|
Oud worden doe je later…
"Oud worden doe je later", sprak de oude wijze kater. "Oud worden, ziek, gehandicapt en met vele kwalen nog behept, wat moet je met dat grijze zootje? Binnenkort leggen zij het loodje."
Vroeger hebben wij hen opgeborgen om in een gesticht voor hen te zorgen. Intussen zijn ze echter geëmancipeerd en in onze samenleving teruggekeerd. Nu zitten ze weer thuis, alleen, geïsoleerd eigen baas maar ook door kwalen gedupeerd.
Waarom zou je graag oud willen zijn? Wie jong kan blijven, heeft het fijn! Kom, we maken er een groot katerfeest van en trekken ons van geen hond nog wat an. Later zat de kater met een hele grote kater. Maar zoals altijd, dat merkte hij pas later.
Verbeelding “Wie op gevleugelde paarden rijdt, Valt zich te pletter op de realiteit”, Dat was de visie van grootvader, en hij handelde binnen dit kader.
“Wie zich niets verbeeldt, heeft geen hart en te veel eelt. Je niets verbeelden is twee keer niets. Erger dan de werkelijkheid is er niets”, was de reactie van mijn grootmoeder. Ze was een voortreffelijke opvoeder.
Hij had een afkeer van alle eigenwaan. Zij vond die somberheid maar niets gedaan. Samen zijn ze door het leven gegaan. Wie gelijk had, heeft er nooit iets toe gedaan.
Scheldnamen 0f beschermdieren
Mill : germen = vrouwelijke geiten St. Hubert: bokken = mannelijk geiten Wanroy: padden Rijkevoort: kikvorsen Ledeakker hanen Overloon: hoibuken = hooibuiken St. Anthonis: zeikmeiken = mieren Boxmeer: keieschieters = keienschijters
Of die scheldnamen vroeger een achtergrond gehad hebben van een Totem, een beschermdier van een gemeenschap, is mij niet duidelijk.
Os van Oss
Een os is een mannelijk dier. Ooit was hij een echte stier. Tot zijn grote spijt is hij vreselijk gekloot Met alle gevolgen voor zijn dagelijks brood. Voor hem een groot verlies. “Oss trekt” is nu het devies. Hij moet nu de kar of ploeg maar trekken Heel iets anders dan een koe te dekken Dat is wat hem nog het meest van al verdroot.
Maaslandse roodbonte
Een Maaslandse roodbonte boerenkoe Moest in het Overloonse naar der moeder toe. Waar ze tevens haar tante opzoeken wou, een roodbonte hooibuik met een zere klauw.
Ze dacht: “Ik pak den brommer, Vol gas, des te gauwer kom der. Omdat ze tevoren nog even belde, Wist ze dat moe op haar bezoek al telde.
In Cuyk kreeg ze de schrik van der leven. Waarachtig ze was er bijna in gebleven ! Daar stond plots dat stalen Expo–dier, Dat overal op leek, behalve op een stier.
“Zeg”, loeide zij, “jij ijzeren beest, Van Expo Brussel, dat miljoenenfeest. Sta je hier voor de een of andere hulde, Of is het meer ter dekking van de schulde” ?
Disco
Een haantje dat op disco kwam Bij de mieren in Sint Tunnis, Die vond het zo verschrikkelijk lam, Dat een mier zo klein en dun is.
Toch besloot hij zijn kans te wagen En een mier ten dans te vragen. Het mooie diertje kon hem wel bekoren Maar na twee maten was hij haar verloren.
Het haantje zat met hartzeer én Het miertje zat hem in de verén. Bedroefd heeft hij uren zitten vlooien Wat hij vond was ongediert’ uit kippenkooien.
“Dan ga ik mijn verdriet verdrinken aan de tap. Ik moet uitkijken dat ik op een miertje trap. Ik zal een glaasje “hennekes” bestellen En ze hier eens “van de hanen” wat vertellen”.
Zo kakelde hij: “Ik kom van ’t Leeker” Maar ieder praatte door en niemand keek er. Toen werd hij vreselijk kwaad En smeet het meubilair op straat.
Tien mieren heeft hij woedend opgepikt En zonder na te denken ook nog doorgeslikt. Al jaren zit hij nu met deze zaak verlegen Want prompt heeft hij het mierenzuur gekregen.
Wijze raad
Een gemeenteraad, hier in de buurt. kwam bij mekaar Om te stemmen over het plaatsen van een urinoir. “We zetten hem naast de kerk”, adviseerde B & W. Een raadslid dat nog niet dacht aan een soort van plee, Verklaarde plechtig, al werd er nog wat heen en weer geluld, “Ik vind het goed als ie onder de hoogmis maar niet spult”. De goede man dacht aan een waterorgel op de kermis En dat is geen instrument voor begeleiding van de hoogmis.
In Mill
In Mill daar woonde eens een geit Die jaren in Sint Hubert had gevrijd. De mensen riepen: “oh wat ’n schand., Waarom zoekt ze ‘t niet in eigen stand, Waarom voelt ze zich zo aangetrokken Door die Sint Hubertse bokken”? De burgermeester klaagde al: “och erme, Waar moet dat heen met onze germe”. “Is er één schaap over de dam, Dan gaan der meer”, zo riep een ram Met veel klandizie: “Ik ging naar de politie”. Ook de pastoor die kwam der fel op tegen Hij preekte: “hieraan geef ik nooit mijn zegen”. Ten einde raad heeft men haar op stal gezet En haar het verkeer met het andere geslacht belet.
Geitenbreien
Een bok wonend in de Sint Hubertse contreien Die kant kon klossen en ook nog geitenbreien Heeft onlangs in een mum van tijd Geheel alleen zijn eigen geit gebreid. Waarna hij door een vleugje kant te klossen. Haar zonder moeite ook weer op kon lossen.
Veel bokken zijn op zoek naar dit recept. Want ongewild zijn zij met libido behept. Zo kunnen zij zich met fatsoen vermaken En tevens van de nood een deugd nog maken.
Komt ze hen van pas, de geit, Dan is ze altijd weer paraat. En bij gebleken overbodigheid, Weet ze van de bok geen kwaad.
Paddenpraat
Een groepje mannenpadden zat in zak en as, Omdat hun probleem zo moeilijk op te lossen was. “Als we straks thuis komen Na dit urenlange bomen, In ons oergezellige dorpscafé Valt de thuiskomst weer niet mee”. “Wat doe je dan ?”, zo zei de enige vrijgezel. “Dan blijf je plakken, je vrouw geloofd het wel”.
We hadden ten einde raad weer eens beloofd - En moeder de vrouw heeft ons geloofd - Om toch vroeg naar huis te gaan. Maar we hebben het weer niet gedaan “Begrijp ons goed, mijne heren, Wat wij hiervan kunnen leren Is dat wij moeten emanciperen. Het gedogen zit ons in de kleren”.
Bij thuiskomst kom je wel akkoord, De dames doen zo gauw geen moord. De juiste toedracht zijn ze achteraf vergeten. Wel is zeker dat het hen niet heeft meegezeten. De ergste storm is intussen weer geluwd. Alle zijn ze weer in pais en vree gehuwd.
De pinegel
In Wanroy was er eens een pad Die dacht dat hij er recht op had, - Ook al had hij nog zo’n kegel - Om te staan op eigen tegel.
Dat was zijn vaste plek, dat was zijn thuis In de hoogmis achter in des Heren huis. Hij had daar immers al zo lang gestaan Dat alle andere rechten waren afgedaan.
De pastoor die zei: “hieraan stel ik paal en perk. Op het kerkhof heeft iedereen zijn eigen zerk. Maar tegels blijven alle vrij in onze kerk, Nee, dat nooit, dat is voorwaar geen werk” .
We zullen die pinegel wel eens testen En hem eerst een beetje pesten. Het plaatsgeld laten we hem dubbel betalen. Verder is aan hem weinig eer te behalen.
Maar toen een kikvors naar de nachtmis kwam en de ophaler van hem geen plaatsengeld bekwam Toen werd de goede herder meer dan vreselijk kwaad. En deze historische woorden sprak hij heel kordaat:
“Laat ze in die kikkerpoel maar dorsvlegels fabriceren. Knuppels hebben ze al en aan vlegels zal het niet mankeren’. Door al het gedoe zijn ze helaas de pinegel weer vergeten. Had ik het niet opgeschreven, dan had niemand het geweten.
Een pad
In Oss was er eens een argeloze pad, Die iedere week zijn commentaartje had. Hij dacht: “we zullen iedereen De naakte feiten en de blote waarheid zeggen”. Achteraf bleek dat niet elkeen Van plan was zich hierbij neer te leggen.
De goe gemeent’ kwam in ’t geweer En zei: “wij betreuren deze actie zeer, Wat moet de burger dan wel denken, Als wij hun goede naam maar laten krenken”? Toen was het met zijn commentaartje afgelopen En weer wat wijzer is de pad weer afgedropen.
De varkens
“Alle varkens zijn in de grond van zaak gelijk, maar de grootste varkens zijn toch iets meer gelijk En de grote varkens mogen daarom ook iets meer”, aldus de politieke leuze van een grote varkensbeer.
“Varkens ‘samen sterk’ verenigt u. Andere beesten zijn van plan ons uit te buiten. Hun bedorven geesten zijn op onze rijkdom uit. Als jullie op mij stemmen Dan ben ik in staat, als jullie baas, dat tuig te temmen”.
De verkiezingen heeft hij heel ruim gewonnen. De volgende constructie heeft hij toen verzonnen: Wil ik deze beestenboel goed kunnen blijven leiden Dan geldt de tucht en is het: ‘tegenstand vermijden’.
De volgende oekaze liet hij toen uitgevaardigd: “Jullie zijn de baas, dat is zeker gerechtvaardigd. Wij houden zelf in het algemeen belang de poen Om er economisch goede dingen mee te doen”.
Economie is landsbelang en zegt de minima minder. Als zij zelf mogen beslissen, hebben ze er geen hinder Van dat ze slechts hun eigen armoe mogen verdelen, Terwijl de grote varkens elkaar rijkelijk bedelen.
Jullie beslissen autonoom als gemeentelijke overheid. Jullie staan het dichtste bij de burger en maken het beleid. Over ‘te weinig geld’ moet je niet bij me komen klagen. Probeer met goede woorden de burger maar te behagen.
Hoe het verder met de staat der varkens is gegaan Kan ik u niet zeggen. Het rijmpje was al afgedaan. Ik kan u wel voorspellen dat de revolutie vroeg of laat Voor de deur van varkensstaat en soortgelijken staat.
De Bevers
Er was onrust, ze waren bang in het grote Beverland. Steeds meer bevers waren door een mankement onthand. De een had geen verstand of hij had het weer verloren. Een ander was met een lichamelijke handicap geboren.
Oude bevers raakten chronisch ziek en ook versleten. Wie crimineel was liep vrij rond en werd vergeten. Wie het psychisch af liet weten, liep dakloos rond En de zieken werden zelden nog vanzelf gezond.
“Wij zijn goed in burchten bouwen”, sprak de baas “En voor onze problemen biedt dat wellicht soulaas. Wij bouwen een burcht voor elke gehandicapte groep. De problemen gaan erin op en zo is opgeruimd de troep”.
Jaren lang deed men aldus. Gekken kwamen in een gesticht. Voor ‘oud en versleten’ werden verpleeghuizen opgericht. Voor gehandicapten werd plaats in een inrichting gereserveerd. Wie niet deugen wou kon in de gevangenis tot hij was bekeerd.
Problemengevallen waren in de instituten opgeborgen. Keurig opgeruimd, de samenleving was zonder zorgen. De kosten van besteding werden door economen opgezocht Burgers betaalden hun tarief en daarmee was alles afgekocht.
In het Oosten kwam de klad in deze vorm van aanbodeconomie. De vrije markt van het Westen werd de nieuwe ideologie. Vraagsturing ! Bevers moesten voor zichzelf gaan zorgen. Eigen regie, zelfstandig, en zorgen voor de dag van morgen.
De muren van de burchten werden uiteindelijk afgebroken. Hun bewoners lieten zich tot volwaardige burgers omdopen. Ze zijn weer in hun eigen samenleving aan het integreren En beginnen op alle gebieden weer mee te participeren.
De vrije vogel
“Vrijheid is echt je hoogste goed, Niemand voelt iets voor de knoet” Sprak de vrije vogel En hij vloog al Zijn eigen vrijheid tegemoet.
Maar eenmaal hoog in de lucht Voelde hij zich toch beducht Voor het geval Dat hemel en al Naar beneden konden vallen in één zucht.
“Vrijheid”, zo was hij aan het beschouwen, Is eigenlijk een kwestie van vertrouwen. Door het toeval van een ander feit Heb je meteen een andere realiteit. Het heeft geen zin de schijn nog op te houden.
Niets is echter erger dan de werkelijkheid In dit ondermaanse rijk van leed en strijd. Daarom is het heus geen weelde Om je een en ander te verbeelden. Daarmee schep je eigen vrijheid én realiteit.
Liggen jouw keuzen vooral in je eigen genen Of wordt je levensweg bepaald door degenen, Die je opvoeden en waaruit je bent geboren Of door het milieu waarbij je bent gaan horen. Zeker is jouw vrijheid een zaak van “menen”.
Gehoorzame hond
In Oss was eens een hond, Die maakte het nogal bont. Zijn baasje zei: “helaas, Wat lijk je op de baas”.
Hij ging naar een school voor dieren Om te leren voor goede manieren. Dat heeft hem op het goede pad gebracht. En hem behoed voor erger, ongeacht Zijn eigenwijze inborst en eigenwaan. Het examen heeft hij goed gedaan.
Echt “gehoorzaam” is hij echter nooit geweest. Als hij een teef ziet, vergeet hij nog het meest. Dan vergeet hij alles wat hij heeft geleerd. En menigmaal is hij er tussenuit gepeerd.
Maden en Wormen
In het kabinet van Jan Peter knaagden heel veel wormen. Zij waren op zoek naar beter, naar echte waarden en normen. IJverig hebben ze doorgeknaagd. en menigeen werd doorgezaagd. Zij aten de kast bijna leeg, niemand die nog iets kreeg. Totdat het dure kabinet conform natuur en wet door zijn vermolmde poten zeeg.
Acht knorhanen
Geslaagd voor eindexamen na veel studeren gingen zij op fietstour door de lage landen. Ėén knorhaan had last van hevig flatuleren. Zijn dampen waren echt niet weg te branden.
In de buurt van Groningen kreeg hij hoge nood. De andere zeven knorhanen speurden eensgezind naar een gunstige locatie voor zijn grote hoop. Een geitenstal dook op met “pas op voor geitenwind” !
Er was geen keuze, de nood was al te dringend. Gezwind verdween de knorhaan in het geitenhok Zijn behoefte was intussen meer dan dwingend Ondanks de storende aanwezigheid van de geitenbok.
Het duurde lang voor de knorhaan op kwam dagen. “Was het bij die stinkende geit niet meegevallen?” De anderen konden niet laten hem dat te vragen. “Nee, het duurde langer, de bok is flauw gevallen”.
Is uw gemeente ouderenproof?
Motto: The proof of the pudding is the eating.
De gemeente wilde wel eens weten of Oss ook ouderenproof was. Ėén oudere hebben ze opgegeten Toen vonden ze dat het wel genoeg was.
Achteraf zei er een uit Ravenstein Dat kan toch nooit de bedoeling zijn. Dat je eerst alle ouderen op moet eten Om hun ouderenproof gehalte op te meten.
Straks is Oss ouderenproof zo ver Maar je hebt geen ene oudere ovér. Zo bereik je nooit je doel Als je begrijpt wat ik bedoel.
Ten einde raad de koppen weer bijeen gestoken Met zijn allen zijn ze op het probleem gedoken. Als we nu eens serieus zouden gaan meten Of de anderen de ouderen niet zijn vergeten.
Het ouderenproof gehalte van samenleving Moet worden vastgesteld, dat is in het geding. Negen werkgroepen zijn aan de slag gegaan En voortreffelijk hebben ze hun werk gedaan.
Toekomst
Wie de macht wil hebben Moet toekomst scheppen. Toekomst van Oss Van alle sleur los Om de burger op te peppen.
Wie de roem van het nageslacht wil erven En niet als een grijze muis wil sterven Zal toekomst moeten maken Ook van verloren zaken Desnoods de toekomst “met de mond” verwerven.
Dat heeft de raad van Oss heel goed begrepen Voor hen is dat niet minder dan een gegeven. Ze lonken naar de macht. Ze verdronken in ’t gedacht Dat toekomst komt, ook waar ze in ‘t verleden leven.
Aangenaam
De slogan was: “aangenaam gewoon”. Nu ligt de nadruk op “buitengewoon”. “Buitengewoon aangenaam”. Daarvan raakt men aangedaan. Dat heeft pas echte uitstraling. Het bestrijdt de waardedaling Van het Osse merk. Ziet toch hoe sterk Oss groeit in zijn positiebepaling.
De lucht in of de grond in….
Wie zijn superioriteit wil tonen en ook nog ver wil kijken Moet in hoge torens wonen die tot in de wolken reiken. Dan kun je hoog van de toren blazen. En ook de goe gemeent’ verbazen. Maar een hoge graad van woongenot zul je er nooit bereiken.
Dan nog liever de grond in om de natuur te behouden. Daar blijf je gezond in en je wordt er niet verkouden. Beter de diepte ingegaan Dan de lucht ingegaan. Uitzicht is leuk, maar je kunt het beter bij inzicht houden.
Effe naar Geffe
“Wie veel wind zaait, oogst een storm, Ik prefereer een storm in een glas water. En wie heel wild maait, is niet in vorm”, was de analyse van de psychiater. “Ik ga effe naar Geffe Dat verhoogt mijn kans op succes enorm”.
Steigerpraat
Twee drieletterwoorden en de daad Daar draait het om bij steigerpraat. Als men zich hoger in de steiger waagt Van dikker hout men planken zaagt. Zó is nog nergens ooit het peil gestegen. Hoe lager bij de grond, hoe vetter lol ze kregen.
Briefje op een boom
Lieve Hendrik, ik hout van gij. Hout jij ook van mij ? Ik heb heel veel aan jou gedacht Lang heb ik al op jou gewacht. Waarom zijt ge niet gekwemen Wat waren de problemen ? Lieve Hendrik , ik hout van gij, Toe nou, wacht op mij.
Twee paar schoenen
Twee paar schoenen zijn heel dicht bijeen gaan staan Omdat hun meesters langzaam aan het vrijen slaan. Het herenpaar spreekt schuchter zijn verwondering uit. En prijst de dames om hun mooie glans en zachte huid.
De damesschoenen blozen lachend om zoveel gewaagde lof. En fluisteren zacht: “wordt boven ons die vrijerij geen sof, Dan is jullie in de toekomst groot geluk beschoren, Aan jullie hebben wij al ras ons lieve hart verloren.
Plotseling zijn de meesters opgestaan. En ieder is ontdaan zijns weegs gegaan. Niemand heeft zich echter ooit iets aangetrokken Van de schoenen. Die bleven zitten met de brokken.
TOEKOMST
Levenseinder
Mijn beweegredenen waren gericht op mijn toekomst. Hoogstens één generatie nog en mijn toekomst is verleden. Dan ligt mijn toekomst begraven in een laatste rustplaats. Mijn dromen zijn verzand in het graf van moeder aarde. Wat toen toekomst voor mij was, is nu mijn verleden. Een stukje geschiedenis voor de pasanten van mijn graf. Zij zoeken nog naar hun wortels om toekomst te scheppen. Zij gaan het levenspad naar de einder van dit leven.
Schitterende toekomst
Mijn toekomst is sneller aan mijn oog voorbij getrokken dan ik ooit in mijn haastige leven heb durven denken. Mijn laatste wens is na dit leven: een laatste rustplaats, rustig, warm, droog en aangenaam, midden in de natuur, waar vogels nestelen en planten hun biotoop hebben. waar ook de mensen die nog leven zich thuis voelen. Lig ik daar in vrede te rusten, de natuur werkt op me in. Mijn verleden trekt in alle eeuwigheid aan mij voorbij. Met gesloten ogen kijk ik recht in mijn schitterende toekomst.
DNA chip
Denkhoofd hing in de lucht
Een oude bok
Een oude wat vergrijsde bok
|