cultuur en recreatie bevorderen is driemaal zo hoog dan voor dertig procent van de lagere inkomens. Dat komt ook omdat de hogere inkomens de weg naar de voorzieningen beter weten te vinden.

 

Sleutelen

 

Op allerlei wijze probeert de overheid haar burgers tegemoet te komen om hun participatie te bevorderen. Wie een eigen huis heeft moet zijn hypotheek kunnen afbetalen. Wie zijn huur niet kan betalen krijgt huursubsidie. Wie zwerft  moet opvang geboden worden. Wie zijn studie niet kan betalen krijgt kinderbijslag of een studiebeurs.

Voor al die overheidsbijdragen geldt: Ze zijn nodig voor de burgers om in de samenleving te kunnen deelnemen. Immers alle burgers, zowel rijk als arm, zijn gelijkwaardig. Dit gelijkheidsbeginsel is het motief voor de overheidsbijdragen.

Het gelijkheidsbeginsel wordt gemakkelijk verder doorgetrokken. Als armen kinderbijslag of AOW krijgen, waarom rijken dan niet? Huursubsidie voor huurders, dan ook hypotheekaftrek voor de eigen woning? Een studiebeurs voor lage inkomens, dan ook voor hoge inkomens?

Al die voorzieningen moeten betaald worden. Daar is te weinig geld voor. Dus eigen bijdragen voor iedereen. De lage inkomens komen tekort om te kunnen participeren. Dus tegemoetkomingen via de bijzondere bijstand, minimabeleid en belastingteruggave. Dat is zo ingewikkeld dat zeker de lagere inkomens in het oerwoud van regeltjes verdwalen. Waar blijft de solidariteit?

 

naar de top

 

 

SOLIDARITEIT 

 

Iedereen vindt dat in tijden van recessie de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Daar steekt de overtuiging achter dat mensen die onvoldoende in staat zijn om in hun eigen inkomen te voorzien, toch volwaardig in hun samenleving moeten kunnen deelnemen. Maar in de praktijk gebeurt steevast het omgekeerde”, zegt de Volkskrant in zijn essay Verzorgingsstaat van 4 september 2004. Hoe komt dat? “Niet de burger, maar de voorzieningen staan centraal”, denkt men in de Volkskrant.

 

De koopkracht van mensen met een uitkering is de laatste vijftien jaar met 16 procent achtergebleven bij die van mensen met een inkomen uit arbeid. Ook het minimumloon bleef flink achter. In 1973 was het sociaal minimum ongeveer gelijk aan het bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking. In de afgelopen dertig jaar is dat gezakt naar een niveau van nog maar 60 procent. Van een eerlijke inkomensverdeling kwam dus niet veel terecht.

Waarom hebben juist de lagere inkomensgroepen het minste van de verzorgingsstaat geprofiteerd ?

 

Gelijkheidsdenken

 

We vinden dat iedereen mee moet kunnen doen in zijn samenleving, maar we vinden ook dat iedereen in gelijke mate profijt moet hebben van de verzorgingsstaat. Dus de AOW, ANW, WIA, AWBZ, WW, ZW, kinderbijslag, bijzondere bijstand, studiefinanciering etc. gelden voor iedereen in gelijke mate. Voor arm en rijk is de AOW en de kinderbijslag even hoog.

Het scheppen van “gelijke arrangementen” in de verzorgingsstaat leidde er toe dat de burgers steeds meer beroep deden op deze voorzieningen en ook dat deze voorzieningen steeds meer werden aangepast en uitgebreid. Het toenemende gebruik van de WW en de WAO in de jaren tachtig ligt ons nog vers in het geheugen. Te weinig werd de vraag gesteld of elke burger in voldoende mate zijn eigen verantwoordelijkheid in zijn samenleving waar maakte.

Wat bedoeld werd als een vorm van solidariteit en rechtvaardige verdeling leidde in de praktijk tot overgebruik en ook tot misbruik.

De uitbreiding van het voorzieningenniveau, ook voor mensen die daar niet van afhankelijk zijn om in de samenleving deel te nemen, bereikt zijn grens als de middelen ter bekostiging gaan ontbreken. Burgers die voor hun participatie afhankelijk zijn van deze voorzieningen, kunnen er niet over beschikken, want anderen hebben er ook recht op. Dus bezuinigen! Ouderen moeten de thuiszorg opzeggen omdat ze de eigen bijdrage niet kunnen betalen.

 

naar de top