|
In de Middeleeuwen lieten vrouwen zich inmetselen achter
een kerkmuur om midden in de wereld te blijven.
De stadskluizenaressen sloten zich af voor het
rumoer van de omgeving om zich te concentreren op
zichzelf en hun wereld. Zij kozen voor een
bestaan als kluizenaar. Zij verscholen zich
achter de kerkmuur aan de kant van het kerkplein,
toen nog het centrum en podium van de wereld. Het
gat in de kerkmuur was hun contact met de wereld.
Vaak groeiden ze uit tot bekende stadsfiguren.
Toen zuster Bertken in 1514 overleed nadat ze 57
jaar had doorgebracht achter de kerkmuur van de
Utrechtse Buurkerk, moesten zes mannen de rouwende
menigte in bedwang houden. Stadskluizenaressen
functioneerden als vraagbaak, nieuwspunt en plek
voor goede raad.
Mijn website
Denkend aan mijn website staat mij het gat in de kerkmuur
van de stadskluizenares voor ogen. Mijn
woonkluis, mijn plek op Internet. Ik laat me
inmetselen op mijn website op Internet. Ik wil
daar comfortabel wonen, welzijn en bewegen. Ik
wil opschrijven wat ik van belang vind en zeggen wat
ik denk. Ik wil me afschermen voor de onrust en
het opdringerige rumoer van mijn omgeving, op mezelf
blijven midden in de wereld. Ik wil mij rustig
bezinnen op deze plek. Ik wil de wereld in mijn
verbeelding opnemen, Mijn verbeelding presenteren
aan de wereld op mijn website op Internet. Ik
kijk vanuit mijn plek op Internet naar mezelf en
mijn samenleving. |
Mijn grafzerk
Als ik naar mijn
toekomst kijk zie ik mijn laatste rustplaats. Wat er van mij rest, is tijdloos en geschiedenis geworden. Verleden en toekomst vloeien in elkaar over in het eeuwig
moment. Mijn dromen zijn verzand in het graf van moeder aarde. Mijn ambities heb ik aan mijn website toevertrouwd. Alles gaat voor voorbij, ook voor de passanten op Internet. Mijn toekomst is ook mijn laatste rustplaats op Internet.
***
Bijna dood
Veel
mensen hebben een bijna-dood ervaring gehad. Cardioloog Pim van
Lommel schreef er een boek over: Eindeloos bewustzijn.
Bijna-dood
ervaringen laten zien dat er bewustzijn blijft als de hersenen
niet meer functioneren. Dat bewustzijn is ongelooflijk helder,
tijd- en plaatsloos, verleden en toekomst ineen. Het is niet te
lokaliseren in de hersenen, het is non-lokaal, het is
alomtegenwoordig. Wellicht
functioneren de hersenen als een lichamelijk opvangstation dat
dit bewustzijn omzet in ruimtelijke en tijdelijke denkbeelden.
Zonder het lichaam en de hersenen bestaan er geen woorden en
begrippen. Het lichaam sterft en vergaat. Het tijdloze
bewustzijn lijkt te blijven, maar het is ongrijpbaar en
onbenoembaar vanuit onze immanente wereld. Mensen
zien in een bijna-dood ervaring een overweldigende
onvoorwaardelijke liefdevolle aandacht en acceptatie, een
absoluut levensinzicht. Wat overheerst in alle verhalen is:
liefde.
Onbegrijpelijk
Mensen die
het niet hebben meegemaakt kunnen het niet begrijpen. Mensen die
wel een bijna-dood ervaring hebben gehad zullen hun inzicht
moeten integreren in hun verdere leven. Dat is heel moeilijk.
Sommigen van hen zijn beland in een gesloten psychiatrische
inrichting omdat zij met niets anders bezig waren. De
stelling: “wat we niet begrijpen, bestaat niet”, is onhoudbaar.
Onze lichamelijke en geestelijke vermogens zijn afhankelijk van
“begrijpen in categorieën van ruimte en tijd”. Ruimte en tijd
verdwijnen als je lichaam sterft. Ik denk
dat het bewustzijn blijft in een eeuwig moment van
gelukzaligheid.

Geluk
Aldous
Huxley schreef in 1932 zijn Brave new World. Hij schetst
daarin een wereld waar ziekte en sociale conflicten zijn
afgeschaft. Depressies,krankzinnigheid en psychisch lijden zijn
er onbekend. Seks is er altijd goed en beschikbaar. Iedereen is
er gezond en voldaan. Wat is er
mis in Huxleys wereld? De mensen die erin leven zijn niet langer
“volop mens”. Het zijn gelukkige slaven met een slaafs geluk. “Het
streven naar een utopie maakt meer slachtoffers dan een cynisch
machiavellisme” zegt Hans Achterhuis in De erfenis van een
utopie. De mogelijkheden van gentechbiologie zijn
onvoorstelbaar groot, maar je zult er geen betere mensen mee
maken. Een utopie
die verwordt tot een dwangdenkbeeld is een gevaar voor onze
samenleving. De beste remedie is: relativeren en accepteren dat
geluk niet te koop is.
Op drift
Alles moet
kunnen sinds de jaren zestig. Onbeperkte vrijheid is de norm.
Toch heeft alles zijn beperkingen. Wie met zijn vrijheden op de
loop gaat wordt geconfronteerd met grenzen die anderen stellen.
Vroeger
lagen waarden en normen, rollen en patronen vast. Ze golden als
een soort natuurwet. Uit die
dwangbuis hebben we ons “bevrijd”, maar daarmee verloren we ook
onze zekerheden en oriëntatie. We zijn op drift en op zoek naar
nieuwe perspectieven. Die normen
en waarden hebben we nog wel, maar we zijn het verband kwijt
waarin we ze goed kunnen hanteren.

Bezit
De
Amerikaanse regering wil in1854 het land van de Indianen te
kopen. “Moed broeders en zusters, een beetje meer moed”, zegt
het opperhoofd Seattle. “Strek de rug en span de boog. Zij zijn
tot de tanden gewapend, maar aan u is het leven. Ons land
is gewijde grond. De weerspiegeling in het helder water spreekt
van onze geschiedenis. Het murmelende water is de stem van onze
vaderen. Wij
beraden ons over het aanbod. Als wij niet verkopen, komt de
blanke man met zijn geweren. God heeft de blanken lief. Zijn
rode kinderen heeft hij verlaten. Weldra
zullen zij ons land overspoelen zoals de rivier na een hevige
bui zich door de kloof stort. Mijn volk en ik, wij zijn een
aflopend getij”.
Van wie is
de aarde
“De lucht
deelt zijn adem mee aan al wat leeft. De wind die mijn vader
zijn eerste ademtocht gaf, neemt ook zijn laatste ademtocht in
ontvangst. De aarde is onze moeder. Wat er
gebeurt met de aarde, gebeurt met de kinderen van de aarde. Als
een man op de grond spuwt, spuwt hij op zichzelf. De aarde
behoort niet aan de mens, de mens hoort aan de aarde.
De mens
heeft het web van het leven niet geweven. Hij is slechts een
draad ervan. Wat hij met het web doet, doet hij met zichzelf”.
Dit zijn
teksten uit Hoe kun je de lucht bezitten van Aktie
Strohalm.
Broeder
“Ook de
blanke man wiens God hem als een vriend behandelt, kan niet
ontkomen aan ons aller lot. Misschien zullen we uiteindelijk
allemaal broeder zijn. Een ding weten wij – ook de blanke man
zal het eens ontdekken – onze God en uw God is dezelfde. U kunt nu
wel denken dat u Hem bezit, zoals u ons land wilt bezitten,maar
dat kunt u niet. Hij is de God van alle mensen. De aarde is hem
lief en deze beschadigen betekent zijn Schepper beledigen. Ik begrijp
het niet. Onze wegen zijn anders dan de uwe. Het zien van uw
steden doet pijn aan de ogen van de rode man”.
Wat is uw
droom
“Wij
begrijpen niet waarom de buffels zijn afgeslacht. De wilde
paarden zijn getemd. Waarom stinken de verste uithoeken van het
woud naar de lucht van vele mannen? Waarom is het rijpe koren op
de heuvels overdekt met praatdraden? Wij zouden
het misschien kunnen begrijpen als we wisten waar de blanke man
van droomt. Van welke hoop en verwachting hij zijn kinderen
vertelt in de lange winteravonden. Welke visioenen hij graveert
in hun harten zodat zij verlangend uitzien naar de dag van
morgen. Is de
aarde van de blanke omdat de rode man een stuk papier tekent?
De blanke
man denkt dat hij de aarde kan bezitten. Hoe kan een mens zijn
moeder bezitten?”
Dit zijn
teksten uit Hoe kun je de lucht bezitten van Aktie
Strohalm.
Kort
Lontje
Kleine
incidenten ontaarden in grove agressie. Conflicten kunnen enorm
uit de hand lopen. Hoe komt dat? Politiek
filosoof Harry Kunneman schreef er een boek over: Voorbij het
dikke ik. Velen maken zich zorgen over de korte lontjes,
de agressiviteit en opvliegendheid waarmee men elkaar te lijf
gaan. Dat ligt aan het al te grote ego, het dikke ik. Het
dikke ik is onverzadigbaar. Het vreet zichzelf vol, het
krijgt nooit genoeg. Het stelt zichzelf voorop en anderen moeten
daarvoor ruimte maken. De opmars
van het dikke ik zie je het duidelijkste in het
bedrijfsleven. Topmanagers eigenen zich onevenredig
maatschappelijke middelen toe. Verticale gezagstructuren vielen
weg sinds de jaren zestig. Individuen werden autonomer. Morele
autoriteiten werden aan de kant geschoven.
Concurrentie
Concurreren is de boodschap. Het leven is een wedstrijd. De
winnaar heeft succes en bepaalt de moraal. De sterkste wint en
bepaalt ook de relatie tot de ander. Hij controleert de ander.
Je hebt
geen diepgaand contact met mensen die je controleert. Het zijn
je concurrenten. Dat gemis kun je verhelpen, zo denken ze, door
je dikke ik nog meer op te blazen en zo nog sterker te
staan. Door meer te hebben ben je meer. Daarom slaat het dikke ik zo om zich heen. Of je nu
jezelf vijf miljoen als bonus laat uitkeren of je slaat anderen
op hun bek, het effect is hetzelfde. De boodschap is: “ik ben de
baas”.
Veroudering
Het
verouderingsproces is een lichamelijke ontwikkeling waaraan de
persoon zich geestelijk moet aanpassen. Het gaat hierbij om het
moeizamer functioneren van het samenspel van organen. Dat is
nodig om de interne balans van het lichaam (homeostase) te
handhaven. Ziekte is
een verstoring van de homeostase en veroudering is het kwetsbaar
worden van de homeostase. De bandbreedte van de homeostase neemt
af bij het ouder worden en de kwetsbaarheid van de homeostase
neemt toe. Een
belangrijk samenspel van de organen is het stressproces.
Stresshormonen verhogen onze staat van paraatheid. Het
stressproces verloopt minder flexibel bij het ouder worden. Men
wordt eerder nerveus. Als daardoor langdurige stress ontstaat,
put het lichaam zich uit en kunnen ziekteverschijnselen
ontstaan.
Misleidende ziekteverschijnselen
Ziekteverschijnselen kunnen twee oorzaken hebben: de ziekte zelf
of langdurige stress. 1.De klachten kunnen te maken hebben met
aantoonbare afwijkingen (ziekenzorg). 2.De klachten kunnen te
wijten zijn aan langdurige stress (welzijnszorg). Stressfactoren zoals gevoelens van onveiligheid en onmacht,
gebrek aan eigen regie en structuur, zingeving en
tijdsbesteding, te weinig afwisseling en uitdaging kunnen leiden
tot onderbelasting. De
onderbelaste persoon is zich hiervan niet bewust, voelt zich
beroerder en onmachtiger, doet telkens opnieuw beroep op
ziekenzorg en komt in een vicieuze cirkel terecht. Dat leidt tot
apathie. Zij moeten
juist opgeroepen worden tot levensinvulling. Zij moeten uit de
koker van hun sociaal isolement komen en actief deelnemen aan
hun samenleving. Een contactrijke omgeving en activering
(welzijnszorg) kan hen opwekken.
Naar
aanleiding van een lezing van dr. A. van de Plaats, sociaal
geriater.
Ouderschap
Ouderschap
schept verplichtingen en verantwoordelijkheden. Daaraan kunnen
ouders zich niet onttrekken door te scheiden of weg te lopen. Kinderen
kiezen niet voor scheiden, maar ze worden er wel ernstig door
gedupeerd. Hun hele leven wordt overhoop gehaald door spanning
en strijd tussen hun ouders. Daar zijn ze ongewild een onderdeel
van en ze kunnen er niets aan doen. Als de
huwelijksboot op de klippen loopt, moeten eerst de kinderen
gered worden. Vóór de scheiding moet er een ouderschapsplan
worden opgesteld waarin de zorg voor de kinderen wordt geregeld.
Eerst de
kinderen dan de scheiding
Het
ouderschapsplan blijft hoe dan ook reddingswerk. Het heeft zijn
beperkingen en het moet realiseerbaar zijn. Het vraagt om een
concrete aanpak, zeker bij gevallen van verslaving, mishandeling
en allerlei beperkingen. Het staat
als een paal boven water dat goede afspraken betere garanties
scheppen om inhoud te geven aan ouderschap na scheiding. In een
ouderschapsplan worden taken en verantwoordelijkheden van beide
ouders vastgelegd. Drie
dingen moeten er in staan: 1.Het verdelen van de zorg- en
opvoedingstaken (de omgangsregeling). 2.De manier waarop ouders
elkaar informeren en raadplegen bij belangrijke kwesties. 3.Het
regelen van de alimentatie. Beide
ouders blijven verantwoordelijk voor de kinderen. Het
ouderschapsplan vormt een onderdeel van het verzoekschrift tot
ontbinding van het huwelijk. Kinderen moeten inbreng hebben bij
de opstelling van het plan. Komen ze er niet uit, dan beslist de
rechter.
Verleiding
“Politiek
protest tegen de vrije seksuele moraal in videoclips, een verbod
op reclame voor kinderen, internetterrorisme”. Dit zijn een paar
voorbeelden uit de media waaruit blijkt dat bescherming van
burgers tegen de moderne verlokkingen op de maatschappelijke
agenda staat. Toen de
mensen arm waren werden ze gebruikt als arbeidskracht om aan hen
te verdienen. Nu ze koopkracht hebben valt er meer aan hen te
verdienen als hen wordt voorgespiegeld dat ze gelukkiger worden
door veel te kopen. Verkoopstrategieën zijn gebaseerd op de psychologie van de
consument. Hen wordt een droomwereld van geluk en zelfvervulling
voorgeschoteld. Het is een opgave om je staande te houden in
deze consumptiemaatschappij. Alom word je geprikkeld alsof je
leeft in een snoepwinkel.
Verleiding
is de prijs voor onze vrijheid
Onder
invloed van de media zijn producten merken geworden. We willen
geen schoenen maar Nikes. Het verschil tussen product en
merk is groot. Het product heb je nodig om te leven. Het merk
laat zien wie je bent. Het merk spiegelt je identiteit. We worden
in onze belevingswereld omgeven door een wazig web van
verlokking en verleiding. De lokroep van onze
consumptiemaatschappij is zeer moeilijk door te prikken. Odysseus
wist dat zijn schip op de klippen zou lopen als hij gehoor zou
geven aan de lokroep van de Sirenen. Hij liet zich vastmaken aan
de mast en niemand mocht hem losmaken. Dat was zijn redding.
Mensen moeten hun eigen koers houden ondanks verlokkingen.
Oud zijn
Cicero
schreef aan het begin van onze jaartelling. “De levensloop is
een vast gegeven. De natuur kent maar één weg. Het kind is
kwetsbaar, de jeugd is fel, de gevorderde leeftijd heeft zijn
ernst en de ouderdom zijn rijpheid”. Van die
rijpe ouderdom willen we wel profiteren. Naarmate mensen ouder
worden, willen ze nog ouder worden. “Het wordt een soort
tijdloop tussen verval en vervulling”, zegt ethicus Frits de
Lange. Leven
vraagt om vervulling. Wie gezond en mobiel is voelt zich tot op
hoge leeftijd jong. Maar als je in verval raakt en je oud
gaat voelen, komt het einde in zicht.
Nooit
sterven is ook geen leven
“We praten
altijd over mensen als stervelingen en niet over mensen
als borelingen. Waarom somberen over het feit dat we
doodgaan, verwonder je liever over het feit dat er kinderen
geboren worden. Er ontstaat pas geschiedenis bij de geboorte”,
zegt Hannah Arendt. “Nooit
sterven is geen zinvol leven. Stel je eens voor hoe er een einde
komt aan het eeuwige leven zonder dood te gaan. Hoe heb je
toekomst als je niet dood kunt gaan”, vraagt Simone de Beauvoir
zich af. Wie ben je
als je geen geschiedenis en geen gezicht, geen idealen en geen
perspectief meer hebt? Kleine genoegens verliezen hun waarde als
wij daar tot in de eeuwigheid van moeten proeven.
Zwakkeren
Op een
parkeerterreintje bij een sportveld staat een sportwagen van
150.000 euro, mooi gestroomlijnd. Het ding is een jaar oud en
moet worden ingeruild. De eigenaar beklaagt zich zonder blikken
of blozen dat zijn auto bij inruil nog maar de helft opbrengt. In een
zaaltje met ouderen vraagt een 73-jarige het woord over zijn
pensioen. “Ondanks het feit dat ik vijftig jaar gewerkt heb,
krijg ik niet meer dan 40 euro per maand bovenop mijn AOW. Ik
heb geen auto. Ik heb een rollator nodig. Die wil de verzekering
me niet vergoeden. Andere
ouderen branden los. Over gebrek aan hulp, het tekort aan
vervoer en voorzieningen, het ondoordringbare woud van
bureaucratie en regelgeving, hun schrijnende eenzaamheid.
Geen
woorden maar daden
Het
Regeerakkoord spreekt van “het ik-tijdperk te lijf gaan, oog
voor elkaar hebben, saamhorigheid en duurzaam met elkaar
verbonden zijn”. Dat zijn nobele gedachten die in het akkoord
ondersteund worden door een grote nadruk op ondernemingszin en
talent. De
werkelijkheid ziet er anders uit dan de overheid denkt. Er zijn
villawijken en achterstandsbuurten. Mensen met topsalarissen en
mensen met armoe. Gezonde mensen en mensen met ziekten en
beperkingen. Kringen van gegoede beleidsmakers en grote groepen
die amper mee kunnen doen. Die
tegenstellingen zijn moeilijk te overbruggen met goede
voornemens. Bijna een half miljoen ouderen zonder partner en
voldoende inkomen moeten een beroep doen op de schaarse zorg.
Keuzevrijheid
Om de
gezondheidszorg betaalbaar te houden moet er gebruik gemaakt
worden van marktwerking. De aanbieder met de beste kwaliteit
voor de relatief gunstigste prijs komt het meest tegemoet aan
het belang van de consument. Hij zal de wedstrijd om de klant op
de markt winnen. De
aanbieder moet winst kunnen maken. Winst komt uit de breedte of
de lengte. De consument wil optimaal bediend worden. Hij heeft
daarvoor voldoende middelen nodig die hij niet zo maar uit de
lucht plukt. Als dat
kan zonder tussenkomst van de overheid, zijn de kansen van
aanbieder en consument het grootst. Dat klinkt utopisch, maar
alle bemoeienis van derden kost geld. Beleid, regelgeving,
registratie, controle, handhaving en verantwoording, het kost
batterijen ambtenaren en scheppen geld.
Twee
partijen
De
aanbieder moet kunnen organiseren op basis van de zorgbehoeften
op maat. Voor de consumenten is het ideaal als ze zelf kunnen
kopen wat ze nodig hebben om hun eigen wereld in te richten. Als het
belang van de consument richtinggevend moet zijn, zal de
overheid de rechthebbende consument de nodige besteedbare midden
in eigen handen moeten geven. Geef de
consumenten hun eigen persoonlijke budget. Ze kiezen zelf de
zorg waar ze het meest aan hebben. Doe je dat niet omdat je
beter weet wat goed voor hen is, dan zet je hen in de wachtkamer
van de aanbieder om gepamperd te worden.
Oerknal
Alle
sterren verwijderen zich met grote snelheid van elkaar.
Astronomen kunnen dat zien en meten. De wetenschap komt zo tot
een theorie over het ontstaan van het heelal, de aarde en het
leven. Bijna
veertien miljard jaren geleden moet het gebeurd zijn. De oerknal
uit het (n)iets, onvoorstelbaar klein, zwaar en heet. Explosie,
straling, energie, oersoep. In een honderdste seconde werd het
bijna een lichtjaar groot en koelde het af tot 100 miljard
graden. Na 700.000
jaar tot 3.000 graden afgekoeld, konden materie en straling
ontkoppelen, de materie werd dominant. De materie begon samen te
klonteren. Na een miljard jaren begint de vorming van
sterrenstelsels. Intussen zitten we nog midden in de oerknal.
Terug
kijken
Met de
snelheid van het licht kijken we terug in het ontstaan van het
heelal. We zien het gebeuren. Afhankelijk van de afstand zie je
wat er 10 miljard jaren geleden gebeurd is, je ziet de verst
waarneembare sterrenclusters. Tien
miljard jaar deed de kosmos erover om quarks en elektronen samen
te voegen tot een DNA-streng. Toen ontstond er leven op onze
kleine planeet aarde. Op een
afstand van 14 miljard lichtjaren zien we niets meer. Daar kijk
je in de ruis van oerknal, het is daar 270 graden onder nul. De oerknal
is als een opgeblazen ballon. Miljard sterrenstelsels op de
buitenkant van de ballon stelt de gekromde ruimte voor. Als je
blaast zwelt de ballon en verwijderen de sterrenstelsel zich van
elkaar.
Onze
Kosmos
“Het staat
in de sterren”, zeggen we. Astrologen probeerden om de loop der
dingen op aarde en ook de levensloop van de mensen te verklaren
vanuit de bewegingen van de hemellichamen. De astrologie wordt
nu als sterrenwichelarij beschouwd. Astronomen
berekenen de banen van de hemellichamen. Zij onderzoeken uit
welk materiaal sterren en nevels bestaan. Zij
herleiden het ontstaan van het heelal, de aarde en het leven tot
de oerknal. Het hoe en waarom van de oerknal en wat daaraan
vooraf ging, blijft een mysterie. De vraag
“wat staat er in de sterren geschreven” en “wat is
de drijvende kracht in ons bestaan” blijft onbeantwoord.
Melkweg
Alle
sterren en planeten die we met het blote oog aan de nachtelijke
hemel kunnen zien behoren tot het sterrenstelsel de Melkweg.
Onze Melkweg zie je, als het echt donker zou zijn, als een
lichte nevelband in de hemelkoepel. Die zwakke
lichtband loopt rondom ons zonnestelsel en bestaat uit 150
miljard sterren. Die sterren staan op zijn minst vier lichtjaren
ver van elkaar. De Melkweg
is een schijf met een spiraalstructuur met in het midden een
dikkere kern. Die schijf heeft een doorsnee van 100.000
lichtjaren. Ons zonnestelsel is een piepklein onderdeeltje van
de Melkweg op tweederde van het middelpunt. De Melkweg
draait met een snelheid van 219 km per seconde om zijn as. Een
omloop duurt 234 miljoen jaar.
Normen
Als de
werkelijkheid in onze wereld verandert, zullen de normen en
waarden - ook de wetgeving en het voorzieningenpatroon - zich
daaraan aanpassen. Het omgekeerde geldt ook. Veel
ontwikkelingsmogelijkheden zullen nooit gerealiseerd worden
omdat het te zeer indruist tegen onze opvattingen. Veel moorden
zullen nooit begaan worden omdat wij dat niet goedvinden. Er zijn
echter veel mensen gedood omdat wij vonden dat het goed en
noodzakelijk was. De overwinnaars werden als helden ten
voorbeeld gesteld. Hoe meer dood en verderf zij zaaiden, hoe
groter helden. Toen de
industrie zijn intrede deed kregen we nieuwe voorzieningen.
Verbod op kinderarbeid, onderwijs en leerplicht. Wanneer een
arbeider geen vak leert kan hij niet produceren. Gezondheidszorg, ziekte- en werkloosheid wetgeving. Ook een
zieke arbeider is niet productief.
Onze
wereld verandert
Toen de
trein en de auto onze wereld binnenreden moesten er
verkeersregels komen. Als we jarenlang roofbouw plegen op natuur en milieu wordt het
de hoogste tijd om maatregelen te nemen. Anders worden we
vergiftigd en vernietigen we de toekomst van onze kinderen. Als informatica doordringt tot in de laatste vezel van ons leven
zullen we onze privacy moeten beschermen. Wetgeving en
voorzieningen sluiten aan op de sociologische ontwikkelingen in
onze samenleving. Naarmate immigranten ons land binnenkomen zullen onze waarden en
normen zich aanpassen aan de invloed die zij hebben op onze
cultuur.
Zin
Iemand die
zijn leven en bezigheden zinvol vindt kan erg veel overwinnen en
verduren. Wie die zin ervaart, beschikt over een rijke bron van
kracht. Als de zin
ontbreekt, is de levensbron opgedroogd, de energie opgebrand en
het vuur geblust. Zin is de samenhang, het verband in de wereld
waarin je leeft en die je ook vormgeeft. Zin
verweert zichzelf tegen het absurde als een immuunsysteem in het
menselijk lichaam. Aanvallen en bedreigingen op dit systeem van
geest en lichaam worden doeltreffend bestreden. Dit zijn
uitspraken van de Berlijnse filosoof Wilhelm Schmid. Heel lang
was zin vanzelfsprekend. Maar als zin ter
discussie wordt gesteld, is opgebrand of weggevloeid, weten we
niet hoe we haar moeten terugvinden. Dat hebben we nooit
geleerd.
Absolute zin
De vraag
naar zin objectief beantwoorden is onmogelijk. Dat
veronderstelt een goddelijk standpunt. Mensen kunnen dat
standpunt niet innemen. Wie zegt dat iets zin heeft, ziet samenhang. Wat mensen met
elkaar aangaan geeft zin. Langs elkaar heen leven wordt
als zinloos ervaren. Als zin
niet meer vanzelfsprekend is, zul je aan slag moeten om de zin weer te vinden.
Zin wordt in het diepst van de
ziel, in de kern van zelf, gevoeld en ervaren. Dat is duurzaam
gebonden aan wat zich in het hele leven doet kennen als
essentieel. Liefde, vriendschap, vrijheid, gezin, thuis, natuur, werk,
samenwerking en toewijding vormen de contouren van wat wij als
zinnig ervaren.

Gelukkiger
Mensen die
gelukkiger zijn, blijven ook langer gezond en leven langer. De
vraag is: “hoe kan een mens gelukkig worden en hoe kunnen we
elkaar gelukkig maken”. Als het antwoord op die vraag
gemakkelijk was, hadden we het al lang geweten. Volgens professor Ruut Veenhoven versterkt geluk de gezondheid.
Wie gelukkig is, berooft zich niet van het leven en past beter
op zijn gezondheid. De gelukkige heeft minder last van negatieve
gevoelens en stress, gedraagt zich positiever en staat meer open
voor uitdagingen. Wie een liefdevolle en veilige relatie heeft, voelt een mix van
positieve emoties zoals vreugde, interesse en tevredenheid. Wie
gelukkiger is, is ook sociaal redzamer.
Amerikaanse nonnen
Een breed
opgezet onderzoek onder 65-plussers liet zien dat een man van 70
jaar met een gemiddelde gezondheid en een gemiddeld geluksniveau
nog tien jaar en zeven maanden leeft. Een man met dezelfde
kenmerken die echter bovengemiddeld tevreden is met zijn
levenssituatie leeft gemiddeld een jaar en acht maanden “extra”. Een
onderzoek onder Amerikaanse nonnen liet ook zien dat wie
gelukkiger is, langer gezond blijft. DE nonnen leven, meer dan
wie ook, onder gelijke omstandigheden. De autobiografieën die de
zusters in de jaren dertig hadden geschreven, waren overtuigend.
Van de
nonnen die het minst positief waren, bleek 11 procent 94 jaar of
ouder geworden. Van de vrolijkste nonnen werd maar liefst 50
procent ouder dan 94 jaar. De gelukkigste nonnen leefden 10 jaar
langer.
Thuis
Je huis is
je omhulsel met een helende bescherming tegen dreigingen en
onzekerheden in de wereld. De woorden huis, huls, helen, hol,
heem, heel en heil zijn sterk verwant en hebben dezelfde
taalkundige oorsprong. Je huis is
je toevlucht, je schulp. Het is je tweede huid die je ruimte
biedt om jezelf te zijn en te laten zien wie je bent. Je wordt
er in geboren en je groeit er in op. Volwassen geworden verlaat
je het nest en je bouwt een nieuw nest voor je toekomst. Je huis is je groeiplek en biotoop in de natuur. Wie in zijn
huis gedijt, zit goed in zijn vel, geniet van zijn gezondheid en
bouwt aan zijn samenleving en wereld.
Een tehuis
Met het begrip tehuis kan niet anders worden bedoeld dan een ander
huis, waarin je in de gegeven omstandigheden je beter thuis
voelt. Als je huis te klein wordt, moet je het verbouwen of een
nieuwe woonplek zoeken. Als je door ziekte of gebreken niet meer in huis je kunt functioneren,
moet je een alternatief zoeken, ook als je huisgenoten niet
samen met jou een thuissituatie van voldoende kwaliteit kunnen
scheppen. Op die manier zijn er in onze jongste geschiedenis veel tehuizen
gesticht. Dat gebeurde - kort door de bocht - volgens de methode
“ieder huis zijn eigen kruis”, jeugd, bejaard, gehandicapt,
geestelijk, lichamelijk, crimineel ieder in zijn eigen huis.

Toeval
Onze
geschiedenis ontwikkelt zich geleidelijk als een soort evolutie.
Alles werkt op elkaar in, alle oorzaken hebben hun gevolgen.
Achteraf gezien lijkt de geschiedenis van de evolutie een
realistische film. Als je de
film terugdraait zie je de verbanden tussen oorzaak en gevolg.
Het lijkt of het nauwelijks anders kon. Maar…als er toevallig
ook maar iets anders was voorgevallen, was alles anders geweest.
Als de
kogel de troonopvolger Franz Ferdinand van Oostenrijk op 28
juni in 1914 had gemist, hadden we geen eerste en ook geen
tweede wereldoorlog gehad. Dan had je
en andere film gehad en een andere werkelijkheid. Volgens de
chaostheorie kan de beweging van een vlindervleugel aan de ene
kant van de aarde een orkaan veroorzaken aan de ander kant.
Evolutie
is geen toeval
“Doe de
evolutie over en er ontstaat weer net zulk leven als nu,
inclusief de mens”, dat beweert de Britse hoogleraar
evolutionaire paleobiologie Simon Conway Morris. Hij denkt
dat er meer “plan” in de evolutie zit dan de meeste biologen
denken. Dat is wellicht geen echt plan, maar wel het gegeven
dat evolutie ontwikkeling en vooruitgang betekent. De
Amerikaanse bioloog Stephen Jay Gould denkt daar totaal anders
over. Hij liet het grote publiek over de evolutie
nadenken. Hij bewondert Morris en maakte hen ook bekend. Gould
is echter een volbloed Darwinist en ziet de evolutie als een
blind toevalsproces.
Utopie
We dromen
altijd van een betere toekomst. Geconfronteerd met de ellende in
dit aarde tranendal troost de kerk haar gelovigen met een
gelukkig hiernamaals. Socialisten en communisten bestrijden het
maatschappelijk onrecht met het oog op een betere toekomst hier
op aarde. Veel
tekorten en gebreken hebben we overwonnen. Veel ellende en
ziekten hebben we in sterke mate beperkt. Dat geldt vooral voor
onze gezamenlijke dromen en collectieve utopieën. Materiële
en geestelijke ellende amuseert ons op TV. Uitbuiting en
klassentegenstelling zijn verbannen naar de geschiedenisboeken
en ontwikkelingslanden. We storten
ons op de overdadige markt van welzijn en geluk. De weelde van
het “hier en nu” neemt ons totaal in beslag. De bevlogenheid
voor een betere wereld lijkt te verdrinken in oeverloos genieten
van het overdadige.
In het
persoonlijke
Het
utopisme is springlevend. De utopie is verschoven van het
collectieve naar het individuele. We zijn vrijer en rijker dan
ooit tevoren. De problemen van het moderne leven liggen in het
persoonlijke vlak. Hoe
richten we ons leven in, hoe geven we er zin aan? Hoe verdelen
we onze welvaart en hoeveel laten we ons gelegen liggen aan
elkaar? De overvloed zet ons voor onoverzienbare mogelijkheden. Je moet
slagen, succes hebben en carrière maken. Je moet mooi, lief,
aardig, sociaal, intelligent en humoristisch zijn. Wie niet aan
die eisen voldoet wordt ongezien gepasseerd. Passanten zijn in
beslag genomen door eigen succes.
Grenzen
Alles hier
op aarde en in dit leven heeft zijn grenzen. Niets is onbegrensd
in dit hier en nu. Dat geldt voor alle vrijheid en realiteit. Je
mag ongezond leven in de wetenschap dat je eerder ziek wordt en
vroeger sterft. Dat geldt
ook voor alle relaties en activiteiten in je leven. Je kunt de
ander gebruiken voor je eigen profijt maar je put hem uit. Je
kunt kiezen voor vrijheid, maar als je de ene vrijheid invult
zie je af van haar tegendeel. Je hebt geen andere keuze dan
trouw aan jezelf. Wij zijn
“vrij” om onze aarde uit te putten en te vervuilen. Doen we dat
dan sterft de aarde en verdwijnt ons leven. Het is het een of
het ander. Als we
meer economische groei willen, meer welvaart en consumptie,
overleven we dat niet op de duur. Onze nakomelingen hebben dan
geen wereld om erin te leven.
Grenzen
aan de groei
Ruim
dertig jaar geleden verscheen het alarmerende rapport van Rome.
Het einde van het noodzakelijke evenwicht voor een leefbare
aarde werd aangekondigd. De
ontwikkelingslijnen voor bevolkingsgroei, consumptie en
vervuiling rezen exponentieel de pan uit. We naderden met hoge
snelheid de afgrond van uitputting van de natuurlijke
hulpbronnen. De aanslag
op de ecosystemen was de laatste vijftig jaar groter dan ooit.
De vraag naar hout, water, voedsel, brandstof en grondstoffen
was onvergelijkbaar groot. De oliecrises stond voor de deur.

Klimaat
De
ontwikkeling van ons klimaat - en de problemen die in de naaste
toekomst op ons afkomen - is volop in discussie. De klimaatfilm
An Inconvenient Truth van Al Gore trekt veel aandacht.
De
boodschap is: de mens moet in actie komen om het klimaat te
redden. Maar zijn die klimaatproblemen zo erg, waar ligt het aan
en wat is er aan te doen? Door
extreme weerpatronen krijgen we enorme problemen in de
waterhuishouding. Als de gletsjers smelten is er minder
drinkwater beschikbaar. De zeespiegel zal stijgen en dat
veroorzaakt overstromingen. De CO2
uitstoot kan worden beperkt door fossiele brandstoffen te
vervangen door biobrandstoffen. De fossiele brandstoffen zijn in
handen van het kapitaal en kapitaal wil groeien.
Het
klimaat verandert vanzelf
“Het
klimaat verandert altijd al”, zegt professor in de geologie
Salomon Kroonenberg. Het is een absurde gedachte dat wij een
klimaatverandering kunnen tegenhouden. Als de
aarde in een andere stand t.o.v. de zon komt, wordt ze warmer en
stijgt het CO2 gehalte. In de geologische perioden van het Krijt ,honderdduizend jaar geleden, was het CO2 gehalte
twintig maal zo hoog als nu. Aan een dergelijke
klimaatverandering kunnen mensen niets doen. Het is een
goed idee om de CO2 uitstoot te verminderen. Maar dan om energie
en brandstoffen te besparen, niet om klimaatverandering tegen te
houden. Investeer
in maatregelen tegen de stijging van de zeespiegel en tegen de
gevolgen van een hogere temperatuur.
Geloof
“Er hoeft
geen kloof te zijn tussen geloof en wetenschap”, zegt professor
wijsbegeerte Palmyre Oomen. De tegenstelling tussen geloof en
wetenschap heeft me van jongs af bezig gehouden. Ik ben
geboren in1929 in Wanroij als oudste van acht kinderen in een
boerderij aan de rand van de Peel. Ik groeide op in een wereld
die nauwelijks groter was dan die boerderij. Ik vond
die wereld te klein. Mijn oom stapte als een late roeping
uit het boerenleven toen hij 25 jaar oud was. De
overstap van mijn oom in een nieuwe en grotere wereld betekende
voor mij een brug naar het seminarie. Ik was
leergierig en nieuwsgierig. Ik kwam daar de wereld tegen achter
het geloof waarin ik was opgegroeid. Ik vond die wereld nogal
beperkt net als de boerderij.
Een kloof
Ik was op
zoek naar de waarheid achter mijn geloof. Die kon ik niet
vinden. Het officiële geloof van de Kerk kon mij niet overtuigen
en de wetenschap kon mij de waarheid niet aanreiken. Ter
voorbereiding op de eeuwige geloften vroeg de rector van het
klooster om mijn visie op de geloofwaarheden op te schrijven. Ik
heb dat gedaan en ik werd niet tot het klooster toegelaten. Ik heb
altijd geleefd in een wereld waarin ik geloofde. Een geloof dat
mij zekerheid gaf over die wereld en haar toekomst heb nooit
gevonden.

Weten
Wanneer
voldoet onze mening of bewering aan normen van objectieve
wetenschap. Hoe toets je iets wetenschappelijk. Dan moet je
uitspraak overeenkomen met de realiteit. Een plus een is twee.
Altijd en overal. Een proef die je doet op basis van natuurwetten moet altijd
hetzelfde resultaat hebben. Je moet het weten in de wetenschap
objectief kunnen meten. Wetenschap draait om feiten. Wetenschap is heel iets anders dan geloof. Geloof en wetenschap
spreken een verschillende taal. Zij verbeelden de werkelijkheid
op een totaal andere manier. Als een dichter zegt: “Mijn hart is zwaar van droefenis”, zal
een wetenschapper reageren met: “Laten we dat hart maar eens
wegen”.
Geloof en
evolutie
Zo is het
ook met de tegenstelling tussen het scheppingsverhaal en de
evolutieleer. De kern van de boodschap is dat onze wereld niet
uit het niets - zonder dat er een God bestaat – kan bestaan. Hoe God
bestaat – en of je dat bestaan van God een werkelijkheid of een
menselijke verbeelding - moet noemen, is een ander verhaal.
Stel dat
wij geboren zijn uit het schitterend ongeluk van de evolutie,
ook dan zullen we er nooit een andere voorstelling van kunnen
maken dan via onze verbeelding. Voor dit
dilemma heb ik nooit een oplossing kunnen vinden. Niet langs de
weg van het geloof en ook niet langs de weg van de wetenschap.
Onbehagen
Sigmund
Freud heeft ons in 1930 al gewaarschuwd met zijn boek Het
onbehagen in de Cultuur. Hij beweerde dat mens een hoge
prijs betaalt voor zijn beschaving. De
beschaving brengt veiligheid want ze onderdrukt en beheerst de
driften, maar beperkt de vrijheid. Nu is
eerder het omgekeerde het geval. Wij hebben ons ontworsteld aan
de rigide regels en moraal die in de tijd van Freud heersten.
Wij betalen nu de prijs voor deze vrijheid. Kinderen
uit gebroken gezinnen presteren minder op school. Ze vertonen
meer gedragproblemen en maken meer kans om zelf ook te scheiden.
Zij missen de nodige stabiliteit en oriëntatie om hun identiteit
te vinden en relaties aan te gaan. De
zestiger jaren hebben de beuk gezet in autoriteit en hiërarchie.
Kiezen of
delen
Individualisme lijkt een vorm van egoïsme, maar is het niet. Er
is niets op tegen dat iemand zijn eigen leven leidt.
Integendeel. Het betekent wel dat anderen ook hun eigen leven
mogen leiden. Dat
betekent ook dat de een de ander moet respecteren en serieus
moet nemen. Wie zijn vrijheid kiest, vult vrijheid in en zal er
zich ook aan moeten verbinden. Wie zijn
kansen op vrijheid open wil houden, zal zich niet gemakkelijk
binden. Een partnerkeuze is zoals andere zaken vrij, maar niet
vrijblijvend. Kiezen
voor de ene vrijheid is afzien van haar tegendeel.

Liefde
De roman
Platform van Michel Houellebecq laat zien hoe
liefdesrelaties beïnvloed worden door ons kapitalistisch
systeem. De roman beschrijft genadeloos hoe de mens in onze
consumptiemaatschappij herleid wordt tot handelswaar. Gelijn
Molier, universitair docent, pleit voor seks en liefde die
gevrijwaard blijft van de wetten van de markt. Een eeuw geleden
werden nog veel huwelijken gesloten op zakelijke basis. De
liefde komt vanzelf, was de redenering. Houellebecq laat het oerwoud zien van vrije markt, waarin alleen
roofdieren overleven. In het kapitalisme is het “eten of gegeten
worden” in de visie van Houellebecq. In een
dergelijk geheel is de liefde - seks is vanouds verkoopbaar -
onderworpen aan de wetten van de markt. In een wereld waarin
iemand zijn identiteit ontleent aan wat hij bezit (hij is, wat
hij heeft) wordt liefde een probleem.
Producten
De
hoofdpersoon van de roman is van mening dat westerlingen niet
meer in staat zijn tot “echte” liefde. Liefde is teveel
verworden tot seksuele bevrediging en bezit. Het grote
succes van het sekstoerisme zegt volgens Houellebecq iets over
het failliet van de westerse samenleving. De markt maakt de
moraal. De moraal bepaalt niet langer de grenzen van de markt. Erich
Fromm kwam in 1956 tot een vergelijkbare analyse in zijn boek Liefhebben een kunst en een kunde. “Echte liefde is
betrekkelijk zeldzaam verschijnsel geworden”. Menselijke
liefde heeft een ruilwaarde afhankelijk van de vraag op markt.

Zijn en
hebben
Erich
Fromm wijst er op dat de maatschappelijk opvatting “iemand is
iets, afhankelijk van wat hij heeft” noodzakelijkerwijs gevolgen
heeft voor de onderlinge menselijke relaties. Dat
bepaalt globaal de randvoorwaarden van de liefdesmarkt. Mensen
worden slechts verliefd nadat zij een gunstige ruilverhouding
hebben ingeschat. De man is
begerenswaardiger als hij succes (macht, geld, status) heeft en
de vrouw als ze aantrekkelijk is. Een liefdesrelatie verwordt op
deze wijze tot een economische transactie. Doordat
wij onze energie richten op zaken die ons begerenswaardig maken
(hebben), verliezen wij ons vermogen (zijn) om zelf lief te
hebben. Ware liefde wordt zeldzaam.
Moderne
psychologie
Aldous
Huxley laat in zijn profetische en satirische roman Brave new
World van 1932 al zien waartoe “consumptie en genot”als
hoogste waarden kunnen leiden. Mannen en
vrouwen zien elkaar als “lekkere hapjes”. Voortplanting
geschiedt kunstmatig en vaste relaties zijn overbodig. Liefde is
een opwindend spelletje. Vermaak - inclusief seks en erotiek -
is een hoog genoteerde industrie. Vijf minuten surfen of zappen
en je ziet het. In zijn
boek Alle liefde is economie houdt Steven Pont een
pleidooi voor een psychologie die een relatie als een
onderneming beschouwt. Alleen investeren in een relatie als
beiden er “winst” uit halen. Je kunt
beter tijdig inruilen voor een relatie met een hoger rendement,
is de moraal van het verhaal.

Mentaliteit
“Onze
mentaliteit wordt voornamelijk bepaalt door ons ethisch
klimaat. Een ethisch klimaat is als de lucht die je
inademt”, zegt de Britse filosoof Simon Blackburn. Als je niet
ademt ga je dood. De lucht die je inademt bepaalt je conditie. Ons
ethisch klimaat is soms een bijna onzichtbare omgeving van niet
altijd samenhangende ideeën over hoe we moeten leven, hoe we
denken en hoe we moeten handelen. Van onze waarden en normen. Het
bepaalt wat we goed of slecht vinden. Het vormt de basis voor
emotionele reacties als trots en schaamte, voor kwaad worden,
dankbaar zijn en vergeven. Onmenselijke omstandigheden kunnen alleen ontstaan in een
ontspoord ethisch klimaat. Figuren als Hitler, Stalin of Sadam
maken geen kans in een goed ethisch klimaat.
Ethiek
We hebben
allemaal geleerd oog te hebben voor onze natuurlijke
omgeving. We weten dat we daarvan afhankelijk zijn voor ons
bestaan. We hebben echter niet geleerd om oog te hebben voor
onze ethische omgeving. Onze
ethiek bepaalt in hoge mate ons denken, gezindheid, voelen en
houding. Zij is in belangrijke mate ontstaan als een manier om
samen te leven en om op deze aarde te overleven. Zij brengt
onze waarden en normen voort als richtlijnen om goed te leven.
Zij stelt ook eisen aan ons als persoon en groep.

Onder en
boven
De
Braziliaanse pedagoog Paolo Freire heeft in jaren zestig
aangegeven hoe uitbuiting en onderdrukking in stand worden
gehouden. De onderkant van de samenleving met armoede, gebrek en
onwetendheid spiegelt zich aan de bovenkant waar succes, macht
en rijkdom de toon aangeven. De
onderkant ziet zijn heil in het succes van de bovenkant en gaat
daarmee voorbij aan eigen ontwikkelingsmogelijkheden. Mensen die
de mythe van rijkdom en geluk maken, vormen hun grote voorbeeld. Hun
succesformules hebben slagkracht in onze cultuur en moraal.
Maatschappelijk succes in termen van rijk, geslaagd, gemakkelijk
geld verdienen en status tentoonspreiden bepalen onze normen en
waarden. De
onderdrukten, zwakken, zieken of armen zijn de “verliezers” en
zien weinig kans om zich tegen sociaal onrecht te verzetten. De
Amerikaanse krantenverkoper die miljonair wordt is weliswaar een
droom. Liever deze droom dan de barre werkelijkheid.
Sociale
vervuiling
“Ik zie
een toenemende tendens om armen en behoeftigen te beschouwen als
sociale vervuiling”, zegt hoogleraar Simon Blackburn. De
samenleving ergert zich aan mensen die een beroep moeten doen op
sociale voorzieningen en aan mensen met beperkingen. Of ze arm, dakloos, werkloos, gehandicapt, oud, ziek, verslaafd,
crimineel of iets anders zijn, doet er minder toe. Beschaving is
af te meten aan de manier waarop de samenleving omgaat met armen
en zwakkere mensen. De overheid treedt terug ten gunste van de burger en zijn eigen
verantwoordelijkheid. Dat is goed, maar ze moet voorwaarden
scheppen dat de onderkant boven komt.

Status
De Franse
filosoof Alain de Botton heeft een boek geschreven met de titel
Statusangst. Mensen ontlenen in hoge mate betekenis aan
hun Status. De angst om Status te verliezen speelt
een belangrijke rol. Statusangst is de kwellende gedachte dat we minder succes hebben
dan de samenleving dat van ons verwacht. We lopen het risico te
weinig gewaardeerd te worden. Dat kan ten koste gaan van ons
gevoel van zelfrespect. Wij maken
ons zorgen over onze positie op de maatschappelijke ladder. Ons
zelfbeeld is nogal afhankelijk is van hoe anderen over
ons denken. Wij gaan af op tekens van respect om onszelf te
waarderen.
Laten zien
wie je bent
Status is
niet gemakkelijk te verwerven en is moeilijk in stand te houden.
Het is verleidelijk om met kunstgrepen te werken aan
statusverhoging. Je bent
dan genegen om “je hebben en houden” te vertalen naar je “wezen
en betekenis”. Je vermogen en je bezit hoeven niet te verwijzen
naar jouw kwaliteiten. Iedereen
wil laten zien wie hij is en wat hij kan. Mensen willen van
betekenis zijn voor anderen. Zij willen groeien, zich
ontwikkelen en zich realiseren. Zij willen gezien, erkend en
herkend worden. In wezen zijn zij op zoek naar liefde in de
wereld. Wie geen
Status heeft wordt niet gezien. Het gevoel van
eigenwaarde en zelfrespect wordt op de proef gesteld bij mensen
met een lage Status.
Wat baat
het
Wat heb je
aan materieel gewin en grote rijkdom als dat niet leidt tot een
gelukkiger leven. “Kijk naar de vogels in het veld”, zegt Jezus
Christus, ze zaaien en maaien niet, maar ze gaan gekleed in
pracht en praal”. De rijken
hebben alles wat ze willen en toch willen ze meer rijkdom. Zij
willen meer erkenning. Zij willen meer hebben om “meer te zijn”,
een magische behoefte. Adam Smith
schreef in 1759 zijn Theorie van de morele gevoelens met
de vraag; “Wat is de zin van het geploeter in deze wereld. Wat
is het doel van hebzucht en ambitie, van rijkdom en macht? Voorzien
we daarmee in onze natuurlijke behoeften. Welke voordelen heeft
het streven naar verbetering van onze maatschappelijke positie?
We zoeken naar aandacht, waardering en goedkeuring.
Onze
drijfkracht
William
James schreef in 1890 De hoofdsom van de psychologie.
“Ons ego of zelfbeeld kan worden voorgesteld als een lekkende
ballon”. Voortdurende aandacht en liefde vormen drijfkracht
voor opwaartse druk. Veronachtzaming en gebrek aan respect zijn de speldenprikken
waardoor de ballon dreigt leeg te lopen. Aandacht van anderen is
zo belangrijk omdat wij lijden aan de aangeboren onzekerheid
over onze kwaliteiten. Ons
zelfbeeld wordt bepaald door de oordelen van mensen om ons heen.
Eigenlijk zouden we zelf moeten weten wat we waard zijn. Maar zo
werkt het niet. De meest duivelse straf die je iemand kunt
aandoen, is iemand negeren.

Dilemma
Iedereen
kan de risico’s van “hechting” aan een andere persoon
inschatten. Die persoon kan weg gaan of dood gaan. Dan sta je
met lege handen. Je bent kwetsbaar. De keuze
voor het een kan het andere uitsluiten. Dat plaatst je voor het
conflict van onverenigbare waarden. Om die kwetsbaarheid kun je
niet heen. Passies
spelen een rol in alle bronnen van kwetsbaarheid. Hechting of
keuze zouden ons geen kwaad doen als er geen emoties mee gepaard
gingen. De
bestuurbaarheid van onze passies heeft zijn beperkingen. Martha
Nussbaum is het niet eens met de Griekse filosoof Plato die zich
nogal immuun opstelt tegenover menselijke kwetsbaarheid.
Oordelen
Het
oordeelsvermogen is volgens Nussbaum niet alleen afhankelijk van
het rationele. Emoties spelen een grote rol in het oordelen. Filosofen
kunnen emoties moeilijk hanteren. Oprispingen en impulsen,
verbeelding en instinct, angst en jalousie, woede en walging,
hoe hou je het allemaal uit elkaar en in de hand. Hoe zouden
we ooit onze wereld bewoonbaar kunnen maken zonder de zonder de
meest erbarmelijke ellende te overleven. Onze gevoeligheid voor
wat goed of slecht is, is er sterk door ontwikkeld. Wij hebben
niet alle factoren in de hand die bijdragen tot ons levensgeluk.
Dat moeten we leren inzien voor een adequaat oordeelsvermogen. Emoties
bij verlies, falen en verdriet moeten we toestaan. Negatieve
emoties wegredeneren levert niets op.
Rechtvaardigheid
De
Amerikaanse filosoof John Rawls (1921 -2002) heeft met zijn boek
Een Theorie van rechtvaardigheid een politiek ontworpen voor
een rechtvaardige en democratische samenleving. Rechtvaardigheid is de eerste deugd van sociale instituties
zoals waarheid dat is van denksystemen. Rawls is het oneens met
Isaiah Berlin die beweert: Vrijheid en gelijkheid kunnen haaks
op elkaar staan. Daarin schuilt volgens Rawls de tragiek van de
liberale keuzevrijheid. Rawls
kiest voor de inrichting van een sociale democratie die zowel de
fundamentele vrijheidsrechten van elke burger honoreert alsook
de claims van democratische gelijkheid. Hij
verwerpt het utilitarisme dat voorrang geeft aan
“maatschappelijk nut” met opoffering van de rechten van het
individu. De mens is een doel op zichzelf.
Primaire
goederen
Samenwerking brengt niet alleen een materieel product (inkomen
en vermogen) voort, maar ook fundamentele rechten, vrijheden en
kansen. Deze
primaire hulpbronnen zijn noodzakelijke “hulpbronnen” voor
iedereen. Zijn rechtvaardigheidstheorie (Justice as Fairness)
formuleert beginselen om levenskansen van personen (primaire
goederen) rechtvaardig te verdelen. Zij richt
zich op ongelijkheden die door drie factoren worden bepaald: je
natuurlijke begaafdheden, je afkomst, je omstandigheden. Natuurlijke gegevens van de persoon kun je niet veranderen
zonder zijn rechten aan te tasten. Sociale
regelingen zijn echter afgesproken. Zij kunnen dus in overleg
veranderd worden in een richting die meer recht doet aan
iedereen. Dat betekent kort door de bocht: meer kansen voor
mensen met minder.
Respect
Het werk
van de politiek filosoof Rawls zoekt een antwoord op de vraag
hoe we in een beschaafde samenleving met elkaar om moeten gaan. Je zult
recht moeten doen zowel aan mensen die het al redelijk “maken”
als aan mensen die nog onvoldoende kunnen “meedoen”. Zowel de
vrijheidsrechten van elke burger moeten worden gegarandeerd
alsook het recht op een “volkskapitalisme” (een democratie van
bezitters). Fundamentele vrijheden in gelijke mate voor elke burger hebben
voorrang. Voorwaarden voor een billijke gelijkheid van
verwervingskansen zijn meer waard dan primaire goederen (inkomen
en vermogen). Is dat
beter te realiseren in volkskapitalisme of in een kapitalisme in
de vorm van een verzorgingsstaat?
Welke
keuze
Rawls
vindt dat de kapitalistische verzorgingsstaat in gebreke blijft.
De verzorgingsstaat komt pas te hulp als de burger in
achterstand is geraakt. Daardoor
ontstaat een ontmoedigde onderklasse, die afhankelijk wordt van
hulp, niet meer meedoet en geïsoleerd raakt. In een
“democratie van bezitters” (volkskapitalisme) moeten vanaf het
begin de maatschappelijke instituties zo zijn ingericht dat
burgers beschikken over voldoende hupbronnen zoals
kapitaalgoederen en menselijk kapitaal (kennis, vaardigheden en
kansen). Op deze
wijze kunnen zij op voet van gelijkheid samenwerken, voor
zichzelf zorgen en geholpen worden om achterstand te voorkomen. Kenmerkend
voor een “democratie van bezitters” is dat het bezit van
vermogen goed gespreid is. Dat voorkomt dat de rijken de
politiek beheersen te koste van de armen.
Paranormaal
Wonderen
en onverklaarbare zaken hebben me altijd geboeid. Ik heb altijd
willen weten in hoeverre iemand kan weten, wat een ander denkt
(telepathie). Ik snap niet dat iemand kan zien wat er in de
toekomst of heel ver weg gebeurt (helderziend). Op twee
plaatsen tegelijk aanwezig zijn (bilocatie). Talen spreken
zonder ze ooit geleerd te hebben. Uittreden: iemand kan zijn
geest laten uittreden zodat hij zichzelf kan zien. Magnetisme:
Iemand kan zweven en laten zweven. Onbegrijpelijk. Dat kreeg
ik in de gaten toen pater Herman over zijn ervaringen in de
missie vertelde. Hij was een sober en nuchter mens, weinig
spraakzaam, serieus, zonder pretenties, kortom: de
betrouwbaarheid zelf.
Missieverhalen
In een
missiestatie in Zuid Afrika hadden men veel last van een vrouw
die “door de duivel bezeten” was. Ze sprak Duits, Engels, Grieks
en Latijn en wist wat iedereen op zijn kerfstok had. De vrouw
veroorzaakte veel onrust en overlast. De duivel moest
uitgedreven worden. Exorcisme is een van de zeven lagere
wijdingen. Iedere priester kan de duivel uitdrijven. Er werden
vrijwilligers gevraagd. Geen missionaris meldde zich. Het lot
beschikte en pater Herman was de klos. De bezeten
vrouw werd vastgehouden door twee sterke mannen. Ze ging enorm
te keer, ze steeg woedend omhoog en sleurde de twee mannen mee
in de lucht. Hoe hoog weet ik niet. Nadat de duivel was
uitgedreven stonden ze uitgeput op de grond.
Missieverhaal
Pater
Herman was zijn leven lang missionaris geweest in Zuid Afrika.
Hij vertelde het volgende. “Een goede
kennis, een Afrikaanse medicijnman, waarschuwde me dat een
vriend op sterven lag. Pater Herman wilde graag afscheid nemen.
Dat kon niet, het was meer dan een dag lopen. “Ik ga er
even heen”, zei de medicijnman. “Ik zeg hem, dat je graag wilde
komen”. Even later zei de medicijnman: “ik ben er geweest, je
vriend was erg blij dat je aan hem dacht. Hij is gestorven en
hij is je dankbaar”. Pater
Herman heeft het tijdstip en de boodschap genoteerd. Bij een
later bezoek aan de familie vertelden ze hem dat een medicijnman
aan het sterfbed was gekomen en de boodschap had doorgeven. De
boodschap en het tijdstip klopten precies. Toch was de
medicijnman ook bij pater Herman blijven zitten. Hij was dus op
twee plaatsen tegelijk.
Wat zegt
de wetenschap
Jarenlang
heeft de parapsychologie wetenschappelijk onderzoek gedaan. Er
zijn aanwijzingen voor het bestaan van buitenzintuiglijke
verschijnselen. Verder komt men niet. In
Ganzfeld experimenten werden proefpersonen volledig geïsoleerd.
Ze moesten raden wat er stond op een foto in een gesloten
enveloppe in een andere kamer. Ook de
onderzoekers wisten het niet. De foto werd getoetst aan de
beschrijving van de proefpersoon. De scores waren hoger dan wat
de kansberekening (toeval) aangeeft. Het lijkt
erop dat we dingen kunnen waarnemen of voelen buiten onze
zintuigen om.
De jeugd
“Die jeugd
van tegenwoordig”! Door de eeuwen heen een bekende uithaal. De
bekende Griekse wijsgeer Socrates zei het 2500 jaren geleden al:
“De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe. Ze heeft slechte
manieren, heeft lak aan gezag en praat zoals ze zou moeten
werken. Jongeren spreken hun ouders tegen, schrokken aan tafel
en tiranniseren hun ouders”. Het is
alsof je de buurman hoort praten op een verjaardagfeestje. Ze
roken meer, gebruiken meer alcohol en drugs en doen te weinig
aan lichaamsbeweging. Hun overgewicht rijst de pan uit. De jeugd
is in gevaar. Slikken, snuiven, zuipen, de kicks en de seks. Je
kunt een klap voor je kop krijgen als je er wat van durft te
zeggen.
Doemdenken
Is het
doemdenken of is het eerder de barre werkelijkheid. De meest
jongeren doen echt hun best op school, zijn goed met hun ouders
en werken hard. Ze zijn echt van plan om brave burgers te
worden. Een gelukkig gezinsleven is hun toekomstideaal. Ouderen
hebben zich altijd zorgen gemaakt over de toekomst van jongeren.
Maar jongeren worden ook ouder en wijzer. “De nozem
zoekt het avontuur, knokken en rellen”, schreef Jan Vrijman. “De
rest is verveling, dat is geen leven, de burgerlijke sleur van
werk en gezin”. Het
nihilisme van de nozem was slechts schone schijn. De nozem zit
nu in de huiskamer bij de wieg in plaats van op straat of in de
café rond te hangen.
Vroeger
“Vroeger
was het allemaal beter”, denken we. De kloof tussen burger en
politiek lijkt alleen maar groter geworden. De bestrijding van
het terrorisme is vaak erger dan de kwaal. Moslims
willen niet integreren. De Chinezen dreigen onze economie te
overvleugelen. Onze wereld vervuilt, het klimaat gaat naar de
knoppen. Vroeger
waren we idealistischer. Er was meer saamhorigheid. Rijken
worden rijker en armen worden armer. De droom
van gisteren steekt scherp af tegen de werkelijkheid van
vandaag. Nu kiest iedereen voor zichzelf. Eigen vrijheid en
eigen houvast. Eerst
alles wat eigen is. Eigen soort, eigen buurt, eigen familie, ook
eigen volk eerst.
Is de
kloof zo groot
Of is de
overbrugging zo moeilijk omdat de funderingen van verleden en
heden zo verschillend zijn. Aan de ene kant de harde realiteit
van vandaag waar je niet omheen kunt. Aan de andere kant het
verleden dat we kunnen idealiseren. Droom en werkelijkheid
verschillen als dag en nacht. Wat
bedoelen we met vroeger? De jaren negentig is te kort geleden.
In de jaren tachtig hadden we een economische crisis. Een muur
tussen Oost en West vol oorlogsdreiging. De jaren
zeventig en zestig straalden optimisme uit. Ze waren de bakermat
van de culturele revolutie waar we nu de naweeën van ervaren. Zijn het
de jaren vijftig waaraan wij onze warme gevoelens ontlenen.
Onwettige kinderen werden afgestaan. Homo’s waren mensen met een
beperking.
Buitenspel
Ouderen
tellen in Nederland niet mee. Ze produceren niets waarmee onze
nationale economie kan concurreren op de wereldmarkt. Dat is de
heersende mening die bepaalt hoe wij elkaar waarderen. Dat
verhaal gaat erg mank, want ouderen zijn zeer verdienstelijk en
erg onmisbaar in de samenleving. Iedereen kan zien dat een hoge
productiviteit van jongeren niet mogelijk is als ouderen niet
een handje helpen. Economie
is grofweg geld verdienen. Op welke manier is minder relevant.
Dat is totaal iets anders dan je verdienstelijk maken voor je
omgeving. Professor
in de gerontologie Rudi Westendorp schreef het boek Buitenspel waarin hij dit probleem aan de orde stelt.
Ouderdomsziekten niet de moeite waard
De
geneeskunde investeert in aandoeningen van jongeren, niet in
ouderdomskwalen. “Ouderen moeten leren leven met hun kwalen”, is
de opvatting van veel dokters. Het
gevecht tegen ouderdomsziekten is de moeite waard. Dat geldt
niet alleen voor de medici, maar vooral ook voor de ouderen
zelf. Ze moeten niet buitenspel gaan staan en zich ook niet
buitenspel laten zetten. Mensen
gaan niet voorspelbaar dood aan hoge leeftijd, maar door een
opstapeling van ziekten en kwalen. Die ziekten kwalen zijn goed
te behandelen. Ouderdomsgebreken moeten bestreden worden. Ouderen moeten zich
mobiliseren en een actieve houding in de samenleving aannemen.
Wachten op oud worden en het einde heeft geen zin. Oud worden
doe je later.
Jong
blijven
Een
passant op enige afstand zou kunnen zeggen: “Kijk die ouderen
eens, eerst waren ze zielig en zorgbehoeftig. Nu hebben ze meer
geld en vrije tijd te besteden dan wie ook. De meeste miljonairs
zijn ouder dan vijftig”. Ouderen
zijn vrij van werkdwang. Ze zijn uit de kinderen. Ze beleven
plezier aan hun kleinkinderen. Ze passen op en springen bij, hun
lust en hun leven. Vrij als
de vogels in het veld. Als ze al een zweem van ouderdom zouden
voelen, worden ze bij hun pensionering onmiddellijk overvallen
door droombeelden van een tweede jeugd. Mensen
worden niet oud zolang ze jong willen zijn. Er is alle reden om
jong te blijven. Ouderen kunnen doen wat ze willen. Ze leven in
paradijselijke toestanden. Dat is het
romantische beeld van ouderen, dat een toevallige voorbijganger
in onze samenleving zou kunnen opvangen.
Andere
kant van de medaille
Op latere
leeftijd nemen chronische ziekten en gebreken toe. De kosten
voor “gezondheid en zorg” stijgen naarmate mensen ouder worden.
Dat geldt ook voor “wonen en welzijn”. De laatste levensjaren
zijn het duurst. “Oud worden is duur”, zou je kunnen stellen. Dat is een beperkte
zienswijze. Wie niet investeert in jeugd, schept geen toekomst.
Dat geldt evenzeer voor ouderen. Wie wil er hard werken zonder een goede oude dag in het
verschiet. Die goede oude dag vormt overigens een bron van
menselijk kapitaal in onze samenleving.
Oud worden
doe je later
Het
bedrijfsleven heeft het belang van een goede motivatie en een
eigen drive al lang ontdekt. Eigen inbreng leidt tot
productiewinst. Hetzelfde
fenomeen doet zich overal in de samenleving voor. Wie zijn
leefsituatie actief beleeft, eigen regie voert en participeert
in zijn leefomgeving, voelt zich gelukkiger en blijft langer
gezond. Het human
capital dat bij ouderen in ruime mate aanwezig is, geeft extra
draagkracht aan de samenleving. Wie zich
slachtoffer voelt van zijn leeftijd, wordt door zijn omgeving
als een slachtoffer behandeld. Hij wordt een voorwerp van zorg
en welzijn en verliest de greep op zijn leven. Wie het
menselijk tekort slechts passief ondergaat en er geen positieve
wending aan geeft, laat enorme kansen liggen. Eigen regie is van
levensbelang voor een gunstig levensperspectief.
Leidraad
Ouder
worden doe je later. Je bent - zo plezierig mogelijk - aan het
ouder worden, zo lang je daar jong bij blijft. “Dat ouder
worden van vroeger”, doen we later wel. Wie lijdt aan het ouder
worden, wordt er het slachtoffer van. Actief ouder worden, daar
blijf je jong bij. Je leven
is vooral wat je er zelf van maakt. Daar moet leiding aan geven.
Dat kunnen anderen niet voor je doen. Die kunnen daar hoogstens
voorwaarden voor scheppen. Oud worden
is allerminst een terminale ziekte waarvan de fatale afloop
voorspelbaar is.
Verlichting
“Heb de
moed om je eigen verstand te gebruiken”, is de zinspreuk va de
Verlichting. Sapere aude! Durf te denken. Het lijkt
erg comfortabel en het kost je weinig moeite als je er van
uitgaat dat anderen het beste weten wat goed voor je is en hoe
je moet leven. Als je om
je heen kijkt zie je politici, profeten en geleerden die
allemaal van mening verschillen over hoe een burger zich moet
gedragen en hoe hij tegen de wereld aan moet kijken. Je ziet
een oerwoud van opvattingen, houdingen en ambities om je heen.
Als puntje bij paaltje komt zal die wirwar van stromingen en
slangenkuilen jou niet gemakkelijk een richtsnoer geven. Jij zult
je eigen levensweg moeten banen door het oerwoud, je eigen
roeping vanuit eigenwaarde moeten volgen en je eigen verstand
moeten gebruiken.
Immanuel
Kant (17024 -1804)
Kant was
een van de grote filosofen en grondlegger van het moderne
denken. Hij heeft zijn woonplaats Koningsbergen nooit verlaten,
toch oefende hij een enorme invloed uit op de hele moderne
wereld. Hij is
nooit getrouwd. Zijn leven werd gekenmerkt door een strikte
dagindeling. Je kon de klok gelijk zetten op zijn dagelijkse
wandeling. Zijn leven
werd bepaald door een morele strengheid die voortkwam uit het
vrome milieu van zijn ouders. Kant werd
een rationalist genoemd omdat hij zijn verstand gebruikte. Daar
is moed en doorzettingsvermogen voor nodig.
Boeddhisme
Het
Boeddhisme is geen geloof, maar een levensbeschouwing. Alles
staat in het teken van zuiver denken en zuiver handelen.
Mediteren helpt daarbij. Gautama was 2600 jaar geleden een
koningszoon, ergens in het huidige Nepal. Hij
ontmoette een oude man, een zieke en een monnik. Door de oude en
de zieke man ontdekte hij de kwetsbaarheid van het leven. Hij
zag hoe de monnik zich vrij had weten te maken van wereld, kwaad
en lijden. Toen hij
29 jaar was ging Gautama zwerven. Hij vastte, onderwierp zijn
lichaam aan beproevingen en trok zich terug in meditatie. Hij
ontdekte dat “een einde aan het lijden” niet vinden is in een
luxe leven en ook niet in versterving. Je moet
goed voor je lichaam zorgen om goed te kunnen denken en
mediteren. Voortaan ging Gautama verder door het leven onder de
naam Boeddha, de verlichte.
Leer van
Boeddha
Boeddhisten willen “de verlichting” bereiken, de absolute rust
en harmonie. Lijden en onvrede ontstaan vanuit begeerte, haat en
onwetendheid. Boeddhisten leven vanuit liefde en compassie. In een positieve
mentale toestand wens je het beste voor alles wat bestaat. Je
leven in dienst stellen van alle levende wezens begint bij
jezelf. Lijden is
vooral de ervaring dat het leven geen bevrediging geeft. Het
achtvoudige pad met leefregels van juist zien, denken, handelen,
leven en concentratie leidt tot het opheffen van het lijden en
het opgaan in het nirwana.
Meditatie
Tibetaanse
monniken geloven in reïncarnatie. Zen-boeddhisten hebben niet
veel op met wedergeboorte. Zij geloven wel dat doorgegeven wordt
wat je in je leven doet. Het
“karma”, dat is alles wat je doet, heeft zijn blijvende
effecten. Je bent zelf verantwoordelijk voor dingen die je doet. Meditatie
is een manier om het bewustzijn en positieve emoties te
ontwikkelen. In meditatie vind je de rust om geconcentreerd
bezig te zijn. Bij
concentratiemeditatie richt je de aandacht volledig op een
object of een gedachte. Bij inzichtmeditatie probeer je alles
wat in je opkomt te analyseren. De
meditatie helpt je om een positieve gemoedtoestand te bereiken,
rust, concentratie en vriendelijkheid. Door meditatie krijg je
een beeld van jezelf, van anderen en van het leven.
Je moet er
iets voor doen
Boeddhistische monniken kennen veel leefregels die variëren van
slaapgewoontes tot hygiëne. Haardracht is een expressie. Door je
kaal te scheren laat je dat los. Het
klooster heeft strenge leefregels. Dat is een goed klimaat om je
te concentreren. Boeddhisten hebben vijf leefregels: 1.doe een ander geen kwaad.
2.neem niet wat je niet gegeven is. 3.geen seksueel wangedrag.
4.wees oprecht. 5.hou je geest helder. Boeddhisten zijn vegetariër, want je mag geen mens of dier
doden. Alcohol, drugs en uien mogen niet, want ze zijn onrustig
voor geest en lichaam. Mannen en vrouwen leven gescheiden in
kloosters.
Democratie
“De
burgers zijn de baas over zichzelf en over volk en vaderland”,
dat is democratie. De burgers zeggen wat het volk wil en bepalen
het beleid van de overheid. We kunnen
de burgers persoonlijk vragen wat ze willen. Als we dat weten,
kan men aan hun vragen en wensen tegemoet komen. Tegenwoordig kunnen we dat technisch via peilingen, enquêtes en
onderzoek realiseren. Vroeger kon dat niet. Bij gebrek
aan beter waren we aangewezen op een vertegenwoordiging van het
volk. De burger kiest voor een politieke partij. Die politieke
partij rangschikt zijn vertegenwoordigers op een kieslijst. De burger
brengt zijn stem uit op zijn vertegenwoordiger. Die
vertegenwoordiger wordt geacht te handelen en te besluiten zoals
zijn kiezer dat wil.
Hoe werkt
het
Als een
ideale vertegenwoordiging al mogelijk zou zijn, doen zich toch
complicaties voor. De
besluitvorming in een politieke partij is het resultaat van een
compromis. Als jouw vertegenwoordiger verliest, kan hij slikken
of stikken en jij ook. Een
politieke partij wil regeren. Ook daarvoor worden compromissen
gesloten. Afspraken en deals zijn de sleutel tot succes. Ook als
dat haaks staat op wat de kiezer wil. Slagvaardige kopstukken maken de deals. De mening van de kiezer
is daarbij een lastige factor. Een
coalitie moet binnen vier jaar zijn beleid doordrukken en
onomkeerbaar maken. Het motto is daarom: ”De kiezer heeft
gesproken en tot over vier jaar is hij monddood”.

Emotie
Filosofen
zijn vaak erg voorzichtig met emoties. Zij gaan nogal rationeel
te werk. Dat betekent afstand nemen, overzicht en orde scheppen,
analyseren, je zicht niet laten vertroebelen. De filosofische
argwaan tegen ongeremde gevoelens is groot. Gevoelens
zijn veel meer iets voor psychologen. Zij hebben er voor
gestudeerd. Ook voor psychologen geldt dat je moet kunnen
invoelen wat emoties doen, maar je oordeel mag er niet door
overspoeld worden. Gevoelens
en emoties kunnen heel primitief zijn, energiestromen in onze
evolutie waar de menselijk geest slechts moeizaam greep op
krijgt. Maar ze hebben ontegenzeglijk grote invloed op ons
leven, onze geschiedenis en ons samenleven. Onderdrukt
of vrij gevochten, ongeremd of gestuurd, bepaalt door de energie
van de genen of ingedamd door aanpassingsvermogen, feit is dat
het denken opleeft door emotie.
Oordeelsvermogen
“Emoties
spelen een grote rol bij het oordelen”, zegt Martha Nussbaum,
hoogleraar recht en ethiek in Chicago. Hoe zouden we ooit van
slavernij en uitbuiting verlost zijn zonder onze emoties. Zou onze
intelligentie ooit zo aangescherpt zijn om onze wereld
bewoonbaar en onze samenleving leefbaar te maken, als we niet
eerst in erbarmelijke omstandigheden hadden moeten overleven. Hadden we
onze emoties laten afstompen of verdringen dan was dat ten koste
gegaan van onze morele gevoeligheid voor wat goed of slecht is. Emoties
moeten worden gezien als een intelligent antwoord op
waarderingen in onze ethische reflectie.
Op zoek
Sinds
mensen zich bewust werden van hun situatie in de wereld zijn ze
op zoektocht naar antwoorden en zingeving. Mensen
zoeken naar religie (het verband) in hun leven en bestaan. Van
de 100 mensen zeggen er 85 dat ze religieus zijn, 33 Christenen,
20 Moslims en 22 iets anders. Van de 15
mensen die zich niet religieus noemen zullen er hoogstens 3
zeggen dat ze het bestaan van opperwezen afwijzen. “God is
dood”, zei filosoof Friedrich Nietsche. Wetenschap is gebaseerd
op ervaringen binnen onze immanente wereld. Daarin valt niets
bovennatuurlijks te bewijzen. Op
rationele wetenschappelijke gronden kan men God geen
bestaansrecht toekennen. De vraag blijft of de ratio hierin het
laatste woord heeft.
Religie
Godsdiensten proberen een antwoord te geven op klemmende vragen
over eindigheid, menselijk tekort en de zin van
tegenstrijdigheden in onze werkelijkheid. Dat is niet niets. Uitgaande
van de vooruitgang van wetenschap en techniek werd in de jaren
zestig voorspeld dat religie vanuit evolutionair oogpunt gezien
tot uitsterven gedoemd was. De wereld zou binnenkort
seculariseren. De zieners
van de jaren zestig gingen ervan uit dat godsdienst een
irrationeel bijgeloof is. Godsdienst kan heel goed functioneren
als een kompas voor het leven, als een “reddingvlot” op de zee
van het bestaan. De
zekerheid van een godsdienst is veel comfortabeler dan
verscheurende twijfel. Religie verdwijnt niet, maar verandert
wel.
Leefbaar
Hoogleraar
Kees de Hoog, gezinssocioloog aan de universiteit van
Wageningen, houdt zich bezig met de levensloop van oud en jong. “Als we zo
doorgaan, wordt Nederland onleefbaar voor ouderen”, zegt hij.
Dat geldt overigens ook voor chronisch zieken, mensen met een
beperking en minima. Het is te
gek dat er nauwelijks beleid wordt ontwikkeld om de gevolgen van
de vergrijzing het hoofd te bieden. Niets kun je immers zolang
tevoren zien aankomen. De
vergrijzinggolf is ruim vijftig jaar geleden geboren. Nu pas
beginnen we ons te realiseren dat vergrijzing meer voorzieningen
- en meer geld - kost dan we er voor willen betalen.
Economie
in gevaar
Een
afnemend aantal werkende mensen moeten de kost verdienen voor
een toenemend aantal mensen die niet meer werken en van
voorzieningen moeten leven. Dat is het
schrikbeeld voor onze economie. China en India, landen met
weinig voorzieningen dreigen de slag om de wereldeconomie te
winnen. Een
primaire reactie is dan: “investeren in werken staat voorop,
laat de mensen die niet werken maar voor zichzelf zorgen.
Voorzieningen belasten onze economie te zwaar”. De
overheid paste passief op de centen, maar investeerde te weinig
in actieve toekomstmodellen. Nieuwe wijn werd in oude zakken
geborgen. Vergrijzing vergt een andere inrichting van de samenleving, dat
is allerminst een sinecure. Dat heeft de politiek te weinig
begrepen.
Voorzieningen
Naarmate
onze eigen mogelijkheden beperkter zijn, zijn we meer aangewezen
op voorzieningen om zelfstandig en vrij te kunnen leven en
maatschappelijk te kunnen participeren. Voorzieningen staat hier voor een breed scala van wetgeving,
regelingen, verzekeringen, fondsen, diensten en uitkeringen voor
werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid, pensioen,
onderwijs, opvoeding, wonen, gezondheid, welzijn, zorg,
maatschappelijke ondersteuning en infrastructuur. Ze zijn
van het grootste belang om hier op aarde kwalitatief goed te
kunnen leven en bestaan. Voorzieningen moeten worden ingesteld, onderhouden en betaald
worden uit onze nationale productie.
Onze
productiviteit
Onze
voorzieningen moeten betaald worden door een productieareaal met
hoge lonen en een hoog voorzieningenniveau dat de concurrentie
op de wereldmarkt aan kan. In deze
concurrentiestrijd staan wij permanent voor het dilemma of we
ons hoge niveau van voorzieningen kunnen betalen en of dit
niveau hoog genoeg is om hoogwaardig te kunnen produceren. Wij kunnen
staatsschulden maken, maar de generaties na ons moeten daarvoor
boeten. Over twintig jaar moeten drie (nu nog vijf) werkenden de
kost verdienen voor twee gepensioneerden. De
gepensioneerden leven veel langer en worden veel ouder dan
vroeger. De
vergrijzing, de slechte positie van laag opgeleiden, de
fragmentatie van de samenleving en de mobiliteit van het
kapitaal zetten de sociale welvaartsstaat onder grote druk.
Vooral de
onderkant van de samenleving die op een goed niveau van
voorzieningen is aangewezen, zal het moeilijk krijgen.
Consumenten
De
ontwikkelingen naar de nieuwe informatiemaatschappij hebben niet
die vlucht genomen die velen van ons verwacht hadden. De ICT
beurskoersen zijn enorm gekelderd en krabbelen moeizaam
overeind. “Toch
zullen de gevolgen van de informatierevolutie ingrijpend zijn”,
zegt Jeremy Rifkins van de Amerikaanse Foundation on Economic
Trends. Die
fundamentele veranderingen in onze economische verhoudingen -
ook menselijke relaties - gaan gewoon door. Het einde van het
ons bekende kapitalisme is in zicht. De
markteconomie wordt vervangen door een netwerkeconomie. Geen
kopers en verkopers meer, maar consumenten en aanbieders. In plaats
van de markteconomie, gebaseerd op verkoop van arbeid, goederen
en diensten, krijgen we een netwerkeconomie. De goederen blijven
in bezit van aanbieder. Voor de toegang tot en gebruik van het
product wordt betaald.
Toegang en
gebruik
Een
voorbeeld van toegang tot het product is de leaseauto. De
gebruiker betaalt voor het gebruik. De toegang
(zoals bezit, leasen, huren en pachten) tot goederen heeft grote
gevolgen voor het gebruik en beheer ervan. Dat geldt ook de
menselijke relaties waarin dit vorm krijgt. Dat
beschrijft Rifkin in zijn boek Het tijdperk van de toegang.
In een
markteconomie maakt je winst door de productie op te voeren en
daarmee stuit je al gauw op de grenzen van wat onze wereld en
milieu aankan. In en
netwerkeconomie maakt je winst door slimme samenwerking, door
kostenbesparing en door gerichtheid op een duurzame toekomst.
De school
De
onderwijswereld verkeert in voortdurende onrust. Vernieuwingen
in het onderwijs roepen beelden op van een dynamiek waarin de
revolutie zijn kinderen opeet. Veel
bombarie, maar weinig garen op de klos. “Ons schoolmodel is niet
meer van deze tijd. Het is afgestemd op leerlingen die niet meer
bestaan en op de maatschappelijke behoeften van het verleden”,
zegt de Utrechtse orthopedagoog Luc Stevens. Stil
zitten en leerstof reproduceren is onproductief geworden. De
leerling gaat aan de passiviteit van de school voorbij. Het
bedrijfsleven sluit aan op de individuele capaciteiten van de
medewerker. Onze moderne economie draait op maatwerk. Vooral de
mogelijkheden van de school bepalen het onderwijs dat wij
genieten. Dat staat haaks op een vraaggestuurde organisatie van
het onderwijs, waarbij de extra mogelijkheden van de leerling
worden aangeboord.
Civiel
effect
De school
zal inspelen op het hoge slagingspercentage van zijn leerlingen
om zijn civiel effect te bewijzen. De overheid wil laten zien
dat investeringen in het onderwijs optimaal rendement opleveren. De media
focussen op het gevoel en instinct van de meerderheid om de
noodzakelijke lees- en kijkcijfers te verhogen en zich te
verzekeren van de instemming van hun publiek. Dat alles
levert - samen met een onderwijscultuur die zijn eigen toekomst
schept – een klimaat op waarin de juiste onderwijsvernieuwingen
moeilijk te realiseren zijn.
kortManagers
“Minder
bureaucratie”, is de kreet die je overal hoort. Maar ook: “ze
doen maar”. “We krijgen geen waar voor ons dure belastinggeld”. Ons geld
verdwijnt in de zakken van ambtenaren en managers. Dat gaat ten
koste van een effectieve dienstverlening aan de burgers. De
organisatie en verantwoording van publieke dienstverleners en
instellingen is niet transparant en inzichtelijk. Dat moet
anders. Voor een
directie die verantwoordelijk voor werkuitvoering heeft dat als
effect: “meer managers”. Voor managers betekent het:
“registratie en controle vormen het bewijs van een verantwoorde
werkuitvoering”. Het
resultaat is: “meer bureaucratie, meer management”.
Verdienstelijke werkers op de werkvloer worden in het beter
betaalde management opgenomen en onttrokken aan de werkvloer. Minder
handen aan het bed, minder onderwijzers voor de klas, meer
ambtenaren te betalen met geld voor voorzieningen. Allemaal ten
koste van concrete dienstverlening.
Dienstbaar
In het
rapport Bewijzen van goede dienstbaarheid schrijft de
Wetenschappelijk Raad van de Regering (WRR) dat de overheid niet
in staat is tot inhoudelijk aansturen. Daarom
stuurt ze op het meetbare resultaat waarop wordt afgerekend. Wat
niet gemeten kan worden is dus niet van betekenis. Dat leidt tot
vervreemding op de werkvloer. Het effect
van een warme douche kan niet gemeten en geregistreerd worden,
levensgeluk en luisteren naar een cliënt ook niet. Streefcijfers en productiviteit maken de dienst uit. Fusies,
standaardisatie en rationalisatie. Dat leidt – met een knipoog
naar de bio-industrie – tot intensieve ”menshouderij”.
Vrije
markt
De vrije
markt biedt een sprookjesachtige sfeer. Initiatief en inzet van
eerlijke concurrentie komen ten goede aan de burger. Sommigen
binden de strijd aan tegen het onrecht op de vrije markt,
waaraan burgers ten prooi dreigen te vallen. Zeker is
dat de “vrije markt” zijn nut bewijst. Het staat ook als een
paal boven water dat voor elke burger op de eerste plaats
basisvoorzieningen moeten worden gegarandeerd, voordat zij met
succes aan het spel van de vrije markt deelnemen. Fundamentele zaken als sociale zekerheid, opvoeding, veiligheid,
onderwijs, gezondheid, inkomen, welzijn en wonen zullen in
voldoende zeker gesteld moeten worden. Over de
mate waarin deze zekerheid wordt gegeven en in welke mate de
vrije markt hierbij een nuttige functie kan vervullen, daarover
kan men nog lang discussiëren.
Solidariteit
Een aspect
van betekenis is de eigen vrije eigen keuze om producten en
diensten met een eigen budget in te kunnen kopen. Om te kunnen
kiezen is er een markt nodig die reageert op vragen van de
consument. De vrije
markt probeert vat te krijgen op producten van “wonen, welzijn
en zorg”. Privé klinieken worden met moeite in bedwang gehouden.
Ouderen worden in thuiszorg gepaaid met pluspakketten. Gelijke
toegang voor iedereen in de zorg is nog steeds het motto. Het
ziektekostenstelsel verzekert ons in gelijke mate. Wie het niet
goed kan betalen, krijgt zorgtoeslag.

Grijs op
wereldschaal
Tegen 2050
wonen er maar liefst twee miljard 60-plussers op onze planeet.
De meeste van hen wonen in ontwikkelingslanden. De
wereldbevolking vergrijst in snel tempo. In het jaar 2000 waren
er nog maar 600 miljoen 60-plussers. Nu heeft wereldwijd één op
de tien mensen zijn zestigste verjaardag al gevierd. In 2050 is
dat één op de vijf en in 2150 is dat één op de drie. Nu leven
twee van de drie mensen in ontwikkelingslanden. Over 25 jaar is
drie van de vier. Een ander
probleem is dat het aantal 80-plussers snel groeit zowel in
rijke als in arme landen. We hadden in 2002 210.000
100-plussers. In 2050 zijn het 16 maal zo veel. De VN zijn
van mening dat we een einde moeten maken aan de mythe dat
ouderen onproductief zijn, afhankelijk zijn en onomkeerbaar
aftakelen.
Oorzaken
De
algemene levensverwachting van de wereldbevolking is de laatste
jaren sterk gestegen. In 1950 was de gemiddelde leeftijd 59
jaar, nu is dat bijna 80 jaar. Het
levenspeil is gestegen door nieuwe technologie, beter voedsel,
behuizing en medicijnen. Tegelijk neemt het aantal geboorten
wereldwijd, ook in ontwikkelingslanden, af. In de snel
groeiende dichtbevolkte landen India, China, Pakistan, Nigeria,
Bangladesh en Indonesië worden steeds minder kinderen geboren.
Vooral in Afrika heeft aids toegeslagen. Deze
toenemende vergrijzing legt een enorme druk op de samenleving.
Genparadijs
De mens,
besteld op maat, komt eraan. Je kunt de ideale mens - zeg maar:
übermensch - straks als “een broodje van de plank” bij een
centrum voor gentherapie bestellen. Optimistische deskundigen voorspellen dat het nog deze eeuw
mogelijk moet zijn ongeboren menselijke vruchten zodanig te
bewerken dat ze aan elk programma van eisen kunnen voldoen.
Kinderen maken á la carte kan. Dat kan
een samenleving met ideale mensen opleveren. Of dat leidt tot
een ideale samenleving, is iets anders. Maar je bent geen
profeet als je voorspelt, dat het serieus geprobeerd wordt. De
mensengeschiedenis heeft een scala van droombeelden, utopieën en
heilsverwachtingen aan zich voorbij zien trekken.
De
toekomst is gisteren begonnen
In de
toekomst kan men ideale mensen kweken. Die ideale mensen kunnen
een samenleving scheppen die aan alle wensen tegemoet komt. We kunnen
straks kinderen bestellen op proefmonster of op profiel zoals we
nu een bankstel uitzoeken of een burgemeester kiezen. Bij een
miskleun of miskloon, zal de miskloon zijn ouders, producers en
bedenkers voor de rechter dagen. Ze kunnen hoge schadeclaims
tegemoet zien. De
genentechnologie kan op de duur zowel de gebruiker als het
product zeer ingrijpend veranderen. Wie blijft er dan over om
het tij te keren om ontoelaatbare ontwikkelingen te voorkomen? De eigen
ingebouwde grenzen zullen wellicht hun werk doen. Wie
onsterfelijk geworden is, zal zich onsterfelijk vervelen en er
een eind aan maken.
In de
driehoek
Eén op de
vijf mannen en één op de tien vrouwen gaan vreemd. “Wat drijft
hen in de fuik van de driehoeksverhouding”. Dat is de vraag voor
Carolien Roodvoets, relatietherapeute en seksuologe in haar boek
Duivelsdriehoek. Veel
mensen storten zich in een buitenechtelijke relatie zonder
perspectief. Het zijn niet altijd slechte huwelijken waarin dat
gebeurt. De sleur
slaat toe, de passie luwt en het contact verwatert als er niet
wordt geïnvesteerd in een relatie. Je ziet
een droomwereld waarin romances opbloeien en waar liefde en
waardering gewichtloos uit de hemel vallen. Als het
klimaat in het huwelijk wat koeler geworden is, worden de
illusies daarbuiten verleidelijker. Je bent
altijd in watten gelegd. Waarom zou er op het pad van de liefde
niet meer kunnen?
Trouw aan
jezelf
Zeventig
procent van de alleenstaande vrouwen heeft wel eens een
verhouding gehad met een man die al gebonden was aan een
partner. Dat zijn
300.000 minnaressen die meer verwachten van een romance dan van
een vaste relatie. De meest
voorkomende driehoeksverhouding is een gebonden man en een
ongebonden maîtresse. Mannen
zijn in staat om zichzelf en hun partner veel wijs te maken.
Dubbelhartigheid in je levenshouding en onvoldoende trouw aan je
zelf ondermijnt het geloof in je zelf. De
minnares zal vaak intimiteit en bevestiging zoeken waaraan ze in
haar jeugd te weinig toekwam. Een gelijkwaardige relatie
veronderstelt een echte binding.
Vergrijzing
De
samenstelling van onze bevolking verandert sterk. Minder
jongeren (ontgroening), veel meer ouderen (vergrijzing) en een
groter deel van de bevolking is van allochtone afkomst
(verkleuring). Een andere
bevolking betekent een andere samenleving. Deze verandering
heeft verstrekkende gevolgen voor het functioneren van onze
samenleving. Werkgelegenheid, zorg, gezondheid, onderwijs, huisvesting,
ruimtelijke ordening, vervoer en recreatie zullen nogal anders
georganiseerd worden. Veranderingen in de bevolking roepen onherroepelijk wezenlijke
vernieuwingen op. Het is de kunst om deze vernieuwingen op het
juiste tijdstip en op de juiste wijze in te voeren.
Leeftijd
heeft een nieuwe betekenis
Oud en
afgeschreven op je 65e behoort definitief tot het
verleden. Straks bestaat er een voorkeur voor ouderen op
allerlei posities in de samenleving. Pensioen
op je 65e is een idee van de vorige eeuw toen men
gemiddeld niet ouder werd dan 70 jaar. 65 jaar van toen is
vergelijkbaar met 75 jaar nu. Meetellen
als je jong en dynamisch bent, is over twintig verdwenen. De
jonge generatie is dan immers erg klein. Hun invloed neemt sterk
af ten gunste van de veel grotere inbreng van ouderen. Categorieën van leeftijden, nominaties en politieke stromingen,
groepen met sociaal economische status verdwijnen meer en meer. Zij
verlaten hun geïsoleerde hokjes en delen elkaars leefwereld. Zij
vormen een mix. Dat zie je nu al op internet. Jongeren van nu,
de ouderen van straks, weten daarmee om te gaan.

Denkend lichaam
De handen van een pianist slaan de toetsen aan zonder eerst
na te denken. Als hij eerst moest nadenken, zou hij niet kunnen
spelen
“Het lichaam is een bron van kennis en ervaring die we vaak
over het hoofd zien”, zegt de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty
(1908 – 1961). Hij concludeert dat het lichaam zelf denkt. Het
onderhoudt een relatie met de wereld, voordat het bewustzijn eraan
te pas komt.
In zijn
proefschrift Fenomenologie van de waarneming analyseert
Merelau-Ponty het menselijke lichaam zoals wij dat ervaren. De
fysiologie en de psychologie beschouwde in die tijd het lichaam als
een object (een ding) onder andere objecten.“Geef jezelf een hand”.
Je hand is tegelijkertijd subject (voelt de andere hand) en
object (wordt gevoeld). Het gaat om het eigen lichaam, de strikte
scheiding tussen subject en object valt weg. Je hebt niet alleen een
lichaam, je bent ook een lichaam. Het lichaam is een subject-object
geheel, “een geïncarneerd subject”. zegt Merleau-Ponty. De
pianist denkt met zijn vingers. De ervaren chauffeur voelt
de manuvreermogelijkheden in een enge steeg. Hun lichamelijke
mogelijkheden breiden zich uit door ervaring.
Herhaling
en oefening.
Je kunt pas pianospelen of autorijden, wanneer je daarvoor
genoeg hebt geoefend. Je lichaam moet zich dat voldoende eigen
maken. Je lichaam slaat de bewegingen die tijdens het autorijden
maakt in zich op. Je krijgt het autorijden “onder de knie”, het
pianospelen “in de vingers”. De herhaalde bewegingen worden een
gewoonte en na verloop gaan ze deel uitmaken van wat Merleau-Ponty
het habituele lichaam noemt. Hetzelfde geldt voor gebaren die
je maakt, de manier waarop je loopt, kijkt, eet en denkt, je houding
en de indruk die je wekt. Dit habituele lichaam onderscheidt
hij van het actuele lichaam.

K(n)udde
Iedereen zal zich in deze tijden van ongewisheid over onze welvaart,
wel eens afvragen: “hoe komt dat toch allemaal?”.
Ook mensen die daar serieus voor geleerd hebben, vragen
zich dat af. Als ze wisten hoe het precies werkt, zouden ze wellicht
maatregelen kunnen nemen om er voor te zorgen dat het gunstig voor
ons uitpakt. Er zijn ernstige fouten gemaakt in de financiële
wereld. Enorm hoge staatsschulden gemaakt, op de pof geleefd met
creditkaarten, valse hypotheken verstrekt en verhandeld, onterecht
winsten en bonussen beloofd. Economen stellen dat vast, maar ze
kunnen niet uitrekenen wat je er precies aan moet doen om terug te
keren naar een gezonde economische situatie. Dat is namelijk erg
afhankelijk van hoe de mensen reageren. Mensen reageren als een
kudde. Hun gedrag is irrationeel en onvoorspelbaar. Als iedereen
zijn geld van de bank haalt, gaat die bank failliet al is ze nog zo
gezond. Als iedereen vandaag zijn aandelen verkoopt, zijn ze morgen
niets meer waard, al zijn de bedrijven nog zo gezond.
Kuddegedrag
De idee dat financiële markten functioneren op basis van
economische wetmatigheden, kun je bij het vuilnis zetten. Ons
verstand laat ons dingen doen omdat anderen het doen, daar vinden we
vervolgens beweegredenen bij. Als er brand geroepen wordt vluchten
we meedogenloos en in paniek de tent uit. Kuddegedrag is zou oud als
de mensheid en levensgevaarlijk. In onze informatiemaatschappij komt
de hele wereld met al zijn trends en paniek bij iedereen binnen. Hoe
vinden wij een evenwichtig oordeel om rationeel te handelen. Dat
geldt niet alleen voor onze economie, maar voor alle aspecten van
bewoonbaarheid en leefbaarheid van onze aarde.

Modern denken
We kunnen niet anders zijn dan modern.
Moderniteit is
volgens Canadese filosoof Charles Taylor (1931) het onontkoombare
gevolg van onze geschiedenis. De oude wereld heeft zich bewezen, was
vertrouwd en klassiek, maar lijdt zoals alles aan verandering en
veroudering. Onze wereld verandert voortdurend. Moderniteit is ons
onontkoombaar lot.
In 1989 beschreef Charles Taylor het ontstaan van de moderne
persoonlijke identiteit in Bronnen van het zelf. Dit boek is
klassiek en blijft actueel bij steeds verder gaande modernisering.
Terwijl Taylor
bij Bronnen van het zelf inzet met een beschouwing over de
menselijke gerichtheid op het goede, begint hij bij zijn nieuwe boek
Een seculier tijdperk met een overdenking over de volheid van
het leven. “Kan dat”, vraagt hij zich af “zonder oriëntatie op iets
dat onze wereld overstijgt”.
Seculariteit
Taylor vindt dat
seculariteit een situatie schept waarin zowel geloof als ongeloof
optioneel zijn. Vijfhonderd jaar geleden was het onmogelijk om niet
te geloven. Er zijn allerlei mogelijkheden tussen orthodox en
atheïsme. Ook geloven is een keuze geworden in plaats van een
vanzelfsprekendheid. Taylor verwerpt de simplistisch opvatting dat
wetenschap het geloof onmogelijk heeft gemaakt. Juist de
christelijke scheiding tussen natuur en bovennatuur, die bedoeld was
en het heilige te benadrukken, kon leiden tot een opvatting waarin
alleen het natuurlijke overbleef. De persoonlijke kosmos in een kil
universum. Seculariteit is in hoge mate een christelijke erfenis.
Iedereen heeft een referentiekader en leeft binnen een beperkte
mentale horizon, waar moeilijk overheen te kijken is. Hoe je tegen
de wereld aankijkt en hoe je de werkelijkheid beleeft, is vooral
afhankelijk van je geschiedenis en ontwikkeling. Je houding in de
wereld wordt vooral ingegeven door de veranderende wereld, waarin je
bestaat en je realiseert.

Mededogen
Karin Armstrong heeft indrukwekkende boeken geschreven over
religie.
Om er een paar te noemen: Een geschiedenis van God, De
strijd om God, Islam en De grote transformatie. Haar
nieuwe boek De kwestie God met als ondertitel De toekomst
van religie is weer een bestseller. Het Westen is in de 17e eeuw
met Newton en de opkomst van de moderne wetenschap zijn gevoel voor
mythe en symboliek kwijtgeraakt. Godsdienst is een intellectuele
aangelegenheid geworden, het kritiekloos aanvaarden van
geloofswaarheden. Wij pakken het letterlijk en rationeel op. De oude
kerkvaders en Thomas van Aquino zouden onze manier van religieus
denken uitermate primitief vinden. In alle wereldgodsdiensten wordt
werkelijke spiritualiteit uitgedrukt in een consistent in praktijk
gebracht mededogen, het vermogen om met de ander mee te voelen.
Meevoelen
Karin Armstrong heeft het initiatief genomen voor het
Charter for Compassion. Het is een kort document dat uitgaat van
de gulden regel Behandel de ander zoals je zelf behandelt wilt
worden. Het is een oproep tot mededogen aan mensen onderling,
maar ook aan groepen en naties. Het is wel de weg die wij moeten
gaan als we toekomst willen hebben.

Geest en lichaam
Onbewoond
Verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer (62 jaar) was
schrijver op locatie op de afdeling Hersenchirurgie van het
VU-ziekenhuis in Amsterdam. Zijn boek Onbewoond verklaard met
de ondertitel Het wonderlijke domein van de hersenen is er
het resultaat van. “Je kunt thuis zitten studeren over lichaam en
geest, ziel, persoonlijkheid en bewustzijn. Maar als je kijkt naar
wat er gebeurt als de hersenchirurg aan het werk is, is dat een
totaal andere ervaring. Schadelijke weefsels worden weggenomen, maar
met welke gevolgen. De chirurg snijdt in de hersenen, maar hij
snijdt ook in het brein, in de ziel en de persoonlijkheid?
Je bent meer
brein dan dat je het hebt
Het boek van Pim van Lommel werd gretig gelezen, want de
ziel (het bewustzijn) leek bij bijna-dood-ervaringen uit het brein
te kunnen treden. Of het geestelijke zich echt uit het lichamelijke
kan losmaken, blijft de vraag. Je zit anders aan je brein vast dan
aan een ander lichaamsdeel. Je bent meer je brein dan dat je het
hebt. Bij een hersenoperatie moet voorkomen worden dat de ziel, het
bewustzijn, de persoon beschadigd wordt. De chirurg kan zo nodig
praten met zijn patiënt tijdens de operatie. Hersens zijn
gevoelloos, immers het pijngevoel gaat daar heen. Een klein foutje
kan funest zijn voor de persoon.

Celkern
Alle organismen zijn opgebouwd uit levende cellen
Ons lichaam heeft meer dan 20 biljoen cellen met miljarden
reacties per cel. De cel is de kleinste eenheid binnen een
organisme. Zij wordt aangestuurd door de celkern. De celkern is een
bolletje met een doorsnede van een paar micrometer (een duizendste
millimeter). In dat bolletje ligt het complete erfelijke materiaal
van het organisme opgevouwen in een DNA-streng die de
levensprocessen stuurt. Uitgevouwen heeft die streng een lengte van
2 meter.
Het DNA is
zodanig opgevouwen in een dubbelwandig membraan met duizenden poriën
dat moleculen van binnen naar buiten en omgekeerd gecontroleerd
toegang hebben.
In de celkern
bevindt zich chromatine.
In dit eiwitcomplex zijn chromosomen zodanig verpakt dat
speciale eiwitten het DNA kunnen manoeuvreren en laten aflezen.
Duizenden genen en eiwitten werken op elkaar in. De werking van de
celkern is enorm ingewikkeld. Onbegrijpelijk, hoe het functioneert.
“Een kwestie van zelforganisatie”, zegt Frank Grosfeld, hoogleraar
celbiologie aan Erasmus MC. “De doelgerichtheid komt voort uit grote
aantallen. Het is een systeem dat ontstaat door blind toeval”. Mij
gaat het ver boven mijn pet, maar ik heb een diepe bewondering voor
de kern van mijn bestaan.

Cultuur
Waarom cultuur belangrijk is
De Brit Roger Scruton (1944), filosoof, schrijver en docent
in Washington en Oxford wordt beschouwd als een van de belangrijkste
conservatieve denkers van onze tijd. Hij heeft een nieuw boek
geschreven Culture counts, in het Nederlands vertaald als
Waarom cultuur belangrijk is. “Cultuur leert je wat je moet doen
en voelen”, zegt hij. Het nuttigheidsdenken is instrumenteel. Deze
dominante manier van denken laat ons alles doen om iets anders,
zoals hard werken om te verdienen. Maar waar gaat het nu
eigenlijk om? “Daar geeft de religie een antwoord op”, zegt Scruton.
“En uit dit religieuze antwoord is de cultuur voortgekomen”. Op dit
fundament worden samenlevingen opgebouwd. Het gaat daarbij op
lotsverbondenheid en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Kunst
en cultuur hebben volgens Scruton iets van hun bron, iets dat moet
worden doorgegeven via opvoeding en onderwijs. En daarin ligt
het probleem.
Leren moet
leuk zijn
Het onderwijs is in de ban van het instrumentele denken.
Het gaat om het nut voor het kind, het kind staat centraal. “Maar”,
zegt Scruton, “het kind is er voor het onderwijs en niet andersom”.
Als leren bovendien leuk is, is dat mooi meegenomen, maar het doel
en de kwaliteit van onderwijs wordt bepaald doordat je echt iets
leert. Je moet je kwalificeren om goed mee te doen in je
samenleving. Het reken- en taalniveau van scholieren daalt meetbaar
ondanks alle investeringen. Goed onderwijs vraagt om inspanning,
verdieping en concentratie. Zappen voor de TV belemmert je
concentratie. De beeldcultuur kan je wel de illusie geven dat je
weet hebt van alles en nog wat, maar de vervlakking is
overheersend. Vooral gemakkelijk verkoopbare stompzinnigheden
(kijkcijfers) spelen de hoofdrol. Onderwijs is een middel om kennis
over te dragen. Dat iedereen daarin goede kansen moet krijgen ligt
voor de hand.

Voor jezelf zorgen
De kabinetsplannen Rutte / Samson maken mij vooral duidelijk dat het
einde van de verzorgingsstaat definitief is. Als je ziet wat er op
je afkomt: het afbouwen van de AWBZ, een nieuwe participatiewet om
oplossingen te vinden voor werken naar vermogen. Gigantische
operaties zonder dat er geld voor is.
De
kabinetsplannen lijken mij onmogelijk in een verzorgingsstaat. We
hebben lang gedacht dat de staat voor zijn burgers kon zorgen. Dat
leek heel lang een groot ideaal. Je kon rechten opbouwen en je was
onbeperkt verzekerd van voldoende inkomen, zorg, welzijn, gezondheid
en participatie. Ik vrees dat uiteindelijk het omgekeerde het geval
is. De burgers moeten een overheid vormen die in staat is ervoor te
zorgen dat de burgers zo goed mogelijk voor zichzelf zorgen. Dat is
een totaal ander concept. Daarvoor moet je de boel echt helemaal op
zijn kop zetten.
Vanouds
redeneerden wij van boven naar onderen. Een sterke en zorgzame staat
die voor zijn burgers kon zorgen. Daarbij vergaten we dat een
zorgzame staat op de eerste plaats voor zichzelf zorgt (een
uitspraak van de filosoof Michel de Foucault) en op de tweede plaats
voor zijn burgers. Dat gebeurt met de beste bedoelingen maar het kan
nauwelijks anders, het zit ingebakken in het systeem. Dat betekent
kort door de bocht: Zorg van de staat is duurder en minder efficiënt
dan de zelfzorg van burger in eigen regie.
Voor de best mogelijke zorg zul je van onder naar boven moeten
redeneren. Uitgaan van de zaak waar het om gaat, de burger die voor
zichzelf zorgt. Dan kun je ook uitgaan van de mogelijkheden die de
burger nog wel heeft in plaats van zijn onmogelijkheden
(beperkingen). Voorwaarde is wel dat je het echt doet. De burger die
het nodig heeft krijgt de middelen in handen om voor zichzelf te
zorgen en in eigen regie. Hoe je dat precies doet is niet minder
ingewikkeld dan in een verzorgingsstaat, maar het biedt meer
toekomst.

|